Europees exportproduct: fluwelen revoluties

Europa heeft de afgelopen decennia ervaring opgedaan met succesvolle vreedzame revoluties. We moeten het dus niet aan Amerika overlaten om over vrijheid te spreken.

Precies een kwart eeuw geleden begon hier in Gdansk de eerste fluwelen revolutie. Op het moment dat ik op een snikhete zomerdag in augustus 1980 aankwam bij het blauwgrijze hek van de Lenin-scheepswerf, versierd met bloemslingers en foto's van de Poolse paus, terwijl luidsprekers patriottische hymnen blèrden en boeren manden met eten brachten; op het moment dat ik met mijn collega's bij het hek werd begroet door een jonge arbeider, aan een roodwitte armband herkenbaar als postende staker, en hij ons voorging de werf op tussen twee rijen stakers in stoffige blauwe overalls, die juichten alsof wij persoonlijk de solidariteit van de wereld kwamen brengen – toen wist ik al dat hier iets nieuws en unieks gebeurde. Een arbeidersrevolutie tegen een zogenaamde arbeidersstaat.

Maar zelfs toen deze solidariteitsstaking uitgroeide tot Solidariteit, een massabeweging van 10 miljoen mensen voor de bevrijding van land en burger, konden wij ons de gevolgen niet voorstellen. En dan niet alleen dat Polen vijfentwintig jaar later een vrij land is dat een rol van belang speelt in de Europese Unie en de NAVO – zij het een land met een zwakke overheid en een schrikbarende werkloosheid, corruptie en publieke onvrede. Achteraf kunnen we zien dat deze Poolse revolutie het begin van het einde was voor het Europese communisme, voor de Koude Oorlog, en dus ook voor de onnatuurlijke oost-westverdeling van ons continent, die werd gesymboliseerd door de Berlijnse Muur. En niet alleen van ons continent, want de Koude Oorlog verdeelde de hele wereld. In die zin zouden we zelfs kunnen zeggen dat `de Poolse augustus' – zoals de naam ging luiden – het begin van het einde van de korte twintigste eeuw was.

Maar natuurlijk wisten we dat toen allemaal nog niet. We wisten niet eens wat er die dag zou gebeuren, laat staan de dag erna. Zouden de Poolse communistische machthebbers hun troepen sturen? Of zou Leonid Brezjnev zijn Rode Leger-tanks samentrekken?

Weer sta ik voor de hekken van die scheepswerf, die nog altijd getooid zijn met bloemen en een foto van de Poolse paus, maar alles ziet er vreemd gekunsteld uit, als het museumstuk dat het inmiddels is. Terwijl Lech Walesa en zijn buitenlandse gasten, onder wie Václav Havel, de held van de fluwelen revolutie in 1989 in Praag, de jubileumviering bijwonen, overdenk ik de volstrekte onmogelijkheid om een vijftienjarige van nu duidelijk te maken hoe het voelde om daar bij te zijn. De geuren en geluiden, de angst, de hoop, de opwinding en de uitputting.

Opeens besef ik dat deze gebeurtenissen nu net zo lang geleden zijn als voor mij als vijftienjarige, in 1970, het einde van de Tweede Wereldoorlog was. En ik weet nog hoe ik toen luisterde naar de verhalen van mijn vader over zijn aandeel in de bevrijding van de westelijke helft van Europa. (Hij landde met één van de eerste golven op D-Day.) Vol eerbied; zwaar onder de indruk; maar zonder echt te vóélen hoe het was om erbij te zijn geweest. Deelgenoot van de feiten maar niet van de emoties.

Waarom is die emotie onmogelijk over te brengen, zelfs als we begiftigd zouden zijn met de beschrijvende vermogens van een Tolstoj? In de kern, lijkt mij, om de eenvoudige reden dat we nu weten hoe het uiteindelijk is afgelopen. De spanning, de druk, de opwinding waren een stuk sterker omdat we niet wisten wat er een uur later zou gebeuren. Een revolutie waarvan de afloop bekend is, lijkt op een hogedrukpan waar alle stoom uit is gelaten.

Laten we dus niet het onmogelijke proberen, maar het over de toekomst hebben. Niet per se die van Polen of van de middelgrote vakbond die Solidariteit tegenwoordig is, maar die van het nieuwe model van een vreedzame revolutie waarvoor Solidarnosc de weg bereidde. Want de arbeiders van die scheepswerf begonnen in augustus 1980 aan een grondige herziening van ons idee van een revolutie en vervingen het oude model van een gewelddadige omwenteling dat sinds het begin van de Franse revolutie in 1789 bijna twee eeuwen opgeld had gedaan. We zouden dit het jakobijns-bolsjewistische model kunnen noemen: bestorming van de Bastille of het Winterpaleis; terechtstelling van de koning of de tsaar; feestelijke bevrijding van het volk die overgaat in Terreur, waarbij de revolutie haar kinderen verslindt. Ik herinner me nog levendig dat Solidarnosc en zijn adviseurs bewust lessen trokken uit de geschiedenis, en uit de nog verse ervaring van mislukte opstanden tegen het sovjet-bewind. De Poolse dissident Adam Michnik legde uit: ,,Wij hebben uit de geschiedenis geleerd dat de bestormers van de Bastille tenslotte ook hun eigen Bastilles zullen bouwen.''

Dus probeerden zij een nieuw model: vreedzaam, beheerst, geleidelijk – een revolutie via onderhandelingen. Niemand sprak nog van een fluwelen revolutie – het wachten daarop was tot 1989 in Praag – maar dat was het wel: de eerste fluwelen revolutie. Die mislukt leek toen in december 1981 de noodtoestand werd afgekondigd. Maar Solidarnosc ging nooit helemaal verloren. Toen in 1989 met Gorbatsjov de grote dooi kwam, stond Solidarnosc klaar om het karwei af te maken.

Andere fluwelen revoluties volgden, van Praag en Berlijn in 1989 tot Servië en Georgië en vorig jaar de Oranje Revolutie in Oekraïne – maar ook op andere continenten, op de Filippijnen en in Zuid-Afrika. Elk land had zijn eigen aanpak, met nieuwe en bijzondere kenmerken. Het zou onzinnig zijn om te beweren dat ze allemaal het Poolse voorbeeld volgden – en ook de Polen zelf hadden iets geleerd van de Spanjaarden en Portugezen. Maar het is wel zo dat dit bijna is uitgegroeid tot 's werelds standaardmodel van een revolutie.

Evenals de oorspronkelijke jakobijns-bolsjewistische versie is het een model van Europese makelij. De regering-Bush streeft op het ogenblik vrij agressief naar een verbreiding van fluwelen revoluties, niet alleen naar de laatst overgebleven Europese dictatuur, Wit-Rusland, maar ook naar landen in het Midden-Oosten. Hoe moeten de Europeanen reageren? Het laatste dat wij volgens mij moeten doen is het spreken over vrijheid geheel aan de Amerikanen overlaten. Tenslotte is Solidarnosc maar één van de vele gevallen waarin de Europeanen in de frontlijn voor de vrijheid hebben gestreden. Maar dan wel met vreedzame middelen.

We zouden dan ook onomwonden moeten zeggen – zoals de voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso deze week heeft gedaan in Polen – dat de zaak van Europa en die van de vrijheid hand in hand gaan. Barroso, die zich nog levendig de val van de dictatuur in zijn vaderland Portugal in 1974 herinnert, noemt dit het Europese aandeel in een `wereldwijde vrijheidsbeweging'. En van Portugal in 1974 tot Oekraïne nu zijn deze revoluties mede ingegeven door de hoop weer bij Europa te gaan horen, terwijl kwetsbare democratieën in een overgangsfase mede zijn gestabiliseerd en veiliggesteld dankzij het voorbereidingsproces voor het lidmaatschap van de Europese Unie. Wij hebben onze typisch Europese versie van regime-verandering. Daar zouden we trots op moeten zijn en krachtig voor op moeten komen. En zoals de fluwelen revolutionairen zich sinds 1980 hebben gekenmerkt door hun zorgvuldige keuze van de middelen om hun doel te bereiken, zo zouden de democratieën van de Europese Unie duidelijker moeten zijn over de middelen die gewettigd zijn – en welke niet gewettigd zijn – om de democratie bij onze buren te bevorderen.

Hoogleraar Europese Studies aan Oxford University. Zijn laatste boek is `Free world: why a crisis of the West reveals the opportunity of our time'.

    • Timothy Garton Ash