Het blijft je zusje

In deel 11 van de serie Moderne Europese Klassieken deze maand Die bleierne Zeit van de Duitse regisseur Margarethe von Trotta. Over twee zusjes, van wie er een terroriste wordt.

Het begint als overzichtelijk televisiedrama. Een man arriveert in het blonde appartement van zijn schoonzus. Samen leggen ze zijn zoontje/haar neefje te slapen, in haar echtelijk bed. In de keuken kibbelen ze beschaafd. Inzet is het jongetje.

Ik kan dit niet alleen. Kan jij 'm niet een jaartje nemen?

Nee, dat gaat niet. Hadden jullie maar geen kind moeten maken.

Voor een paar dagen dan?

Goed.

De man loopt de trap af. Tegen zijn zwager zegt hij 'tot straks', maar hij maakt een eind aan zijn leven. In een koud bos. Tussen kale rechte stammen die op tralies lijken, want hun naar de hemel reikende takken worden onbarmhartig buiten het filmkader gehouden. Niemand ziet zijn ellende, zelfs wij, filmkijkende voyeurs, houden afstand.

Weg televisiefilm. Op slag heeft Die bleierne Zeit (De loden tijd) de allure van een sprookje, een elementaire geschiedenis van oerkrachten die de mensen binden en scheiden, een onversierd verhaal in de traditie van de gebroeders Grimm.

Net als alle Grimmsprookjes begint dit verhaal in onschuld, met twee zusjes die altijd alles samen doen. De schuld besluipt de onschuldigen: de meisjes zijn geboren in Hitler-Duitsland. Opgroeien doen ze in de naoorlogse Duitse Bondsrepubliek die zijn jongeren doordringt van een nationale schuld aan onuitsprekelijke gruwelen. Ten slotte worden de zusjes gescheiden. De jongste heeft banken beroofd en bommen gegooid. Ze sterft in een zwaarbewaakte gevangenis. En de oudste? Die voelt zich onmetelijk schuldig.

Toen Die bleierne Zeit (1981) van Margarethe von Trotta in première ging, werd hij ingehaald als een meesterwerk en dat de terreur van de Rote Armee Fraktion nog vers in het geheugen lag, speelde daarbij ongetwijfeld een rol. De naam Gudrun Ensslin, sleutelfiguur van de Baader-Meinhof-groep, in 1977 omgekomen (zelfmoord? vermoord?) in de Stammheim-gevangenis, was nog bekend en berucht. Het feit dat deze film was gebaseerd op haar geschiedenis, maakte hem in die dagen des te pikanter.

Fanate terrorist

Bijna vijfentwintig jaar later zijn de RAF en Ensslin vervlakt tot een hoofdstuk in de Duitse geschiedenis en heeft Die bleierne Zeit zich losgezongen van zijn actuele verwijzingen. Nu is het een film die zich concentreert op de vraag naar het menselijkheidsgehalte van de fanate terrorist. Maar nog altijd is hij meesterlijk, al was het maar dankzij de stijl die sober lijkt, maar bij nadere beschouwing minutieus geciseleerd is.

Margarethe von Trotta veinst nauwkeurigheid, en intussen maakt haar verhaal irreële sprongen. Zo wordt het lenig zonder verlies van diepgang. Trotta houdt het rauw. Drama wordt niet uit de weg gegaan, maar het pijnlijke wordt niet vertroebeld met nadrukkelijke emoties.

Het resultaat is hypergevoelig. De personages staan onbeschermd in een wereld die kaal is, recht van lijn, beregend en beperkt door benauwende perspectieven. Het meeste geluid klinkt hol; de kleuren zijn vaak aangeraakt door grijs.

Zonder gemakzuchtig te oordelen fileert Die bleierne Zeit de waan van de activist die geweld geoorloofd vindt in een volgens hem of haar rechtvaardige strijd. Even snerpend laakt de film de machteloosheid van de reguliere maatschappij om met die waan om te gaan.

Maar allereerst vertelt Die bleierne Zeit het verhaal van twee zusters: Juliane en Marianne.

Samen lopen ze in een museumtuin, omringd door borst- en andere beelden uit de Duitse geschiedenis. Tussen die marmeren monsters staan ze onverzoenlijk tegenover elkaar, de links-feministische journaliste Juliane en de geradicaliseerde Marianne, gezocht wegens bankroof. Het is voor de actrices een uitgekiende gelegenheid om te laten zien dat ze aan elkaar gewaagd zijn: Jutta Lampe verfijnd desperaat als Juliane en Barbara Sukowa, haar mooie grove trekken bliksemend, als de onverschrokken Marianne. Onaanraakbaar, behalve wanneer Juliane haar zoontje ter sprake brengt. Marianne verschiet. Waarom is die bij jou? 'Hadden we 'm dan bij een bank moeten achterlaten in de hoop dat jij daar op zou duiken?' Au. Paniek gloeit in Mariannes ogen. Moederschap maakt kwetsbaar, dat blijkt vaker in deze film en ook Hitler profiteerde daarvan, Juliane heeft dat bestudeerd.

In het museumcafé loopt hun ruzie verder op. Dan zien ze tegelijk het vel op hun koffie. Ze giechelen. Samen. Meisjes. Zusjes.

Weet je nog? Ja, ik weet het nog.

Ellenlang gebed

Wij krijgen te zien wat zij nog weten, telkens een stukje. De kleumende koffie tijdens het ellenlange gebed van hun vader. Kleuters in de schuilkelder. Een puberteit in een streng christelijk gezin in de jaren vijftig. Kotsen na de vertoning van een concentratiekamp-documentaire. School. Spijkerbroek. Plaatje draaien. Juliane was de rebel, meegaande Marianne was ieders lieveling. Nu ligt dat faliekant andersom en dat is een draaipunt in deze film.

Hoe kan het dat uitgerekend jij deze keuze in je leven hebt gemaakt? En waarom begrijp dan juist jij mij niet?

Het antwoord blijft uit. Waarschijnlijk bestaat het niet. Maar Julianes vroegere radicaliteit zou weleens verscholen kunnen zitten in het feit dat ze nadrukkelijk kinderloos is gebleven. En de kleine Marianne herkennen we in haar dienstbaarheid aan haar mannelijke kameraden.

Marianne valt in het holst van de nacht met twee kompanen Julianes appartement binnen. Honds gedraagt het drietal zich. Koffie! Nu! Marianne intimideert Juliane en haar echtgenoot. Ze verdwijnen zoals ze kwamen, terug de nacht in.

'Wat wilde je toen?', vraagt Juliane, veel, veel later, in een ander leven. 'Dat was je laatste kans om mee te komen', antwoordt Marianne. Ze zit inmiddels in de gevangenis, een wrak zonder hoop op toekomst - maar Sukowa verraadt met iets kleins in haar mimiek hoe Marianne ook nu nog verbaasd staat dat Juliane haar toen niet is gevolgd. Juliane verbijt wat opwellend verdriet. 'En wie zou zich dan nu om jou bekommerd hebben?' Marianne haalt haar schouders op. En toch steekt in die bekommernis het hart van Die bleierne Zeit.

In de gevangenis weigert Marianne aanvankelijk bezoek, maar Juliane houdt aan. Dat Marianne omslaat, dat ze haar zus ontvangt, dat ze bij het eerste bezoek niet het lachje onderdrukt op haar verder definitief gesloten gezicht, is winst. Wat ze ook op haar geweten heeft, Marianne is een mens. Ze voelt, daar verandert haar starre radicalisme niets aan en het extreme gevangenisregime ook niet.

Vleugje parfum

De zusterlijke intimiteit blaast de hoon omver van de bewaaksters en observatoren die hen standaard omringen. Als wapen gebruiken ze de macht van een zakdoek met een vleugje parfum; bij wijze van krachtvoer wisselen ze lichaamswarmte uit door het bliksemsnel ruilen van trui; ze kennen de helende werking van de herinnering aan het vastmaken van knoopjes op elkaars rug.

Strikte isolatie is een hel, Marianne lijdt. En toch zitten de zusters bij elk bezoek onverbiddelijk tegenover elkaar. Ze ruziën, altijd. En Marianne commandeert, 'alsjeblieft?' kan er nooit af.

Tot op het laatst. Een glazen wand scheidt hen, spreken moet nu via een microfoon. In de weerspiegeling versmelt Trotta hun gezichten. Even zijn ze twee-in-een, als vroeger, dan vallen ze uiteen. 'Wanneer kom je terug? Wanneer precies?' vraagt Marianne. Het zijn haar laatste woorden en ze zijn bekroond met een vraagteken.

Julianes volgende bezoek is aan een weerzinwekkend lijk. Bij de deur van de rouwkamer staat een bewaker met herdershond.

Mariannes dood is niet het einde van Die bleierne Zeit. Juliane moet verder met haar demonen, Mariannes kleine zoon ook.

Hoe doe je dat? Je stelt vragen. Je gaat aan de slag.

Volgende maand: Houdt de trein in het oog van Jiri Menzel

Abonnees kunnen deze film bestellen à € 18,75, of de volledige reeks à € 16,75 per film (12 delen). Zie de advertentie op pagina 63 en de advertentie die regelmatig in de krant verschijnt, www.nrc.nl/dvd of bel met 010 406 6928