Bidsessies helpen niet in Ivoorkust

Ivoorkust had zich gisteren ten koste van rivaal Kameroen voor het WK in Duitsland kunnen plaatsen. Het optimisme was echter onterecht. ,,De wereld is wreed.''

De politiek is een chaos, de economie zit in het slop en de Verenigde Naties dreigen sancties op te leggen. Maar de Ivorianen hadden afgelopen weekeinde maar één ding aan hun hoofd: de voetbalwedstrijd tegen Kameroen. Bij winst zou het nationale elftal zich voor het eerst in de geschiedenis kwalificeren voor de eindronde van het wereldkampioenschap, dat volgend jaar in Duitsland wordt gehouden. Het optimisme veranderde in een deceptie: Ivoorkust verloor met 3-2, waarmee voor Kameroen de weg naar Duitsland open ligt.

De wedstrijd, in een met veertigduizend man volgepakt stadion in de havenstad Abidjan, was reclame voor Afrikaans voetbal: Ivoorkust en Kameroen behoren tot de beste teams van het continent. Maar het thuisspelende land begon het duel onder slecht gesternte: Ivoorkust had Kameroen nog nooit verslagen. De hoop op verandering werd gevoed door de koppositie van Ivoorkust in groep 3 van het Afrikaanse kwalificatietoernooi. Kameroen mag dan een ervaren WK-deelnemer zijn, Ivoorkust had het thuisvoordeel en beschikt over stervoetballers als Didier Drogba, Arouna Dindané en Bonaventure Kalou, de grote broer van de in Abidjan onbekende Feyenoorder Salomon.

Eigenaar Roman Abramovitsj van Chelsea, de Engelse club van Drogba, was met een privévliegtuig naar Abidjan gekomen om `zijn' speler bij te staan. De Kameroenese spits Samuel Eto'o had al zijn teamgenoten een bonus van 2.000 dollar beloofd als de `Ontembare Leeuwen' zouden winnen. Die premie betaalt de speler van Barcelona uit eigen zak.

Een koortsachtig optimisme kenmerkte de dagen voor de wedstrijd. West-Afrikanen geloven niet in toeval, dus de mobilisatie was totaal. De goden werden aangeroepen tijdens een op televisie uitgezonden gezamenlijke bidsessie van katholieke kerkleiders, opperimams en evangelische profeten. De geesten werden tevreden gesteld door bezoekjes aan de toverdokter. De pers vulde kolom na kolom met bemoedigend commentaar van de man van de straat.

De regering stelde een half miljoen euro beschikbaar om het stadion op te knappen. President Laurent Gbagbo deed ook een duit in het zakje: hij sprak `de Olifanten', zoals de nationale ploeg wordt genoemd, toe aan de vooravond van de match, in zijn residentie, en vertelde ze dat hijzelf een groot liefhebber van voetbal en tennis is. ,,Zonder het te weten, dragen jullie bij aan de vrede in ons land'', zei Gbagbo.

Hij had gelijk: na drie jaar crisis waren alle Ivorianen het eindelijk even met elkaar eens. Sterker, veel Ivorianen dachten dat een overwinning een goed voorteken zou zijn, een signaal dat de sluimerende burgeroorlog op zijn einde zou lopen, dat vrede nabij was.

Het begin was hoopgevend. Het lawaai na de aftrap schrikte de vleermuizenkolonie op die in de bomen in het stadscentrum woont. De vleermuizen die als een wolk over het stadion fladderden, waren volgens veel Ivorianen ook al een goed voorteken. Maar Kameroen domineerde en nam twee maal een voorsprong door doelpunten van Achille Webo. Drogba zorgde met twee treffer even zo vaak voor de gelijkmaker. Na de tweede gelijkmaker kwam Ivoorkust pas echt op dreef, maar de inspanningen van goden en geesten mochten niet baten. De nationale verzoening duurde precies 85 minuten: toen maakte de Kameroener Alioum Saidou een einde aan de Ivoriaanse droom en werd de eindstand bepaald op 2-3.

Na die 85ste minuut stopten de fanfares, verstomde het gejuich en bevroor het gedans op de tribunes. Het is verpest, kom op, we hebben genoeg gezien, we gaan, riepen de meeste toeschouwers. De laatste vijf minuten werden gespeeld in een verslagen stadion en een bedrukte sfeer: nog voor de scheidsrechter affloot, stroomden de uitgangen leeg.

,,De wereld is wreed'', zei mijn buurman, die de gehele wedstrijd een rozenkrans had omklemd en iedere keer dat het spannend werd kruisjes had geslagen. Waarna het debat onmiddellijk over ging op de schuldvraag. Volgens de één lag het aan doelman Gerard Gnahouan, die de bal twee keer nogal onhandig had laten passeren. Volgens de ander lag het aan de Franse bondscoach Henri Michel, vroeger de trainer van Kameroen. Hij had niet duidelijk genoeg voor het offensief gekozen.

De voetbalbond kalmeerde uiteindelijk de gemoederen: de Kameroeners, zo zei een woordvoerder `s avonds op televisie, hadden ,,eenvoudigweg beter'' gespeeld.

    • Pauline Bax