Geen sprake van een monopoliepositie van musea

Graag wil ik enkele opmerkingen toevoegen aan de discussie rond de verwerving van de Mondriaan door het Rijksmuseum. In mijn tijd en die ligt nog niet zo heel ver achter ons; tot 2000 was ik directeur van het Noordbrabants Museum te 's-Hertogenbosch was het binnen de museumwereld absoluut not done om in het openbaar het beleid van collega's te bekritiseren. Natuurlijk werd er op toogdagen druk gesmoesd en met verve geroddeld, maar men zag er nauwlettend op toe dat zulks niet naar buiten kwam. Als in de pers bepaalde zaken onder de loep werden genomen gebeurde dit door redacteuren en zonder op de man te spelen. Blijkbaar zijn sindsdien de mores aanzienlijk verhard. Wellicht is dit mede het gevolg van de recente disproportionele instroom van outsiders in de professie.

Het is waarschijnlijk nog niet tot de heren in Den Haag doorgedrongen dat zij met hun harde aanval in feite in eigen voet schieten doordat zij de hele beroepsgroep in diskrediet brengen. Indien vermaatschappelijking van het museumbestel impliceert dat men publiekelijk rekeningen gaat vereffenen moeten we bij deze ontwikkeling vraagtekens plaatsen.

Op de merites van de aankoop wil ik niet ingaan. Het betreffende schilderij heb ik niet gezien; noch heb ik voldoende inzicht in de kwaliteit van de schatten die het Haagse museum in zijn depots verbergt. Maar hoe kan men een museumdirecteur de bevoegdheid ontzeggen om zijn beleid op punten bij te stellen en uit te breiden? Als de huidige hoofddirecteur en zijn voorgangers zich steeds strikt binnen de beleidsgrenzen van de vorige generatie hadden bewogen zou het Rijksmuseum nu een gefossiliseerde instelling zijn, waar ternauwernood nog kunst van de achttiende eeuw kon worden aangetroffen. Het profiel van een museumdirecteur bestaat doorgaans onder meer uit kwaliteiten als creativiteit, durf, strategisch inzicht, eigenzinnigheid en het vermogen om grenzen te verleggen. Wij mogen ons gelukkig prijzen dat de huidige hoofddirecteur van het Rijksmuseum voldoende blijk geeft van het bezit van dergelijke eigenschappen. Wat een aantal decennia geleden nog moderne kunst was is inmiddels geschiedenis van Nederland geworden en het zou eerder van nalatigheid getuigen daar niet bijtijds op in te spelen. Van enige monopoliepositie terzake van collectioneren is in ons rijkgeschakeerde museumbestel, waarin drie overheden en talrijke particuliere instanties vertegenwoordigd zijn, nooit sprake geweest en kan ook geen sprake zijn.

    • Margriet van Boven