Getroffenen doen zelf verslag - zolang er stroom is

Stormverslaggever Anderson Cooper van CNN, hét gezicht van het Amerikaanse orkaanseizoen, herhaalde gisteravond voor de zoveelste keer dat de toestand in New Orleans ,,ongelooflijk'' is. Na een week in het rampgebied heeft hij geen superlatieven meer over. Achter Coopers verwaaide en vermoeide uiterlijk zijn beelden te zien van overstroomde straten, kapotte huizen en rijen mensen in afwachting van water en voedsel. De balk onderin het scherm meldt de laatste uitspraken van de president. Voor de meeste kijkers is zijn verhaal, en dat van andere journalisten, aangrijpend. Voor diegenen in de omgeving van New Orleans is het onvoldoende. Ze willen informatie over vrienden, familie en het welzijn van bekenden. Zij willen weten welke wijken nog overeind staan en welke niet. Welke straten zijn er nog begaanbaar? En waar is oma? Het hoe en waarom en hoe nu verder, de gevolgen voor de positie van president Bush – dat komt later wel.

Net als na de aanslagen van 11 september 2001, de tsunami van 2004 in Zuidoost-Azië en de aanslagen in Londen van twee maanden geleden, duikt ook bij deze ramp de burger als verslaggever op. Burgers vertellen zélf wat ze hebben meegemaakt, via weblogs, nieuwssites én de webpagina's van lokale kranten en radiostations die ruim baan geven aan de lezers. Het levert nieuws op dat meer toegesneden is op de eigen situatie dan de verslaggeving van reguliere journalisten.

De in Silicon Valley gebaseerde technologiejournalist Dan Gillmor noemde deze vorm van internetjournalistiek vorig jaar `kladboekjournalistiek'. Tussen degene die het nieuws signaleert en in zijn notitieblokje optekent, en degene die het publiceert, zit niet langer een eindredacteur. Hoor en wederhoor zijn niet noodzakelijk en als de burger-journalist fout zit, wordt hij vaak snel gecorrigeerd door zijn lezers. De notities zijn ook vaak in kladblok-vorm, zonder lettertekens of spellingcontrole en in telegramstijl.

Na `11 september' toen Amerikanen elkaar via weblogs op de hoogte hielden van hun welzijn, signaleerde Gillmor een verschuiving van oude media (kranten, tv en radio) via nieuwe media (internet) naar we media, berichtgeving door en voor de lezer. Het is een vorm van berichtgeving die veel persoonlijker is dan de traditionele manier van nieuwsgaring. ,,We media is het idee dat de macht en de kennis en de energie van mensen optimaal gebruikt worden.''

Het belang van deze vorm van journalistiek werd helemaal duidelijk in 2003, toen blogger Salam Pax de enige journalist was die de wereld ongehinderd op de hoogte hield van het wel en wee van de Iraakse burgers tijdens de eerste weken van de oorlog. Zijn weblog vormde een alternatief voor de reportages van de honderden journalisten die in Irak ingebed waren bij legereenheden of met een Iraakse `oppasser' op stap moeten. Kort, snel, in chronologische volgorde, uit de eerste hand en zonder enige vorm van censuur bericht hij over zijn eigen belevenissen.

In dit geval zijn het de verhalen van de geëvacueerden en van degenen die aan de rand van het ergst getroffen gebied wonen, die het web domineren. Ze delen hun machteloosheid, informatie over welke wijken overeind staan, waar er wordt geplunderd, maar ook advies over bijvoorbeeld het benaderen van de verzekeringsmaatschappij en telefoonnummers van noodopvang en artsen. En nu mobiele en vaste telefoonlijnen veelal zijn uitgeschakeld, maar internetverbindingen nog wel werken, zoeken ze via internet naar informatie over overlevenden.

,,Vanuit mijn hotelkamer in Houston, zit ik gekweld voor de televisie in de hoop een gezicht te zien dat ik herken'', schrijft lerares Diana Boylston in het weblog Eyes on Katrina van de Sun-Herald in Gulfport, Mississippi. ,,Wat ik echt wil weten is, zullen mijn leerlingen nog leven.'' Verslaggever Don Hammack van de krant probeert in zijn weblog zo goed en kwaad als het gaat antwoord te geven. ,,Ik heb inmiddels honderden vragen over vrienden, families en buren gekregen. Heb geduld met ons'', schrijft hij. De krant heeft een lijst met vermisten op haar site gezet en een `I am OK' telefoonservice opgericht, die donderdag al meer dan 6000 namen bevatte. Het Federal Emergency Management Agency, dat de federale noodhulp coördineert, zei eerder deze week onder meer via internet, televisie, radio en krant bij te houden waar de meeste hulp moet worden gegeven.

Op de website van de in New Orleans gevestigde Times-Picayune de server waarop de website draait staat in New Jersey waardoor de online versie van de krant in tegenstelling tot de papieren versie nog kan verschijnen schrijft Judy Kron: ,,Mijn ouders, John en Betty Kron (leeftijd 89 en 79) zitten in hun huis in New Orleans. Versailles Boulevard, 47. De telefoon deed het niet meer op dinsdag, rond elf uur 's avonds – de laatste keer dat we van hen hoorden. Toen was het water gestegen tot 1 meter 20 en stijgende. Het is een rood bakstenen huis van twee verdiepingen met een balkon op de tweede verdieping (voor redding). Mijn vader heeft vorige week zijn heup gebroken; mama heeft nog last van een beroerte vijf jaar geleden, dus ze zijn niet tip-top.''

En Jason Newton meldt dat hij door sms-berichten te weten is gekomen ,,dat 1.300 patiënten en personeel vast zit in het University Hospital op Gravier Street, enkele blokken van de Superdome''. ,,Mijn vriendin is een derdejaars arts-in-opleiding op de gynaecologie-afdeling. Ze meldde zich vrijwillig om de zaal te bemannen en is daar sinds zaterdag zes uur 's ochtends.'' Jason somt op wat er mis is in het ziekenhuis: er is geen elektriciteit (noodaggregaat is overstroomd), geen eten of water, alle uitgangen zijn overstroomd, twee zaklantaarns voor elf artsen en er zijn veel doden. Hij smeekt om hulp: ,,Alstublieft, verspreidt het nieuws dat er een grote groep vastzit en onmiddellijk gered moet worden of tenminste water en eten moet hebben.''

Dave Gibbs schrijft dat op de hoek van Julia en Magazine zeven mensen vast zitten. ,,Ze werden aangevallen door een gewapende bende die hun vrachtwagen kaapte en door een afgesloten hek in de parkeergarage reden. Ze kunnen het gebouw niet verlaten door de aanwezigheid van een grote, goedgeorganiseerde groep gewapende plunderaars.''

De duizenden e-mails vormen samen een krachtig verslag van de ramp, maar in tegenstelling tot bij eerdere rampen wordt internet dit keer vooral als prikbord en communicatiemiddel gebruikt. Er wordt nauwelijks van binnenuit het rampgebied verslag gedaan, geschreven en gefotografeerd. Na de aanslagen in Londen stonden de eerste verslagen en foto's van amateurs vanuit de metro vrijwel onmiddellijk online. De echte verslaggevers stonden buiten de politielinten.

De eerste tsunami-beelden kwamen van toeristen in Thailand met videocamera's en mobiele telefoons met camera, die ze e-mailden naar de buitenwereld of publiceerden op hun eigen sites. Gevestigde media pikten deze beelden op, en zonden ze vervolgens uit.

Nu heerst er online stilte in het hart van de storm. De oproepen om redding en hulp komen uit de tweede hand. Dat komt ten eerste doordat veel achterblijvers, die geen vervoer of geld hadden om te evacueren, behoren tot de armste Amerikanen – juist een groep die sowieso geen of nauwelijks toegang heeft tot internet. Verder zitten bijna twee miljoen mensen in Louisiana, Mississippi, Alabama en Florida nog zonder stroom. En waarschijnlijk is verslaggeving op een moment dat de ramp nog gaande is niet de eerste prioriteit.

Kay Trammel, hoogleraar communicatie aan de Louisiana State University in Baton Rouge – dat noordelijker ligt dan New Orleans – gebruikte vier laptops en haar (op batterijen werkende) BlackBerry waarmee tijdens de orkaan via haar weblog de buitenwereld op de hoogte te hield. Toen de batterijen leeg waren, gebruikte ze de accu van haar auto om hem op te laden. Een van haar studenten, Josh Britton, gebruikte de noodaggregaat van de universiteit en was de afgelopen dagen een van de weinigen bloggers die niet vanuit zijn leunstoel werkten, maar op pad gingen om informatie te verzamelen.

De enige die – naast de `gewone' journalisten – nog vanuit New Orleans lijken te berichten, zijn enkele werknemers van Directnic, een internetbedrijf dat computerservers bewaakt en wier noodaggregaat op diesel werkt. Via hun Livejournal beschrijft de `Interdictor' hoe ze op de tiende verdieping van een gebouw zitten in een van de nog niet ondergelopen straten van de stad. Via een webcam en foto's laten ze zien hoe het er buiten aan toe gaat. ,,Het is een dierentuin buiten, vergis je niet. Het is het wilde koninkrijk. Het is Lord of the Flies. Dat betekent niet dat er op iedere straathoek wordt gemoord. Maar het betekent wel dat het recht ineen is gestort, dat er geen orde is, en dat het recht op eigendom niet kan worden en niet wordt afgedwongen. Iedereen op straat loopt het onmiddellijke gevaar beroofd te worden of vermoord.''

,,Dit is informatie uit de eerste hand van een politieagent die we onderdak geven. Ze hebben geen communicatie. Hij wist niet eens dat de stad onder de staat van beleg was tot we het hem vertelden! Zijn wijk (de 5de) is onder water! ONDER WATER elk voertuig is onder water. Ze moesten verhuiswagens vorderen om rond te rijden.'' Het Livejournal trekt meer dan 3.000 bezoekers per uur. Onder elk bericht staan reacties, soms 154, soms 306, en op het hier linksboven geciteerde bericht 660.

Dat papier belangrijk blijft – zeker tijdens een natuurramp, merkte de Sun Herald in Biloxi. Met hulp van de Leger-Enquirer in Columbus, ruim 500 kilometer ten noorden van Biloxi, maakte de redactie dinsdag een krant van acht pagina's en de afgelopen dagen 24 pagina's. Vrachtwagens met de krant reden vervolgens terug naar Biloxi waar de krantenjongens begroet werden als ,,reddingswerkers'', vertelde uitgever Pam Siddall aan The Washington Post. ,,Mensen kwamen overal vandaan voor een krant, ze waren wanhopig. Sommigen van hen hebben alles verloren. We zijn hun enige bron van informatie.''

Times-Picayune: www.nola.com

Sun Herald: www.sun-herald.com

Josh Britton: www.joshbritton.com

Kay Trammell: http://hurricaneupdate.blogspot.com/

Livejournal: www.livejournal.com/users/interdictor

    • Titia Ketelaar