Open de containers met Chinese kleren

De Europese Unie heeft zich gedragen als het scherts-instituut waarvoor de Chinese regering het houdt. Vanaf begin dit jaar zou de import van textielproducten uit China vrij zijn. Maar toen die sprongsgewijze toenam en Zuid-Europese textielproducenten klaagden, sprak de Europese Commissie toch quota af met de Chinese regering. Het gevolg was dat bestellingen van truien en broeken voor winkels als de Bijenkorf en C&A in containers op Europese kades bleven liggen, omdat ze boven de haastig afgesproken limieten kwamen. Het laat zien hoe snel landen van Chinese importen afhankelijk raken. De Commissie bezit genoeg deskundigheid om bij afspraken over nieuwe quota daarmee rekening te houden, wat helaas niet is gebeurd.

Aanvankelijk dacht Eurocommissaris Peter Mandelson de geschade Noord-Europese importeurs van Chinese textiel af te poeieren door hun integriteit in twijfel te trekken. Zij zouden hun bestellingen op het laatste moment `onder de afrastering' van de quota door hebben gedaan. Inmiddels weet hij wel beter en is hij teruggekeerd naar China om te onderhandelen. Maar om de containers te openen en de inhoud verder te transporteren naar Vendex of de Hema heeft Mandelson de Chinese regering niet meer nodig. Het is vreemd daarvoor extra quota voor andere Chinese textielexporten in de plaats te vragen. China kan dus met de armen over elkaar toekijken hoe de Europese Commissie haar eigen importeurs schade berokkent. De onderlinge onenigheid van de verschillende regeringen en belangengroepen over deze kwestie bevestigt het Chinese beeld van Europa als een wankel instituut zonder reële macht.

Mandelson moet de containers dus zo snel mogelijk vrijgeven aan de rechthebbenden. Eenmaal gedane bestellingen van textiel moeten worden gehonoreerd, anders vallen er door Chinese en Europese bedrijven geen zaken te doen met de EU. De betrouwbaarheid van Brussel staat op het spel. Mandelson wil de vrijgegeven truien en broeken aftrekken van de quota van volgend jaar, maar het is te laat de grenzen weer te sluiten voor Chinees textiel. De producenten uit Italië, Spanje, Portugal en Frankrijk hebben tien jaar de tijd gehad zich aan de nieuwe situatie aan te passen. Vaak zijn zij zelf importeur geworden van textiel uit Noord-Afrika en uit Turkije waarover de Europese protectie zich dan uitstrekt. Uiteindelijk is het een achterhoedegevecht om banen die vroeg of laat toch naar lagelonenlanden zullen verhuizen. Chinese bedrijven kunnen nu al voor westerse opdrachtgevers even goede kwaliteit leveren als Italiaanse of Portugese, maar dan voor een fractie van de prijs. Dan zit er voor de dure producenten niets anders op dan aanpassing.

China heeft alle belang bij rust aan het exportfront. Veranderingen mogen niet te abrupt verlopen, op het gevaar af dat de nieuwe markten door protectionistische opwellingen verloren gaan. De wereldhandel is daarbij niet gebaat. Amerika, dat zes keer zoveel importeert uit China als uitvoert naar China, heeft net als Europa een dispuut over textiel. Na het mislukken van de besprekingen heeft de Amerikaanse regering afgelopen donderdag quota opgelegd voor twee soorten textiel, drie dagen voor het bezoek van president Hu Jintao aan Washington. De Amerikaanse regering heeft gedreigd met verdere quota als de uitkomst van de besprekingen niet bevredigend is.

Maandag begint de Europese Unie met economische besprekingen in Peking. De hoop is dat er dan al een nieuw textielakkoord is. Er resteren nog genoeg economische onderwerpen waarover Europa het met China moet hebben. Dit vooronderstelt wel dat de Commissie een heldere koers vaart en één lijn trekt tussen alle uiteenlopende belangen. Op het gebied van handel moet Europa zijnstatus als wereldmacht behouden.