Zoeken naar de vijand

De tweede lichting Nederlandse commando's demonstreren ingevolgen journalisten hun werkwijze in Zuid-Afghanistan. Ze prevaleren praten boven schieten. ,,We zijn heus niet uit op actie.''

In de dorre vlakte bij Kandahar, vlak naast een voormalig trainingskamp van Al-Qaeda, ratelen de mitrailleurs. In het uiterste Zuiden van Afghanistan demonstreren Nederlandse commando's een `vuurcontact' met de Talibaan. Rook en stofwolken stijgen op als de boordschutters van de twee open jeeps hun zware mitrailleurs leegschieten op de imaginaire vijand. Nadat de voertuigen zich hebben teruggetrokken scheren Chinook-helikopters laag over de huizen van het verlaten dorp. ,,Pas op, óórtjes!'', roepen de commando's. Met een daverende klap slaat een anti-tankraket in de lemen muur.

Het is een flitsende show waarover op het ministerie in Den Haag lang is geaarzeld. De operatie in het uiterste Zuiden van Afghanistan is vanaf het begin met de grootste geheimhouding omgeven. Over het precieze mandaat ervan werden geen mededelingen gedaan; Kamerleden hadden veel vragen over de juridische status van op te pakken verdachten die betrokken zijn bij Al-Qaeda. Pas ná het verongelukken van een Nederlande transporthelikopter, in juli (één lichtgewonde), onthulde het ministerie waar de commando's precies zijn gestationeerd.

Nu, twee maanden na de start van de missie, wil Defensie meer openheid geven over het optreden van alweer de tweede lichting van de ongeveer 165 commando's en mariniers – zij het onder voorwaarden. Journalisten zijn ingevlogen voor een programma dat slechts zes uur duurt. Niet alle vragen worden beantwoord. Voorlichters van het departement hebben dit artikel voor publicatie gelezen, om te voorkomen dat militair gevoelige informatie uitlekt.

Toch komen tijdens het bliksembezoek een aantal essentiële zaken over de missie aan het licht. Net als de andere Nederlandse peace keepers van de vredesmacht ISAF in het Noorden van Afghanistan hanteren de elitesoldaten in principe de soft approach. Midden in het voormalige kerngebied van de Talibaan gaan de commando's op de thee bij de dorpsoudste, verlenen ze medische hulp en prefereren ze praten boven schieten. En al wordt er van officiële zijde geen woord over gezegd, tijdens het bezoek wordt nóg iets duidelijk: het arresteren van verdachten behoort niet tot de competenties van de Nederlanders. Mocht er een topstuk van Al-Qaeda door de Nederlanders worden opgepakt, dan wordt deze overgedragen aan Amerikaanse autoriteiten – zij plaatsen de verdachte onder arrest. Tot nu toe is dat nog niet gebeurd.

,,Onze boys'', zegt kolonel Kees Vollaard, ,,opereren hier op het scherp van de snede.'' De pas benoemde commandant van het Korps Commandotroepen geeft in Kandahar zelf leiding aan de tweede groep van de NLD-Special Forces Taakgroep-A. Tijdens een briefing in een hoekje van de enorme Amerikaanse vliegbasis bij Kandahar geven Vollaards stafofficieren voor het eerst tekst en uitleg over de missie.

Tot nu toe meldde Den Haag dat het operatiegebied van de commando's zich ,,ergens in Zuid-Oost Afghanistan'' bevond. Nu wijzen de commando's op een gebied ten zuiden van Kandahar, in een rechthoek die in het Zuiden en Oosten grenst aan Pakistan. De Nederlanders dragen de volledige verantwoordelijkheid in de districten Registan en Shorabak, een onherbergzaam gebied dat ongeveer half zo groot is als Nederland, maar waar slechts 12.000 mensen wonen. Al vliegende blijkt pas goed hoe onherbergzaam het is: eindeloze zandduinen worden doorsneden door scherpe rotspunten. Opwaaiend zand en stofstormen trekken voorbij aan de Chinook.

De commando's hebben de taak om dit barre land langzaam geschikt te maken voor de NAVO-vredesmacht ISAF. Na het pacificeren van het Noorden en het Westen moet volgend jaar, zo is de bedoeling, de oorlog tegen het terrorisme definitief voorbij zijn in Kandahar. Daarvoor moet natuurlijk de `vijand' worden uitgeschakeld, zeggen de commando's, maar moeten vooral allereerst de hearts and minds van de lokale bevolking worden veroverd. ,,Wij gaan hier voor de lange adem'', zegt kolonel Vollaard. Volgende week zullen vertegenwoordigers van hulpverleners onder begeleiding van de commando's de woestijn intrekken. De zwaar bewapende militairen verlenen ook zélf, zij het op kleine schaal, humanitaire hulp. ,,Als wij ze een toekomst bieden'', zo zegt kapitein `Paul' (zijn achternaam wil hij om veiligheidsredenen niet geven), ,,dan hebben ze de Talibaan niet nodig.''

Maar zijn er eigenlijk nog wel vijandelijke strijders in het operatiegebied? Over het Nederlandse vak was van tevoren weinig bekend: de Amerikanen hadden het tot nu toe links laten liggen. De afgelopen twee maanden hebben patrouilles het in kaart gebracht. Daarbij is tot nu toe, zo zeggen de officieren, niets gebleken van Anti Coalition Militants, de nieuwe verzamelnaam voor de resten van Al-Qaeda en de Talibaanstrijders. ,,Er hebben zich incidenten voorgedaan die kunnen worden toegeschreven aan de Talibaan'', zegt overste `André'. Onlangs werden zeven agenten op een geïsoleerde politiepost overvallen en gedood. De lokale bevolking vertelde echter dat dat ook te maken kan hebben met de exorbitante tolheffingen die de agenten opeisten. ,,Wie is de vijand?'', zegt de overste. ,,Dat is hier het probleem.''

De commando's in de Afghaanse woestenij zeggen klaar te zijn voor als de tegenstanders toch opduiken. De mannen, onherkenbaar door een khaki shawl en donkere zonnebril, benadrukken zelf dat ze razendsnel kunnen omschakelen van de `zachte' aanpak naar dodelijk geweld. ,,We zijn heus niet uit op actie'', zegt luitenant `Harry'. ,,Er kunnen slachtoffers vallen. Hier zijn zij dominant, dit is hún terrein.'' Als hij wegloopt maken zijn voetstappen kleine stofwolkjes in het zand. ,,Maar we hebben ervoor getraind. Wat mij betreft mogen ze komen.''

    • Steven Derix