Het tweede-albumtrauma van Coldplay

Joost Zwagerman heeft de hele zomer geprobeerd naar `X&Y' te luisteren, maar het is niet gelukt. Coldplay is aan onzekerheid ten onder gegaan

In mijn vakantie heb ik herhaaldelijk geprobeerd het nieuwe album X&Y van Coldplay erg goed te vinden. Vooruit, nóg maar eens luisteren... Die pogingen leken onbehaaglijk veel op werken. En dan is het nog niet gelukt ook. Ik was natuurlijk gewaarschuwd door allerlei lauwe recensies, maar die schreef ik nog toe aan een mogelijk snelle verveeldheid en ingebakken geborneerdheid van sommige beroepsluisteraars. Juist die matheid van die recensenten stemde argwanend. Want als `X&Y' inderdaad tegenviel, dan was dat niet iets om laconiek over te doen. Coldplays vorige album, `A Rush of Blood Through The Head ' uit 2002, heeft binnen drie jaar de status verkregen van een `datum' in de popmuziek. Het is zo'n zeldzaam album dat zich onherroepelijk in je ziel blijkt vast te klinken en waar je zó aan gehecht raakt dat het album gaat fungeren als een klankgeworden talisman. Een baken, dat album. Driekwart van de nummers op `A rush of blood...' klinkt alsof ze er altijd al geweest zijn. Er zullen weken, maanden zijn dat je niet in de steming bent voor songs als `The Scientist', `Clocks' en `Warning Sign'. Maar je weet ook: ze zullen nooit gaan vervellen of alsnog teleurstellen. Het zijn, net als bijvoorbeeld `Watching the Detectives' van Elvis Costello en `God Only knows' van de Beach Boys, liedjes voor de eeuwigheid van een mensenleven dat door popmuziek wordt gestoffeerd.

En dan komt van zo'n band, die in 2002 zoiets magnifieks presteerde, het nieuwe album uit en verwacht je toch minimaal een glimp terug te horen van de magie van `A Rush of Blood Through The Head'. Maar het heeft niet zo mogen zijn. Dat `X&Y' een afknapper is, is nog een eufemisme. De onthutsende inwisselbaarheid van het album zet die lauwe reacties in de pers in een opmerkelijk daglicht. Hebben die vakrecensenten dan nooit van `A Rush of Blood...' gehouden? Ik had verslagenheid en verbazing verwacht, maar ik las alleen maar onverschilligheid en hautain misprijzen. Alsof men het heimelijk wel prettig vond een prachtband in potentie af te kunnen serveren.

Het manco van `X&Y' is samen te vatten met één merknaam: U2. Er is natuurlijk niets mis mee om te laten horen waar en bij wie je vandaan komt, integendeel. De beste pop is pop met een voorland en een familie. Zonder Captain Beefheart geen Tom Waits, zonder Jimi Hendrix geen Prince, en zonder Prince geen Speakerboxxx; zonder Bob Dylan geen Thom Yorke en zonder Jane Birkin en Depeche Mode geen Vive la Fête – en zo vallen er nog honderden namen te noemen. Maar schatplicht en bewondering kan kapseizen onder intimidatie en epigonisme. Zonder U2 geen Coldplay, akkoord. Maar het opmerkelijke was dat Chris Martin en zijn vrienden met `A Rush of Blood...' de pathos van U2 vermengden met een geheel authentieke introvertie en een bijna-gedrprimeerdheid. Chris Martin klonk op de langzame nummers van `A Rush of blood...' als Bono's neusverkouden neefje dat maar niet de lappenmand uit kan komen: U2 galmt en viert, Coldplay talmt en twijfelt – dat was het verschil.

En nu? Nu hoor je op `X&Y' hoe Coldplays gitarist Jonny Buckland vanaf track één The Edge plagieert. Dat is geen spannend klankcitaat of een royale ode – het is armoedig en fantasieloos. De ballads op `X&Y' vormen nog wel de grootste desillusie. Waar kweelt Chris Martin in vredesnaam naartoe? Waarom hoort hij zélf niet hoe alle nummers mede door zijn veel te glad en professioneel geworden zang genadeloos op elkaar lijken?

Neem `What If' van `X&Y': het liedje wil tot in het merg `mooi' zijn, maar het beuzelt zich een weg naar een middelmaat die je met pijn in het hart nu dus óók moet toeschrijven aan Coldplay. Want juist bij `What If' dringt zich de gedachte op dat de band hier niet alleen in gesprek wil zijn met U2, maar ook met jaren-tachtigbands als Echo and the Bunnymen en Depeche Mode. Maar intussen valt het niet te onderdrukken dat `What if' eigenlijk een ideaal liedje is voor Elton John in zijn nadagen.

Al met al is Coldplay een nieuwe naam om toe te voegen aan lange lijst van bands met een `tweede album-trauma'. Zoals de literatuur bekend is met het fenomeen van de worsteling met het tweede boek, zo kent de popmuziek opmerkelijk veel voorbeelden van briljante tweede albums die voor de makers een juk bleken te zijn. `Nevermind' van Nirvana en `Closer' van Joy Division zijn wel de bekendste voorbeelden uit de afgelopen twintig jaar. Oasis gaat sinds het tweede album `What's The Story (Morning Glory)' uit 1995 stug door, met inmiddels toch wel de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat ze dit album nooit meer zullen overtreffen. Het Fleetwood Mac van na de toetreding van Lindsay Buckingham en Stevie Nicks haalde nooit meer het niveau van het tweede album `Rumours'. In Nederland is `Shrpritsz' van Herman Brood natuurlijk een legendarisch `tweede album'. En om twee voorbeelden uit andere domeinen te noemen: Destiny's Child maakte niet zo lang geleden bekend uit elkaar te gaan. Hun tweede album `The Writings on the Wall' hebben de drie dames niet weten te overtreffen. En George Michael dreigde lange tijd te bezwijken onder het commercieel en artistiek succes van zijn tweede solo-album `Listen Without Prejudice. Vol. 1.'

Maar in vergelijking met veel van de genoemde bands schrijnt de terugval nog nét even meer. Was `X&Y' nu maar gewoon `een iets mindere Coldplay'. Maar door de malle fixatie op U2 en een onbegrijpelijke verdrinking in overproductie en bombast devalueert de groep in één keer tot epigonen van een band waar Chris Martin en de anderen eigenlijk helemaal niet zo tegen op hoeven te kijken. Als ze hadden durven geloven in de uniciteit op `A Rush of Blood...', waren anderen hún epgionen geworden. Op het niveau van `het mooie liedje' zal Coldplay misschien nooit U2's `One' kunnen overtreffen, dat wonder van eenvoud, vanzelfsprekendheid en melancholie. Perfecte clip ook destijds, van Anton Corbijn. Maar terugkerend naar het soortelijk gewicht van die kennelijk zo cruciale tweede plaat. Welke `tweede plaat' wint het, U2's `October' of `A Rush of Blood Through The Head'?

Toegegeven, het is een nek-aan-nekrace. `October', ben je geneigd te antwoorden op grond van het imposante oeuvre dat U2 inmiddels heeft neergezet. Maar los van die latere verdiensten van U2 wint `A Rush of Blood...' het naar mijn smaak nipt van `October'. Coldplays Chris Martin zou het hiermee heftig oneens zijn. Aan U2 kan niets en niemand tippen, aldus de sympathieke maar onterecht onzekere Coldplay-zanger. Hoe zou `X&Y' hebben geklonken als iemand hem die misvatting uit het hoofd had weten te praten?

    • Joost Zwagerman