Wat drilt het lekker

De verleiding in de rode, glanzende ketel soep te koken, is groot. Brandnetelsoep bijvoorbeeld. Want waarom staat die betonmolen nu in de tuin? Omdat de man-in-huis niet zo goed tegen groen kan, zeker niet als het sneller groeit dan hij met zijn gifspuit wegspuiten kan. Dus, is nu het plan, krijgen we voorin, middenin en achterin de tuin drie strakke, onderhoudsvrije betonnen terrassen, met elkaar verbonden door een betonnen pad, zodat aanraking van schoenen met groen tot een minimum beperkt kan worden.

De bereiding van beton lijkt trouwens wel een beetje op koken. Koken voor reuzen.

Dit zijn de ingrediënten: 1 schep cement, 2 scheppen zand, 3 scheppen grind en water naar behoeven (ca. 2,5 liter voor ongeveer 25 kilo betonmortel, maar pas op dat het niet te nat wordt). Dit ongeveer tien keer herhalen voor een kleine kruiwagen. En dan mixen maar. 'Klonten zijn uit den boze', vermeldt het recept van de Praxis. (Je kunt trouwens ook gewoon een pak kant-en-klare mix gebruiken waar je alleen nog maar water aan hoeft toe te voegen.)

Maar koken voor reuzen zou de man-in-huis niet zo kunnen opwinden als het vooruitzicht van betonstorten. Al dagen verkeert hij in staat van opwinding, druk in de weer met graven en timmeren, terwijl hij met zijn laarzen de jonge vergeet-me-nietjes vertrapt. Vandaag neuriet hij erbij. Vandaag is de dag. Waar chaos is, zal orde zijn. Waar natuur heerst, zal cultuur komen.

Als de betonmolen eenmaal aan het mixen is, weet ik dat we in de rode ketel nooit meer soep zullen maken. 'Moet je zien wat een smeuiig beslag', zegt hij. 'Wat drilt het lekker. Het ruikt ook zo heerlijk, naar natte kelder. En het kletst zo lekker de kruiwagen in.' Maar bovenal vindt hij het een fascinerend vergrijp om het cement daarna met een lat uit te spreiden over de egaal gemaakte tuin. Waarom moet ik nu opeens aan de roman De cementen tuin van Ian McEwan denken? En verbeeld ik het me, of ziet de man-in-huis opeens wat grauw?

Hij valt dood neer in zijn eigen verse beton. De man in De cementen tuin bedoel ik. Terwijl hij dus bezig is het hele huis, voor en achter te omringen met cement - 'het zal er netter uitzien' - krijgt hij een hartaanval. Een paar dagen eerder hadden zoon en dochter aan tafel nog de spot met hem gedreven: 'Ik heb vandaag iets in de tuin gezien', had de zoon gezegd, 'waar ik echt van ben geschrokken.'

'O ja?', zei zijn zus, 'wat dan?' 'Een bloem.'

Rottende lucht

Moeder in De cementen tuin eindigt trouwens ook in het cement, in een koffer in de kelder, maar omdat het mengsel niet goed is (te veel water?) ontsnapt na een tijdje een zoete, rottende lucht en ondertussen doen de kinderen alsmaar dingen met elkaar die kinderen eigenlijk niet met elkaar zouden moeten doen.

'Waar zijn de kinderen eigenlijk?' Mijn vraag gaat verloren in het gulzige geluid van de mixer.

Man-in-huis wijst eerst naar zijn oren en steekt dan zijn duim op. Alles komt goed, betekent dat.

Deze ochtend heeft hij een ton aan cement, zand en grind laten komen.

Ik trek me terug in huis met de Tuinencyclopedie, hoofdstuk kuipplanten - misschien dat die het ook leuk doen in een betonmolen.