Aanval rebellen op ministerie Irak

Enkele tientallen rebellen in tien auto's hebben vanochtend een aanval uitgevoerd op het gebouw van het Iraakse ministerie van Binnenlandse Zaken. Daarbij werden twee politiemannen gedood.

De guerrillastrijders, die waren gewapend met raketwerpers en automatische wapens, trokken zich na hun kortstondige aanval terug. Het was niet duidelijk of zij verliezen hadden geleden. Volgens functionarissen was hun actie zorgvuldig gecoördineerd.

De aanval was de jongste van een reeks van dit soort, waarbij opstandelingen in grotere aantallen overdag de straat opgaan. Hun doel is volgens Amerikaanse en Iraakse regeringsbronnen voornamelijk propaganda: de bevolking te laten zien hoe sterk ze wel zijn.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken wordt er door de sunnitische minderheid die de ruggengraat van de opstand vormt van beschuldigd nauwe banden te onderhouden met shi'itische milities en zelf moordeskaders op pad te sturen. Het is een feit dat al vaak grotere en kleinere groepen sunnieten dood zijn gevonden die eerder door de veiligheidsdiensten waren opgepakt. Gisteren meldde de invloedrijke sunnitische Associatie van Islamitische Geestelijken dat zij in een lijkenhuis in Bagdad de lijken van twee geestelijken en drie andere mannen had ontdekt die drie dagen eerder waren gearresteerd door commando's van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

De spanningen tussen sunnieten enerzijds en shi'ieten (en Koerden) anderzijds stijgen nog in de aanloop naar het referendum op 15 oktober over de ontwerpgrondwet die naar de sunnieten vrezen hun verlies aan invloed na de val van Saddam Hussein alleen zal versterken. Sunnitische leiders hebben hun achterban opgeroepen de grondwet in zijn huidige vorm te verwerpen. Overigens zijn er nog steeds informele besprekingen tussen shi'ieten en sunnieten aan de gang om te proberen alsnog tot een vergelijk te komen, ook al is het document al formeel aan het parlement aangeboden. De Amerikaanse ambassadeur in Bagdad, Zalmay Khalilzad, had vorige week sunnieten en shi'ieten opgeroepen nog eens te gaan praten. In verband daarmee is nog geen begin gemaakt met het drukken van miljoenen exemplaren van de ontwerpgrondwet die onder de bevolking moeten worden verspreid.

In Tal Afar in het noorden van Irak is nu al enkele dagen een groot Amerikaans offensief tegen rebellen aan de gang. Amerikaanse troepen verdreven vorig najaar opstandelingen uit de stad, en droegen vervolgens de controle over de stad aan het Iraakse leger over. De Irakezen raakten echter de controle over Tal Afar weer kwijt, en de opstandelingen keerden massaal terug. Hoeveel slachtoffers inmiddels bij het offensief zijn gevallen, is niet bekend. Volgens plaatselijke medische bronnen was het te gevaarlijk om ambulances naar het strijdperk te sturen.