Het klappertjespistool van de vergrijzing

De vergrijzing is in Nederland een schijnprobleem, zegt Bert de Vries. In zijn deze week verschenen boek levert de vooraanstaande CDA'er felle kritiek op de koers van zijn partij. `Ik proef bij Balkenende heimwee naar de eerste helft van de vorige eeuw.'

Bert de Vries weet niet meer wat hij drie jaar geleden in een interview zei over Jan Peter Balkenende. Hij zei toen dat het ,,sociale gezicht'' van het CDA bij de nieuwe leider ,,in goede handen'' was. Hij weet ook niet meer zeker of hij dat echt vond. ,,Misschien'', zegt hij nu, ,,is het waar dat ik in de tijd van de verkiezingscampagne nog wel dat gevoel had.''

Nu zal Bert de Vries dat niet meer zeggen. Het CDA, vindt hij, is onder leiding van Balkenende een neoconservatieve partij geworden die ,,het ideologische zoeklicht'' niet meer richt op zwakke, kwetsbare mensen, maar op mensen die mondig en geëmancipeerd zijn. En dat maakt hem, zegt hij, diep ongelukkig. Niet alleen omdat hij vindt dat het CDA de partij zou moeten zijn van gerechtigheid, solidariteit en rentmeesterschap. In zijn boek Overmoed en Onbehagen, dat afgelopen donderdag verscheen, schrijft hij: ,,Kiezers oproepen om rechtsaf te slaan mag.'' Je kunt ook vinden dat de overheid minder verantwoordelijkheid zou moeten hebben en dat burgers, organisaties en bedrijven meer zelf moeten regelen. Maar de argumenten die daarbij gebruikt worden kloppen niet, schrijft hij ook. En de doemscenario's van dit kabinet zijn vals.

Hij zegt: ,,De AOW wordt níet onbetaalbaar door de vergrijzing. Dat is een spookbeeld waar mensen in gaan geloven als je het maar vaak genoeg zegt. En Nederland is economisch gezien níet het slechtste jongetje van de klas.''

In de jaren tachtig was Bert de Vries fractievoorzitter van het CDA en van 1989 tot 1994 was hij minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het derde kabinet Lubbers. In 2002, het jaar van de Tweede Kamerverkiezingen en de moord op Pim Fortuyn, was hij tijdelijk voorzitter van de partij – na het aftreden van partijvoorzitter Marnix van Rij die CDA-leider Jaap de Hoop Scheffer had willen vervangen. Dat was ruzie geworden, en daardoor was ook Jaap de Hoop Scheffer afgetreden. Jan Peter Balkenende werd leider van de partij.

Raadsel

Bert de Vries, in zijn huis in Bennekom, loopt naar de boekenkast en trekt er een boekje uit van het Centraal Plan Bureau, Aging in the Netherlands, uit 2000. En het boek Leven in een ouder wordende samenleving uit 2003, een bundeling van artikelen over vergrijzing. Hij zegt: ,,Hier staat het open en bloot.'' De AOW zal fors duurder worden: in 2045 bedragen de uitgaven voor de AOW 9 procent van het bruto nationaal product. Maar de belastinginkomsten uit pensioenen, spaargeld en lijfrentes zullen ook fors stijgen als er meer ouderen zijn – volgens het CPB tot 8,4 procent in 2045. Het CPB schrijft dat ,,een kleine aanpassing'' genoeg zal zijn om de AOW in stand te houden.

In Overmoed en Onbehagen noemt Bert de Vries die rekensom ,,het best bewaarde geheim'' van Den Haag. Hij zegt: ,,Het is niet leuk om te zeggen, maar ik hou er rekening mee dat een overgrote meerderheid van de Kamerleden ervan overtuigd is dat de AOW onbetaalbaar wordt. Die lezen zulke publikaties niet. Voor Gerrit Zalm is het geen nieuws.''

Maar minister van Financiën Gerrit Zalm is van de VVD. Die partij, zegt De Vries, vindt het niet erg dat de verzorgingsstaat steeds verder wordt afgebroken. En de VVD zit in de regering. ,,Mijn grote raadsel is: hoe komt het dat Wouter Bos hier niets mee doet?''

En de politici van zijn eigen partij? Balkenende of staatssecretaris Karien van Gennip van Economische Zaken? Eerst zegt Bert de Vries: ,,Ik heb mijn boek vóór publicatie laten lezen aan deskundigen op het terrein van pensioenen. Ze noemden het een eye-opener.''

Dan begint hij over de bijeenkomst van Europese regeringsleiders in Lissabon, in 2000. Daar werd afgesproken dat Europa de meest concurrerende economie van de wereld zou moeten worden. Er zou maximale welvaart bereikt moeten worden om bijvoorbeeld de kosten van de vergrijzing te kunnen opbrengen. Want de andere landen in West-Europa, zegt Bert de Vries, hebben daar wél een probleem mee. In die landen betalen mensen die werken premies waarmee direct de pensioenen van ouderen worden betaald. In Nederland wordt ervoor gespaard – pensioenen worden gedekt door kapitaal. En als pensioenen en lijfrentes worden uitgekeerd wordt er belasting over geïnd. De Vries zegt: ,,Als je andere staatshoofden hoort over hun problemen met de vergrijzing, zou je kunnen denken: dan zullen wij dat probleem ook wel hebben.''

In zijn boek geeft Bert de Vries nog een andere verklaring. Het kabinet-Balkenende, schrijft hij, wil Nederland veranderen. Burgers, organisaties en bedrijven moeten vaker afspraken met elkaar gaan maken, ze moeten zelf verantwoordelijk worden voor voorzieningen die de overheid nu nog voor hen regelt. Er zal een `netwerksamenleving' gaan ontstaan met `dynamische arbeidsrelaties' waarbij inkomensbescherming niet vanzelfsprekend is. Vooral laag opgeleiden en mensen met korte, flexibele contracten zullen daaronder lijden. Maar het kabinet, schrijft Bert de Vries, denkt aan de middenklasse. ,,Die bevolkingsgroep wordt door de coalitie beschouwd als de – nogal egocentrische – ruggengraat van de samenleving en het electoraat. Mensen die zichzelf over het algemeen goed kunnen redden en weinig boodschap hebben aan solidariteit met medeburgers die het minder goed hebben getroffen.''

Bert de Vries denkt dat het kabinet nog niet precies weet hoe het mensen moet gaan uitleggen dat een Angelsaksische, hardere samenleving beter voor hen is dan de verzorgingsstaat uit het Rijnlandse model dat tot nu toe werd gevolgd. ,,Vastgesteld kan worden dat in de presentatie van het kabinet het accent tot nu toe niet ligt op de voorspoed die ons ten deel zal vallen in het land van belofte, maar op de rampspoed die ons zal treffen als we weigeren het Rijnlandse model op te geven.''

De Vries beschrijft hoe minister Gerrit Zalm van Financiën had bedacht dat de staatsschuld verminderd of afgelost zou moeten worden. Dat was tijdens de paarse kabinetten, toen er opeens enorme belastingmeevallers waren. Zalm wilde niet dat die werden gebruikt voor extra uitgaven. De Vries in zijn boek: ,,Wat Zalm nodig had was een hoger doel om het geld aan te besteden. En wat kan er dan belangrijker zijn dan het opvangen van de dreigende kosten van de vergrijzing?'' De Vries schrijft dat het CDA ,,als een blok'' viel voor het verhaal van Zalm. ,,In de ijver om de VVD-minister in soliditeit te overtreffen werd de ambitie zelfs nog aangescherpt: de hele staatsschuld zou in één generatie moeten worden afgelost.''

Bert de Vries noemt dat ,,een lange tocht door de woestijn'' en ,,een ernstige vergissing.'' Hij vindt: als de staatsschuld niet groter wordt, valt er goed mee te leven. In het boek rekent hij uit dat er dan per jaar vijftien miljard euro meer te besteden zou zijn dan nu. De volgende generaties erven dan wel een staatsschuld van 58 procent van het bruto nationaal product. ,,Maar ze erven ook een samenleving waarin tientallen jaren zo'n 20 miljard euro per jaar extra beschikbaar was voor een goed stelsel van sociale zekerheid, voor beter onderwijs, betere zorg en een betere kwaliteit van de infrastructuur.'' Er zou ook nauwelijks minder geld beschikbaar zijn voor de kosten van de vergrijzing.

Die kosten hebben niet alleen te maken met de AOW. Ook de gezondheidszorg wordt duurder als er meer ouderen komen. Volgens het CPB zullen die kosten de komende 35 jaar stijgen met drie procent, als percentage van het bruto nationaal product. De Vries denkt dat 1,5 procent daarvan veroorzaakt wordt door de vergrijzing. De kosten stijgen óók door nieuwe behandelmethodes, en ze stijgen omdat mensen meer geld over hebben voor hun gezondheid.

De Vries vindt dat ouderen in verpleeghuizen en verzorgingshuizen zouden kunnen gaan betalen voor onderdak en eten – als ze daar geld voor hebben. En hij zegt: ,,We moeten ons ook afvragen of het erg zou zijn als we in de toekomst 2 of 3 procent extra belasting moeten betalen om goede zorg te behouden. Als de bevolking zegt: nee, we gaan liever vaker met vakantie of we kopen liever extra make-up spulletjes, dan is dat een keuze van de bevolking. Maar het is geen probleem dat je moet gebruiken om mensen de stuipen op het lijf te jagen.''

Dat doet het kabinet ook, vindt De Vries, door te zeggen dat Nederland het economisch slechter doet dan andere Europese landen. ,,In de tweede helft van de jaren negentig waren we nog het beste jongetje van de klas. De consumptieve bestedingen stegen door de hoge beurskoersen, de stijgende huizenprijzen en de dalende pensioenpremies. Mensen voelden zich rijk, het regende banen en de export liep als een trein. Daardoor dachten we dat we zelf heel goed waren. Het kwam door ons poldermodel.'' Maar een paar jaar geleden ging het opeens slecht op de beurs, de pensioenpremies stegen, het ging minder goed met de export, er kwamen nauwelijks nog banen bij. De Vries: ,,En het kabinet ging ook nog eens op alle budgettaire remmen tegelijk staan. Dat het dan economisch slecht gaat komt niet doordat de concurrentiepositie van het bedrijfsleven opeens slecht is geworden of doordat mensen niet hard genoeg werken of doordat onze verzorgingsstaat te duur is. Maar daar gaat het nu wel steeds over.''

Jan Salie

Het CDA – dat vijfentwintig jaar geleden werd opgericht na een fusie van de Katholieke Volkspartij (KVP), de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Christelijk-Historische Unie (CHU) – is volgens Bert de Vries altijd een partij geweest met ,,meerdere zielen in één borst''. ,,Je trof er vogels aan van allerlei pluimage: van aartsconservatief tot evangelisch radicaal en alle schakeringen daar tussenin.'' In Overmoed en Onbehagen schrijft Bert de Vries dat de confessionele partijen in de jaren zestig en zeventig graag wilden laten zien dat ze minstens zo sociaal waren als de sociaal-democraten. Er waren christelijke politici die daar echt in geloofden, maar ze beseften ook dat ze met de sociaal-democraten mee moesten doen omdat ze al veel kiezers kwijtraakten door de secularisatie. De Vries zegt dat hij overeenkomsten ziet met hoe het CDA zich nu gedraagt. ,,Als je nadrukkelijk wilt opkomen voor de middengroepen zit je dicht bij de VVD. Die rivaliteit zie je bijvoorbeeld bij het taboe op het onderwerp hypotheekrenteaftrek. Het CDA en de VVD denken allebei: wie er het eerst over begint wordt electoraal afgestraft.''

Bij Balkenende, denkt De Vries, komt het neoconservatisme ,,van binnenuit''. In de tijd dat De Vries fractievoorzitter was werkte Balkenende bij het wetenschappelijk instituut van het CDA. ,,Ik proef bij hem en anderen in het wetenschappelijk instituut een flink stuk nostalgie, heimwee naar de eerste helft van de vorige eeuw toen er zoveel mogelijk werd overgelaten aan sociale partners. In hun denken is op centraal niveau geen plaats meer voor regelingen zoals de WW en WAO, die zijn bedoeld voor kwetsbare groepen.'' In zijn boek beschrijft De Vries hoe Balkenende volgens hem wél denkt: ,,Er is bederf in onze samenleving geslopen. Wij hebben voor onszelf een aards arbeidersparadijs ingericht en daardoor heeft zich een jansaliegeest meester gemaakt van de Nederlandse werknemer.''

Bert de Vries wordt er verdrietig van, zegt hij, dat het kabinet de bevolking ervan wil overtuigen dat de sociale zekerheid ,,nog verder uitgekleed'' moet worden – met het `klappertjespistool' van de vergrijzing op de borst. De veranderingen die het kabinet wil in de WAO, de VUT en het prepensioen, de WW en het ontslagrecht zijn bedoeld om zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen.

De Vries denkt dat veel mensen de arbeidsmarkt `opgejaagd' zullen worden die voor werkgevers geen `relevant arbeidsaanbod' zijn. Bijvoorbeeld omdat ze te laag zijn opgeleid. ,,Het gevolg is dat maar een kleine minderheid van hen na veel inspanning een baan vindt. Tegenover de kleine winst van een heel klein beetje economische groei staat dan het grote verlies van een minder solidaire samenleving.''

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat de meeste Nederlanders niet willen dat de verzorgingsstaat verdwijnt. En uit het onderzoek 21 minuten.nl, waar begin dit jaar 150.000 mensen aan meededen, kwam dat meer dan 85 procent van de bevolking tevreden zou zijn met minder economische groei. Bijna alle ondervraagden wilden graag dat Nederland een sociale, solidaire samenleving zou zijn. ,,Maar dit kabinet'', zegt Bert de Vries, ,,praat mensen aan dat ze in alle redelijkheid niet solidair met elkaar kúnnen zijn. Als je steeds hoort dat de AOW onbetaalbaar wordt en dat je zelf later geen AOW krijgt, zou je wel gek zijn om premie te blijven betalen voor mensen die nu nog wel AOW hebben.''

Boos

Op dinsdagavond, twee dagen voor de presentatie van zijn boek, zegt Bert de Vries: ,,Ik vind het heel spannend.'' De voorzitter van het CDA, Marja van Bijsterveldt, zal in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag het eerste exemplaar van Overmoed en Onbehagen in ontvangst nemen. De Vries weet dat hij zijn partij ,,nogal wat aandoet'' door met zo'n kritisch boek te komen. ,,Het is nieuw in de politieke cultuur van onze partij.'' Maar debat, vindt hij, hoort bij een democratie. Hij vertelt ook dat hij al vanaf midden jaren tachtig ideologisch van de partij vervreemdde. Er verschenen rapporten over de `verantwoordelijke samenleving'. Burgers en organisaties, vond het CDA, moesten minder afhankelijk worden van de overheid. Ze moesten ook zelf verantwoordelijk worden voor onderwijs, zorg en sociale zekerheid. Bert de Vries vond dat de partij te veel aandacht had voor mensen die zichzelf konden redden, en te weinig voor de zwakkeren.

Bij de boekpresentatie op donderdag zijn ook medewerkers van Jan Peter Balkenende. Ze zijn boos of teleurgesteld – vooral omdat ze de toon van het boek zo scherp vinden. Er zijn er die artikelen willen schrijven om Bert de Vries `weerwoord' te geven. Er zijn er ook die het boek een vlek noemen. ,,En in een vlek moet je niet wrijven.''

Na de toespraak van Bert de Vries zegt Marja van Bijsterveldt dat ze niet weet of ze er goed aan heeft gedaan om het boek in ontvangst te nemen. Bert de Vries, vindt ze, maakt een karikatuur van het CDA. Ze heeft een lijst gemaakt van citaten die haar hadden geraakt: ,,Het gevoel was gegroeid dat er niet veel eer meer te behalen was aan het beschermen van zwakkeren'', het concept van de verantwoordelijke samenleving was een ,,groteske discussietruc'', het CDA was een partij ,,die afbraak urgenter vindt dan opbouw.''

In haar toespraak zegt Van Bijsterveldt ook dat de onthulling over de AOW geen nieuws was. In alle berekeningen van het CPB stond al jaren dat er een forse stijging zou zijn van de belastinginkomsten als er meer ouderen kwamen. Waar het echt om gaat zijn `alle andere kosten' van de vergrijzing. En wist Bert de Vries niet meer dat hij zelf in een CDA-commissie had gezeten die antwoord moest geven op de vraag of Nederland het Angelsaksische model zou moeten volgen? De commissie had gekozen voor het Rijnlandse model van solidariteit. ,,En het kabinetsbeleid wijkt daar niet van af.''

Aan het eind van de middag zit Bert de Vries in een café in Den Haag voor het tweede gesprek voor dit verhaal. Hij vond, zegt hij, dat Van Bijsterveldt ,,op de man speelde'' door met citaten uit het boek te komen maar daar geen context bij te noemen. Dat had hem geraakt. ,,Ik heb een ontzettende hekel aan ruzie en dit is op zijn minst een stevige onenigheid.'' Maar hij snapt wel, zegt hij, dat hij met zijn boek ook mensen had geraakt. ,,En dan kun je dit terugkrijgen.''

Hij vond het jammer dat Van Bijsterveldt ,,langs de argumenten heen had gepraat.'' Om aan te tonen dat het CDA wél sociaal was had ze het voorbeeld genoemd van de WAO: het kabinet-Balkenende had de uitkering voor volledig arbeidsongeschikten verhoogd van 70 naar 75 procent van het laatstverdiende loon. In zijn boek noemt De Vries dat ook, maar de groep die voor zo'n uitkering in aanmerking komt, is klein. ,,Het ging mij vooral om de grote groep die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en die moeilijk aan een baan zal komen.''

En als het waar is dat het CDA de cijfers over de kosten van de AOW en de belastinginkomsten uit pensioenen allang kende? ,,Dan was het toch aardig geweest als de partij dat eens had gezegd of had opgeschreven als het over de vergrijzing ging.''

Bert de Vries zegt dat hij geen voorman wil worden van CDA'ers die ontevreden zijn over dit kabinet. Het boek was een experiment. ,,En geen ongevaarlijk experiment. Het zou rampzalig zijn als het escaleert. Een splitsing in de partij moet je niet willen.'' Hij denkt dat hij bij de partijtop nu ,,wat minder populair'' zal zijn. ,,Het zou ook kunnen dat ik geïsoleerd raak in de partij.'' En dan? ,,Dan heb ik in elk geval mijn best gedaan.''

    • Petra de Koning