Tasbom, ledtol, zandkleur

Veel verontwaardiging klonk er over de AW-stelling dat het nergens voor nodig is om half Utrecht te ontruimen als blijkt dat er in een treinwagon een computertas is achtergebleven. Zelfs als er een paar kilo TNT in die tas had gezeten was daarvan op zo'n 15 meter afstand van de trein - dus buiten de wagon - geen levensgevaar te duchten geweest, stond hier. Dat kun je op je vingers natellen. 't Was maar een orde van grootte, natuurlijk, misschien moest er nog vijf meter bij.

Ja, maar, schreven verontrusten, de Terroristen kunnen er toch spijkers bijstoppen of kogellagerkogels, of Kobalt, cesium en strontium zodat het een Vuile Bom is? En wie sluit uit dat er geen kofferkernbom in de koffer zit? Een suitcase nuke?

Niemand sluit dat uit, maar de vraag is of de overheid altijd met het ergste rekening moet houden. En of zij dan de kwade kansen altijd tot nul moet terugbrengen. En het antwoord is: nee, dat moet niet en dat doet zij ook niet, anders waren, bijvoorbeeld, de stalen vuilnisbakken op de stations allang weggehaald. De overheid accepteert risico's, ook als zij de grootte daarvan niet kent.

Nu goed. Er was weer geen één lezer die een beetje had meegerekend of zelf de proef op de som had genomen. Aan zulke lezers is een groot gebrek. Daarom is het zo bijzonder om te kunnen melden hoe twee openstaande AW-kwesties door nauwgezet vervolgonderzoek van anderen tot oplossing zijn gebracht.

Op 9 juli ging het hier over het plastic speelgoedtolletje `i-Top' dat onder meer bij Intertoys te koop is. Het is een tol waarin twee batterijen en een rij van 8 rode led-jes (mini-lampjes) zijn opgenomen. Als de speler de tol een flinke draai geeft dan verschijnen er woorden en getallen, zoals bij een lichtkrant. Dat is te danken aan die led-jes die razend snel en in precies het juiste tempo aan en uit floepen. De centrale regeling komt natuurlijk van een microprocessor met geheugen en een tijdmeter (klok).

Onder meer registreert de tol zijn draaisnelheid en houdt hij bij hoeveel omwentelingen hij heeft gemaakt. Twee maanden geleden ging het over de vraag hoe de tol weten kon wanneer-ie precies één keer was rondgedraaid. Het bleek dat hij zich oriënteert op het aardmagnetisch veld. Hij houdt draaiend bij hoe vaak de magnetische noordpool voorbij komt. De AW-suggestie was dat de tol misschien was uitgerust met een spoeltje waarin door het aardmagnetisch veld een wisselende stroom werd opgewekt. Maar er zouden ook Hall-elementen gebruikt kunnen zijn.

Het is een spoeltje, laten medewerkers van het Laboratorium voor Elektronische Instrumentatie van de TU-Delft weten. Zij hebben de i-Top opengebroken en ontdekten het niet eens zó kleine spoeltje ergens in zijn ingewanden. Het is een spoeltje met een ferrietkern, maar dankzij een laklaag lijkt hij meer op een weerstand.

Essentieel is dat de elektrotechnici slaagden waar het AW-labo faalde: zij konden de i-Top laten draaien in een ruimte waarin het aardmagnetisch veld tot praktisch nul was teruggebracht: een Zero Gauss Chamber. Die kamer ziet eruit als een beschuitbus waarbinnen een kleinere beschuitbus is aangebracht die nergens aan de buitenbus raakt. Beide bussen hebben deksels met kleine inspectie-openingen. Binnen- en buitenbus zijn gemaakt van -metaal, een bijzondere legering van ijzer en nikkel met een ongewoon hoge magnetische permeabiliteit. Het effect is dat de veldlijnen van het aardmagnetisch veld bijna geheel door de wand lopen. In het binnenste van de binnenbus is geen noemenswaardig veld over.

En daar lieten zij de i-Top draaien! Het resultaat was verbluffend: de i-Top deed het niet. De microprocessor raakte de kluts kwijt en de led-jes bleven permanent branden. Alles klopt dus. En de labo-collega's gingen verder, want na proeven met een veld nul lag het voor de hand de stilstaande i-Top te plaatsen binnen een extra krachtig, maar pulserend magnetisch veld, zoals dat binnen een grote spoel met een signaalgenerator is op te wekken. Dat veld sprak de processor wèl aan.

De foto's slaan op een AW-aflevering van 4 juni waarin was geprobeerd na te gaan of fijn zand en grof zand door de zon in verschillend tempo opwarmen. Er was een melding dat fijn strandzand onder de tropenzon heter wordt - of voelt - dan grof zand. Van AW-wege kon aannemelijk worden gemaakt dat fijne suiker (poedersuiker) inderdaad sneller opwarmt dan grove suiker (kristalsuiker). Een paradox leek dat, want poedersuiker is veel witter en weerkaatst dus meer licht dan kristalsuiker.

Dat laatste is al gecorrigeerd want het was au fond niet zó paradoxaal. Het meetresultaat was behaald onder een strijkijzer en dat geeft een heel ander type straling af dan de zon. Het kan best zijn dat poedersuiker voor langgolvig infrarood wel degelijk donkerde lijkt dan kristalsuiker.

Lezer C. van Essen in Steenwijk brengt de kwestie nu verder. Hij vulde twee ontwikkelbakjes uit de doka met respectievelijk fijn en grof gezeefd zand. En niet zomaar zand: het fijne zand was eolisch Steenwijk-zand met een korrelgrootte minder dan 0,6 mm en het ander was scherp metselzand (rivierzand) met een korrelgrootte tussen 0,6 en 1,2 mm. Per bakje ongeveer 2,4 kilogram. De bakjes werden voorzien van secure thermometers en op een zonnige juni-dag in de volle zon gezet. De zandtemperatuur liep daarbij op tot ruim boven de 45 graden Celsius en het grove zand werd onmiskenbaar het warmst. Ook als beide bakjes waren afgedekt met een vel wit papier.

Voor het tweede deel van zijn proeven bracht Van Essen fijn en grof zand in reageerbuisjes waarin zich een thermometer bevond. Opnieuw werd het buisje met grof zand in de zon sneller warm dan dat men fijn zand. Dat was nog steeds zo als het zand vooraf was ontkleurd door het uit te logen met HCl (zoutzuur). Maar onder een 150 watt infrarode Philips-lamp warmden de beide zandsoorten even sterk op. Daarom trekt Van Essen toch de conclusie dat niet de korrelgrootte maar de kleur van het zand (het absorptiespectrum) beslissend is. Afhankelijk van de kleur kan dus ook fijn zand eerder opwarmen.

    • Karel Knip