UNIFIL in Libanon

In `Zij waren jongens. En ze wisten weinig' bracht Jeroen van der Kris op 27 augustus in Zaterdags Bijvoegsel een verhaal over de Nederlandse vredesmissie tussen 1979 en 1985 in Libanon. Van der Kris volgde enkele veertigers, die destijds een deel van hun dienstplichttijd in Zuid-Libanon hadden doorgebracht en die onlangs nog eens terugkeerden naar dat gebied.

In het begeleidende kader wordt een aantal correcte achtergrondfeiten genoemd. Maar geheel ten onrechte wordt hierin gesteld, dat in 1982 Israël Libanon opnieuw binnenviel ,,ook nu weer na een aanval van de PLO''. Als defensie-attaché heb ik destijds, samen met mijn Westerse collega's, de voorbereiding en uitvoering van Israëls Libanoninvasie gevolgd. De regering Begin, met Sharon als minister van Defensie, wilde om een veelvoud van redenen Libanon binnentrekken. Medio 1981 had de Amerikaanse bemiddelaar Habib nog met premier Begin en PLO-leider Arafat een akkoord bereikt. Er zou niet meer over de Israëlisch-Libanese grens op elkaar worden gevuurd. De PLO had destijds al ongeveer tien jaar vanuit Libanon haar vrijheidsstrijd – door Israël bestempeld als terreur – gevoerd. Arafat zag een kans liggen op politieke erkenning. Door de PLO werd vanaf dat moment niet meer over de grens gevuurd. Anderzijds had Sharon voorjaar 1982 zijn voorbereiding voor een grootscheepse militaire operatie voltooid: één van de doelstellingen was de verdrijving van de PLO. Het wachten was op een aanleiding. Omdat Arafat die niet verschafte werd de moordaanslag in Londen van 3 juni 1982 op Israëls ambassadeur Argov gepleegd door de uit de PLO gestoten splintergroep van Abu Nidal – in feite niet legitiem – door Israël als startschot gekozen voor zijn invasie.