Tonio Hildebrand

Vandaag, 3 september, is Tonio Hildebrand begraven. Einde van een tijdvak? Die uitdrukking kun je niet meer gebruiken. Iedere dag wordt wel ergens in een krant of op de televisie het einde van een tijdvak afgekondigd. De dood van Tonio Hildebrand is een teken. Een generatie vervaagt, en daarmee een sfeer, de herkenbaarheid van het gemeenschappelijk verleden. En binnen een generatie is er dan nog duidelijk onderscheid tussen bepaalde clubs, die als niet nader georganiseerde stammen een vaag afgebakend territorium delen, een stad, een buurt, de cafés met alle hebbelijkheden die daar in de loop der jaren groeien. Tonio Hildebrand was Amsterdam, het centrum, de café-society ongeveer tussen 1955 en 1990, de racerij van Zandvoort, de handel in gebruikte auto's, vriendschappen met kunstenaars, onduidelijke relaties in de schemering van de onderwereld, feesten en avontuur.

In de necrologieën wordt hij `een schelm' genoemd. Zeker als het gebruikt wordt in de betekenis van iemand die een avontuurlijk leven leidt, is het een goed woord. Aan de regels van het ordelijk leven heeft hij zich nooit veel gelegen laten liggen. Dat begon al in zijn vroege jeugd, toen hij met zijn vriendje Hein ten Harmsen van der Beek een nieuwe diersoort, de kleurmuis ontwikkelde. Bij de dierenhandelaar werd een aantal witte muizen gekocht. Die moesten dan even door een badje met groene, rode of gele ecoline zwemmen. Met de op die manier gekweekte varianten gingen ze de buurt in om de unieke exemplaren met een zekere winst weer te verkopen.

Deze techniek van de metamorfose heeft hij later toegepast bij de import van Amerikaanse auto's uit Duitsland waar ze door repatriërende militairen werden verkocht. Om de importbelasting te drukken werd zo'n auto dan wel eens zwart gespoten, en bij stationwagons werd bovendien een kruis op het dak gezet. Begrafenisauto's en zeker lijkwagens waren aanzienlijk minder waard, waarmee de belasting sterk gedrukt werd. Het was een wat gecompliceerde methode, maar één van de leuzen waarmee Tonio Hildebrand zich door de wereld sloeg was: `Waarom eenvoudig als het ook ingewikkeld kan.'

Zolang hij geld had, was hij een buitengewoon gulle en gastvrije man. Een enkele keer kwam je hem tegen, niet somber of uit het veld geslagen, maar wel met een wat andere gezichtsuitdrukking. Wat is er, Toon? `Ik ben leeg.' Dat was een toestand tegen zijn levensbeginselen. Al vlug was er hier of daar weer een rootje verdiend, dat wil zeggen duizend gulden, waarmee de toegang tot het vrolijke leven opnieuw vrij was. Hij had een zeldzame eigenschap: hij gaf de moed nooit op, hij was onverslaanbaar.

Een jaar of zes geleden kreeg hij een hersenbloeding waardoor hij aan beide benen en zijn linkerarm verlamd raakte. Kort nadat het hem was overkomen, ging ik bij hem op bezoek in het ziekenhuis van de Vrije Universiteit. Een ingewikkeld gebouw, waarin ik op de verdieping van bestemming toch nog verdwaalde. Tot ik op het goede spoor werd gebracht door de geur van sigarenrook. Daar zat hij, in een rolstoel, omringd door patiënten die geboeid tot verbluft naar de avonturen van Tonio Hildebrand luisterden. Daarna heeft hij in zijn roelstoel het gebruikelijke leven hervat. Veel telefoneren, sigaren roken en buiten de deur eten en drinken zolang geld en energie daartoe strekten. Toen kwam de kanker. Opnieuw heeft hij zich lang verzet. Ten slotte kon hij nauwelijks nog praten. Hoe gaat het, Toon? Hij wees met zijn duim naar beneden.

Het beste signalement dat ik van hem gelezen is, staat in Bel Ami, de roman van Guy de Maupassant. De held heet daar Georges Duroy. Hij heeft in het Franse leger gediend is juist terug in Parijs, heeft van bijna zijn laatste geld lekker gegeten en loopt het restaurant uit. `Daar hij van nature een fiere houding had, strekte hij zijn rug kaarsrecht, draaide zijn snor op en wierp een snelle blik op de mensen die nog zaten te dineren. Zo'n blik van een goed uitziend man, die zich uitspreidt als een werpnet. De vrouwen hadden hun gezicht naar hem toegekeerd. Hij vroeg zich af wat hij zou gaan doen. Hij had nog drie francs. Bewaren om morgen te gaan eten, of nu bier drinken? Hij liep verder over de volle boulevard, stootte tegen schouders, duwde mensen opzij, week geen centimeter van zijn weg. Zijn verschoten hoge hoed stond een beetje schuin. Hij keek altijd alsof hij iemand uitdaagde, de voorbijgangers, de huizen, de hele stad. Hij had een opvallende zwierigheid, maar hij leek ook wel wat op de ongure man uit populaire romannetjes'. Georges Duroy, een Tonio Hildebrand anno 1885.

Old soldiers never die, they only fade away. Zo gaat het niet alleen met de ouwe soldaten. Hele generaties komen aan de beurt. Je beseft het weer als iemand als Tonio Hildebrand er niet meer is. Nooit meer over de kleurmuizen of Michael Schuhmacher praten. Niet meer een weet je nog? en dan een verhaal van vroeger. In ieder geval heeft hij zijn best gedaan, en niet vergeefs, om er een mooie tijd van te maken.

    • S. Montag