Financiële doelpunten

Maarten Lafeber, Ruud van Nistelrooy en Wesley Sneijder. Bekende sporters die veel geld verdienen. Ook hun fans kunnen financieel profiteren van hun successen. Maar zoals bij alle beleggingen: rendement is niet gegarandeerd.

Hoe verderfelijk ook – want verslavend – de makkelijkste manier om aan sport te verdienen is door erop te gokken. Een wandeling naar de sigarenboer, een toto-formulier kopen en invullen, en zondagavond op teletekst de uitslagen bekijken. Wie 5 euro inzet op een 3-3 gelijkspel van de interland vanavond tussen Schotland en Italië (gokken op Armenië-Nederland is gek genoeg niet mogelijk) en daarin gelijk krijgt, wint 208,50 euro. Een rendement van ruim 4.000 procent. Maar – en dat vertelt de sigarenboer er nooit bij – met gokken is de kans op verlies vele malen groter dan die op winst.

Er zijn minder riskante manieren om rendement op sport te maken: beleggen. Maar de mogelijkheden daarvoor liggen niet voor het oprapen, laat staan dat het gemakkelijk is eraan te verdienen. De bekendste belegging heet Ajax. De Amsterdamse voetbalclub ging in mei 1998 naar de beurs om geld op te halen voor de clubkas. Dat lukte. Met de emissie harkte de club een kleine 125 miljoen gulden binnen (ruim 56 miljoen euro). Voor de kopende aandeelhouders was alleen de eerste dag op de beurs een feest. De openingskoers lag met 32,50 gulden 30 procent hoger dan de emissieprijs van 25 gulden. De koers daalde daarna snel onder het introductieniveau, om er nooit meer bovenop te komen. Gisteren sloot het aandeel op 9,60 euro, 15 procent lager ten opzichte van zeven jaar geleden. Wel streken de aandeelhouders in het boekjaar 2003/2004 voor het eerst dividend op: 14 eurocent per aandeel. Hoe dat er dit jaar uitziet is nog niet te zeggen. De jaarrekening over seizoen 2004/2005 moet nog worden opgemaakt.

Buiten Ajax hebben beleggers keuze uit nog 28 Europese voetbalclubs die op de beurs genoteerd zijn. Maar ook het trackrecord van dat rijtje is mager. Op vijf uitzonderingen na hebben de beursgenoteerde clubs uit Engeland, Schotland, Denemarken, Turkije, Portugal en Duitsland in de afgelopen vijf jaar een koersdaling laten zien. De graadmeter van alle beursgenoteerde Europese voetbalclubs, de Dow Jones Stoxx Football Index, is na de piek in 1997 hard naar beneden gevallen (zie illustratie). Alleen aandeelhouders van de Deense clubs Aarhus GF en FC Kopenhagen, en Galatasaray en Fenerbahce uit Turkije zagen de waarde van hun belegging flink oplopen. En die van Manchester United. Hoezeer sommigen ook tegen waren, de aandeelhouders profiteerden in elk geval financieel van de recente overname door de Amerikaanse miljardair Malcolm Glazer. Hij bracht in mei een finaal bod uit dat 46 procent hoger lag dan het koersniveau van begin van dit millennium. De aartsrivaal van Ajax staat niet op de beurs, maar ook Feyenoord had eind jaren negentig geld nodig. De Rotterdamse club schreef in 1999 een obligatielening uit. Een Premie Effect kostte voor supporters 500 gulden, heeft een looptijd van 25 jaar en is goed voor jaarlijks een rente van 2 procent. Bij goede prestaties kan die uitkering stijgen. Zo keerde de club in 2002 liefst 12 procent uit, na het veroveren van de UEFA-cup. De laatste jaren zit de klad erin, zowel sportief als financieel, en kunnen de obligatiehouders hun rendement alleen nog opschroeven wanneer zij geluk hebben tijdens de jaarlijkse Premie Effect-loterij. In augustus 2002 kreeg de gelukkige winnaar 1 miljoen gulden uitbetaald. De Feyenoord-obligaties zijn niet vrij verhandelbaar. Wie wil verkopen moet bij de club zelf een koper aandragen.

In het Nederlandse betaald voetbal is verdienen aan spelers vooral voorbehouden aan mensen met een diepe portemonnee. Veel clubs hebben een spelersfonds, waarbij met inbreng van rijke particulieren spelers worden gekocht. Bij verkoop van de voetballers kunnen de investeerders meedelen in de transfersom. Dat rendement daarbij niet gegarandeerd is bleek bij PSV. Bij gebrek aan lucratieve transfers stopte de club uit Eindhoven eind 2003 zijn fondsen en kocht de beleggers uit.

Er lijkt in Nederland maar één voetbalbelegging te zijn die structureel loont. Inderdaad, zegt Aad de Jong, bestuurslid van de VASF, ,,wij hebben het meest interessante aandeel van alle aandelen in sportgerelateerde bedrijven''. VASF staat voor Vereniging van Aandeelhouders Stadion Feijenoord NV. Aandeelhouders in het stadion bestaan al sinds de bouw ervan in de jaren dertig van de vorige eeuw. De aandelen, die recht geven op een zitplaats op de voormalige eretribune, in de woorden van De Jong: het ,,dividend in natura'', zijn nog steeds verhandelbaar. Niet meer op de beurs zoals vroeger, maar via bemiddeling door de vereniging. En het rendeert. In 1995 kostte een aandeel, omgerekend, 3.000 euro, nu noteren ze 6.500 euro.

Ook tennisliefhebbers kunnen middels een belegging het recht op een tribuneplaats kopen. Rond het heilige gras van Wimbledon nog wel. De All England Lawn Tennis Ground geeft al sinds 1920 obligatieleningen uit. Deze debentures geven voor vijf jaar het recht op een zitplaats langs het Centre Court of langs Baan 1 gedurende het hoofdtoernooi in juni. De obligaties voor de periode 2006-2010 kosten bij de club 30.000 pond (44.000 euro) voor plaatsen langs het hoofdveld. Zij zijn schaars, maar ook vrij verhandelbaar via de Londense zakenbank Barclays. Een woordvoerder zegt er ,,hooguit tien per jaar te verhandelen''. Bij de laatste transactie werd bijna 57 procent meer betaald dan het clubtarief: 47.000 pond. Maar om rendement is het de 2.300 debenture-holders niet te doen. Het gaat om de stoel. Zakenvrouw Sylvia Tóth is al jaren een van hen en noemde zo'n schaarse zitplaats ooit in deze krant een ,,uniek dividend''.

In de jaren negentig konden tennisfans ook op een andere manier in hun sport beleggen. Tennisleraar Peter Haas gaf in 1990 aandelen uit om de profopleiding van zijn getalenteerde zoon Tommy te bekostigen. Vijftien investeerders hadden 750.000 mark (383.000 euro) ingelegd in de hoop dat hun oogappel ooit grand slams zou winnen. Toen Tommy Haas vanaf eind jaren negentig eenmaal ging verdienen bleek hij zijn rechten verkocht te hebben aan het Amerikaanse sportmarketingbureau IMG. De beleggers kregen uitbetaald, maar profiteerden niet van Haas' latere successen. De Duitser won in zijn latere loopbaan ruim 5,2 miljoen euro.

Dichter bij huis hadden de beleggers die in 1997 geloof hadden in golfer Maarten Lafeber meer geluk. Ook hij gaf aandelen uit om zijn prille carrière te financieren, en haalde daarmee 340.000 euro op. Eind vorig jaar betaalde hij zijn aandeelhouders uit tegen een rendement van 85 procent. Lafebers huidige hoofdsponsor Van Lanschot Bankiers startte deze zomer een nieuw aandelenfonds in golftalent: Golf Team Holland. Beleggers die 100 of 10.000 euro voor een aandeel over hebben storten zich op een ongewis avontuur. Er is pas een van de tien spelers bekend: de 25-jarige Inder van Weerelt.

Amateur-golfers die dat niet aandurven kunnen ook aan hun eigen spel verdienen door lid te worden van een golfclub. En vooral: na een paar jaar weer op te zeggen. Bij de meeste golfclubs dient een nieuw lid een aandeel in de club te kopen. Die worden bij opzegging van het lidmaatschap overgedragen aan een nieuw lid. Dat kan winstgevend zijn. Mensen die in 1999 lid werden van de Gooise golfclub Goyer in Eemnes betaalden 16.000 gulden voor zo'n aandeel (7.260 euro). Dit jaar is de prijs ervan door het bestuur van de club, ,,op basis van allerlei factoren'', vastgesteld op 19.000 euro. Dat is een winst van 161 procent in zes jaar tijd. Bij golfclub Lage Vuursche benaderde het rendement in dezelfde periode bijna de 300 procent. Ter vergelijking: de AEX-index daalde in dezelfde periode met zo'n 50 procent.

    • Philip de Witt Wijnen