Steun voor Europese boer en platteland zal blijven

De discussie over landbouw kenmerkt zich dikwijls doordat men aspecten uitvergroot. Zo ook de subsidies die minister Veerman incasseert via het Europese landbouwbeleid. Gelukkig dat E.P. Wellenstein (Opiniepagina, 26 augustus) een paar zaken in zijn verband plaatst, met name ook de dubieuze Britse benadering. Met de gesignaleerde misinformatie doet men de Europese landbouw groot onrecht.

Wij moeten vrezen dat grote delen van de grondgebonden landbouw niet zullen overleven in een vrije markteconomie voor agrarische grondstoffen. Granen, soja, suiker en rundvlees zijn goedkoper buiten Europa.

Teneinde de pijn te verzachten is tot 2013 de mogelijkheid geopend door middel van directe inkomenssteun een deel van de boeren in de benen te houden. Met een dergelijk voorstel kan men voor de dag komen in de WTO. Immers, de VS en bepaalde landen in Oost-Azië steunen hun landbouwmarkten in aanzienlijke mate.

Bepaalde agrarische sectoren zullen de globalisering wel overleven: de glastuinbouw, streekgebonden producten en producten die per se vers moeten zijn, zoals melk voor directe consumptie of desserts. Door de toenemende concurrentie van agrarische grootmachten, b.v. Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika, zal massaproductie in Europa niet lonend zijn. In ons werelddeel zijn de twee belangrijkste productiemiddelen, grond en arbeid, te duur.

Is er dan geen hoop meer voor de boer? Jawel! Continentaal Europa wil niet dat de boer uit het landschap verdwijnt. Velen vinden dat wij onze eerste levensbehoeften niet op nog grotere schaal van overzee moeten aanvoeren. Anderen vinden dat wij de Europese boer niet het lot kunnen laten ondergaan van de Afrikaanse koffieboer. Kortom, steun voor boer en platteland zal blijven.

    • Ir T. Kaastra