Na Katrina wacht Bush politieke storm

Naarmate de dagen verstrijken, wordt pijnlijker duidelijk dat, hoewel Katrina een natuurramp is, overheidsfalen op alle niveaus de ramp heeft vergroot.

In een zeldzaam mea culpa gaf de Amerikaanse president Bush gisteren toe dat de reddingswerkzaamheden in het zuiden van de Verenigde Staten de afgelopen dagen ,,onacceptabel'' waren. Dat was voor de rest van het land al duidelijk: in tijden van nood is het redden van mensen en het bewaren van de orde de belangrijkste prioriteit van een regering. Geen van beide was gelukt.

De president, zich bewust van die kritiek, bezocht gisteren het rampgebied. Hij sprak met lokale functionarissen, omarmde vluchtelingen en toonde medeleven met slachtoffers. Het was bedoeld om de Amerikanen gerust te stellen dat hij wel degelijk betrokken is bij hun leed en om de kritiek op zijn – door velen als traag bestempelde – reactie van de afgelopen dagen tegen te gaan.

Zijn woorden en bezoek zullen niet voldoende zijn om de kritiek te sussen, denken commentatoren nu al. Naarmate de dagen verstrijken, wordt pijnlijker duidelijk dat, hoewel Katrina een natuurramp is, overheidsfalen op alle niveaus de ramp heeft vergroot.

Allereerst is door de verkoop van moerasgebied in de kustgebieden aan projectontwikkelaars de natuurlijke verdediging van New Orleans afgebroken. Een project om dit te herstellen, werd door de federale overheid afgeblazen. Het werk aan de dijken rond de stad werd volgens de Times-Picayune, een lokale krant in New Orleans, in 2003 stilgelegd omdat het geld nodig was voor de oorlog in Irak en binnenlandse veiligheid.

Ten tweede rijst nu al de vraag of het Federal Emercency Management Agency (FEMA) dat de federale noodhulp coördineert, niet is geslachtofferd ten behoeve van de strijd tegen terreur. De oud-directeur van de organisatie, James Lee Witte uitte vorig jaar zijn bezorgdheid tegenover het Congres en zei dat ,,het vermogen van ons land om zich voor te bereiden en te reageren op natuurrampen is geërodeerd''. Een groot deel van het eerste-hulppersoneel in Louisiana, Mississippi en Alabama dient bovendien in Irak. Het na de aanslagen van `11 september' opgerichte ministerie van Binnenlandse Veiligheid bleek onvoldoende ingesteld op noodhulp na een natuurramp.

Het betekent dat een tweede storm nadert, een politieke. Democraten en Republikeinen – die de Congresverkiezingen van volgend jaar zien naderen – begonnen gisteren voorzichtig kritiek te uiten op het overheidsfalen. De uit Louisiana afkomstige senator Mary Landrieu (Democraat) riep op tot actie. ,,De tijd van woorden is voorbij'', zei ze.

Congreslid Mark Foley (Republikein) zei het Congres te zullen voorstellen om de FEMA van het ministerie van Binnenlandse Veiligheid te scheiden. Zijn collega Newt Gingrich (ook Republikein) vroeg zich af wat dit ministerie de afgelopen vier jaar heeft uitgevoerd. Als de regering gelooft dat zij is voorbereid op een aanval met biologische of chemische wapens, waarom kan zij dan niet adequaat reageren op een dagen van te voren aangekondigde natuurramp, zei hij.

Het is belangrijk voor Bush om te laten zien dat hij meer is dan een oorlogspresident. Hij staat onder politieke druk: de steun voor zijn presidentschap zakte deze maand tot onder de 40 procent, een ongekend laag percentage voor een president in een tweede ambtstermijn. Het aanhoudende geweld in Irak, almaar stijgende olieprijzen – gisteren soms met 60 dollarcent per gallon – en zijn sociale-zekerheidsplannen doen vermoeden dat hij op die punten de steun van zijn volk alleen maar kan verliezen.

    • Titia Ketelaar