Europa moet. Maar waarheen?

Na het nee tegen de Europese Grondwet en de onopgeloste ruzie over de begroting lijkt de crisis in Europa groter dan ooit.

Hoewel regeringsleiders het nut van Europa met de mond blijven belijden, lijken ook zij steeds meer te twijfelen. 'Politici denken dat visie gevaarlijk is', zegt Daniel Cohn-Bendit.

Mark Kranenburg, correspondent van NRC Handelsblad in Brussel, vraagt zich in Straatsburg af of het nog goed komt.

Straatsburg. Is dat de plaats waar het verhaal over Europa moet beginnen? Het verhaal over het onbegrepen Europa, het ruziënde Europa, het afgewezen Europa. Of misschien zelfs wel het uiteenvallende Europa. In elk geval: het in verwarring verkerende Europa. Geen grondwet, geen meerjarenbegroting en geen richting; dat is de kortste samenvatting van de huidige stand van zaken.

Ik sta aan de voorkant van het pompeuze glazen vergaderpaleis van het Europees Parlement aan de Ill in Straatsburg. Het water stroomt een paar honderd meter verderop rechtstreeks de Rijn in, de rivier die de grens markeert tussen Frankrijk en Duitsland; de landen die zo vaak met elkaar in oorlog waren maar inmiddels zestig jaar vreedzaam naast elkaar leven. Een paar maanden geleden is hier zoals op zoveel plaatsen in Europa het einde van de Tweede Wereldoorlog nog uitvoerig herdacht. De Europese aanwezigheid in Straatsburg moet het idee van 'nooit-meer-oorlog' symboliseren.

Maar heeft Europa nog wel wat met symbolen? Het kost wel 180 miljoen euro per jaar, klagen de europarlementariërs.

Diverse keren ben ik nu al bij het Europees Parlement in Straatsburg geweest, maar de intimiderende uitstraling van het gebouw went nooit. Zou nu echt niemand zich gerealiseerd hebben dat een dergelijke kolos al bij voorbaat elk vertrouwen bij de kiezers wegneemt? Ik weet dat de werkkamers van de 732 europarlementariërs in het gebouw zeer bescheiden zijn. Veel meer ruimte dan voor een bureau, een tafel en een stoel is er vaak niet. Maar daar komen al die busladingen bezoekers niet. Die worden door het ruime atrium, de gangen met overhangende loopbruggen, en de grote vergaderzalen geloodst om er vervolgens het hunne over te denken.

Het is dinsdag 5 juli. De europarlementariërs zijn de dag ervoor met hun laatste 'Straatsburgweek' van het vergaderseizoen begonnen. Het is telkens weer een opgave. Als gevolg van een onaantastbaar Europees compromis verhuist het hele parlementaire apparaat elke maand voor een week vanuit Brussel naar de Elzas. Op de parkeerplaats staan bussen uit Duitsland, Oostenrijk en Groot-Brittannië. Vaak is het niet moeilijk te raden welke groep bij welke bus hoort. Europa is ook qua uiterlijk van zijn bevolking eenheid in verscheidenheid.

Aan de overkant rust die ochtend de kermis uit van de avond ervoor. Ik betrap mezelf op alweer een onparlementaire gedachte: waar is nu de echte kermis, daar aan de overkant, of toch hier in het Parlement?

Enthousiast en met evenveel goede bedoelingen ook zijn ze deze week weer aan de slag gegaan. De agenda biedt opnieuw van alles. Van gevaarlijke stoffen in speelgoed tot en met een overeenkomst tot instandhouding van de Afrikaanse en Euraziatische trekkende watervogels. Tot dondermiddag zullen de volksvertegenwoordigers uit de 25 lidstaten van de Unie zich bezighouden met het afwerken van de agenda. Praten, luisteren, overleggen, onderhandelen, stemmen. Crisis? Hoezo crisis?

Jarenlange vergadersessies

Het Parlement is het domein van de echte believers van Europa. Europa is dan ook hun dagelijks werk, hun bestaanszekerheid. Maar voor wie doen ze het nog? Toen vorig jaar bij de Europese verkiezingen op hen gestemd kon worden, bleef meer dan de helft van de kiezers thuis. In beweging kwamen ze pas toen ze dit jaar 'nee' konden zeggen. De Europese Grondwet, product van jarenlange vergadersessies en door de overtuigde Europeanen vaak bezongen als de apotheose van het grootse en voor de wereld unieke samenwerkingsproject, bleek uiteindelijk de nekslag. De Europeanen hoeven dat ene Europa helemaal niet. Althans niet zoals dat aan hen is voorgesteld. Toen het hun dit voorjaar per referendum werd gevraagd, zeiden de Fransen 'non', en de Nederlanders 'nee'. De altijd al sceptische Britten zouden volgend jaar zeker 'no' hebben gezegd, als premier Tony Blair hierna de volksraadpleging in zijn land niet had uitgesteld. Politici zijn voor, bevolkingen zijn tegen.

En dan was er ook nog de begroting van de Unie waar de regeringsleiders zich over moesten buigen. Hoeveel gaat Europa waaraan uitgeven in de periode 2007-2013 en hoe verdelen we de rekening over de 25 lidstaten?

Dat was de vraag. Ze werden het niet eens, toen ze er half juni over moesten besluiten. Integendeel, de bijeenkomst in Brussel liep uit op een harde confrontatie met bittere verwijten over en weer. Ziehier Europa in de zomer van 2005: tegenstemmende bevolkingen, botsende regeringsleiders en een economie die steeds verder achteropraakt bij die van de concurrenten. Komt het nog wel goed?

Onzekerheid

Zij die het zouden moeten weten, weten het even niet meer. Natuurlijk, de machinerie moet blijven draaien, dus wordt in de Europese hoofdkwartieren al weer gejongleerd met sussende begrippen als reflectieperiode of met het 'Plan D' voor diagnose en debat. Tony Blair heeft zijn collega's uitgenodigd dit najaar tijdens een informele bijeenkomst te brainstormen over de economische toekomst van Europa. Het zijn de bekende vlaggen die de lading moeten dekken. En die lading bestaat uit een en al onzekerheid. Het kan een crisis van voorbijgaande aard zijn, zoals Europa er al vele heeft gekend. Maar tevens kan het een crisis zijn die de opmaat vormt voor ontbinding. Niemand die het weet. De Nederlandse diplomaat met jarenlange Europese ervaring en zodoende voorzien van een gezonde dosis relativeringsvermogen had het enkele weken daarvoor nog tegen me gezegd: 'Het kan echt alle kanten opgaan.'

Het mededelingenbord in een van de gangen van het Parlement maakt melding van weer talloze activiteiten. Woensdag is er de jaarlijkse motortocht voor leden van het Europees Parlement die traditiegetrouw wordt georganiseerd in samenwerking met Harley Davidson en de gemeente Straatsburg. De federalistische infogroep voor de Grondwet organiseert een discussie over de voorgestelde reflectieperiode. En in de Saint Pierre le Jeune-kerk van de stad Straatsburg zal de Litouwse oud-premier - tegenwoordig europarlementariër - Vytautas Landsbergis een pianorecital houden ter gelegenheid van de nationale feestdag van zijn land.

Op dinsdag opent voorzitter Josep Borrell van het Europees Parlement in een van de zijzalen een fototentoonstelling over de massaslachting in Srebrenica tien jaar geleden. 'Europa bestond niet toen we haar het meest nodig hadden', zegt hij. En: 'Als Europa zo sterk was als we zouden willen, had Srebrenica nooit kunnen gebeuren.' Europa als bevlogen project. Zo leerden we het ooit. Van der Goes van Naters, Beyen, Mansholt, Spierenburg. Zij waren in de jaren vijftig, toen het allemaal begon, zowel de pioniers als de idealisten. Allen gedreven door de ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Voor hen was dat ene Europa geen vraag maar een opdracht. Zegt het huidige klimaat dat daar nu juist geen ruimte voor is? En is het werkelijk iets nieuws of is het nu pas aan de oppervlakte gekomen?

Verstoppertje spelen

Onlangs vond ik het boek De grote illusie van de Fransman Alain Minc terug dat vijftien jaar geleden verscheen. De Muur was net gevallen, maar de Sovjet-Unie bestond nog. In het voorwoord staat: 'Laten we ophouden met verstoppertje spelen. De Europese eenstemmigheidsgedachte, de naïeve retoriek, de misschien kortstondige geestdrift gaan een uiterst belangrijke discussie uit de weg: welk Europa willen wij?' Het is de vraag die nog altijd niet beantwoord is.

Europa moet, zeggen alle politieke leiders in koor. De negatieve uitslag van de referenda in Frankrijk en Nederland was ook geen stem tegen Europa, weten ze. In zijn veelbesproken rede voor het Europees Parlement van juni dit jaar zei de Britse premier Blair dat het debat niet gaat over de vraag hoe Europa kan worden afgeschaft maar over hoe het kan doen waarvoor het bedoeld was: het leven van de mensen verbeteren. Blair: 'Het is tijd om het contact met de werkelijkheid te herstellen. Laat de wekker maar eens aflopen. Rond de stadsmuren blazen de mensen op hun bazuinen. Horen wij dat wel? Hebben wij de politieke wil om naar buiten te stappen en met hen te overleggen, opdat zij ons, hun leiders, gaan zien als onderdeel van de oplossing en niet van het probleem?'

Heeft het probleem van Europa dan toch alles te maken met het ontbreken van een helder politiek verhaal, met zoals Blair zei, een gebrek aan leiderschap? Ik besluit langs te gaan bij Daniel Cohn-Bendit, fractieleider van De Groenen in het Europees Parlement, maar vooral ook de man van de studentenrevolutie in Parijs van mei 1968. Dit jaar is hij 60 geworden maar jeugdig elan heeft Cohn Bendit nog steeds. Elk optreden van hem in de plenaire vergadering is een voorstelling. De retorische gaven die destijds bleken op de barricaden van Parijs bezit hij nog steeds. Buiten het podium van de vergaderzaal, op zijn eigen kamer, is van dat pathos nog maar weinig over. Dan blijkt hij een rustig formulerend politicus met veel oog voor het machtsspel. De negatieve uitslag van het referendum over de Europese Grondwet in Frankrijk was ook zijn verlies, zegt hij. 'Ik heb verloren.' Cohn Bendit was een fervent voorstander van de Europese Grondwet. Waarom de bevolkingen van Frankrijk en Nederland hebben tegengestemd? Omdat de politieke leiders zich er niet volledig voor hebben ingezet, is zijn overtuiging. 'Waar was Balkenende tijdens het referendum? Hebt u hem gezien? Het probleem is dat Balkenende geen idealisme heeft. Voor hem is Europa niet iets existentieels, maar iets dat men kan doen of laten. Dat is het gevaar. En met Chirac is dat precies zo. Politici zijn op dit moment niet geestdriftig. Zij denken dat visie gevaarlijk is.'

Toch heeft Cohn-Bendit de Grondwet en daarmee een samenwerkend Europa nog niet opgegeven. Nu heerst er radeloosheid en een crisisstemming, maar die is overkomelijk, meent hij. 'Europa is een ongelooflijk historisch project. We hebben al zoveel catastrofes in Europa overleefd. In ons gejaagde leven is een vertraging van twee of drie jaar direct al een eeuwigheid. Maar in de geschiedenis is het niets. We hebben een crisis, maar we kunnen hem overwinnen. De mensen in Europa hebben Europa nodig. Het heeft geen zin te jammeren.'

Een dag later vraagt voorzitter Borrell in de plenaire vergaderzaal om bijzondere aandacht van de leden. Enkele uren ervoor zijn de bommen in de Londense metro ontploft. 'We zullen nooit toelaten dat de wreedheden van het terrorisme onze waarden in Europa van vrede en democratie zullen verslaan', zegt hij alvorens een minuut stilte in acht te nemen. Ook de bestrijding van het terrorisme bewijst nog eens de noodzaak van een gezamenlijke Europese aanpak, is direct de veelgehoorde analyse. Maar was Europa daar dan ook niet al mee bezig?

De draad van Ariadne

Hoe nu verder met Europa? Op de terugweg uit Straatsburg naar Brussel besluit ik nog bij een betrokken buitenstaander langs te gaan. Vlak langs de snelweg Luxemburg-Brussel, die momenteel mede met Europees geld wordt gerenoveerd, ligt in de Ardennen het Waalse plaatsje Fenffe. Al tientallen jaren woont hier de inmiddels 91-jarige Max Kohnstamm. Hij was begin jaren vijftig als onderhandelaar van de Nederlandse delegatie direct betrokken bij de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (Egks) waaruit de Europese Unie is voortgekomen. Daarna werd hij secretaris van de hoge autoriteit van die EGKS, de steun en toeverlaat van zijn vriend Jean Monnet die voorzitter was.

Alle crises binnen de Europese Unie heeft Kohnstamm óf zelf óf van zeer nabij meegemaakt. Maar de huidige crisis is anders, zegt hij. 'Het verzet komt vanuit de bevolkingen. Dat maakt het meer onvoorspelbaar en ook moeilijker, vooral ook omdat er zoveel emoties in meespelen. We hebben vroeger ook wel tegenslagen gehad, maar dan was het niet moeilijk te zien wat er moest gebeuren om de zaak weer op orde te brengen. De draad van Ariadne was altijd bij de hand. Maar nu stel ik meer vragen dan ik antwoorden heb. En dat geldt voor iedereen. We moeten nadenken over wat de oorzaken zijn van deze crisis. Maar het belangrijkste is toch: hoe kom je verder.'

En daar zit volgens Kohnstamm nu juist het grote probleem. 'Het debat over Europa werd altijd gevoerd door de politieke elite die op zichzelf de zaak nog in handen had. Maar nu zie je dat de politieke partijen onderling sterk verdeeld zijn. Het politiek leiderschap is buitenwoon verzwakt en het gezag wordt niet meer geaccepteerd. Daar komt nog bij dat Europa geen abstractie meer is, maar het dagelijks leven van de mensen raakt. Het gevoel bij veel mensen is toch dat ze geregeerd worden door krachten die ze niet overzien.

'Ik ben zelf overtuigd van het feit dat er een dynamiek van de angst bestaat. Het knappe van die vreselijke terroristenaanslagen is dat ze de onzekerheid versterken en dus iets krampachtigs in de wereld brengen. Je moet je verdedigen, maar je weet niet precies tegen wat.

'Die angst beïnvloedt de manier waarop naar elke politieke daad gekeken wordt. Dat zie je nu bij het oordeel over Europa: laten we naar binnen kijken. De buitenwereld is gevaarlijk en vijandig. Dus laten we de dijken maar ophogen en bij elkaar blijven. Terwijl het probleem van de wereld onoplosbaar wordt, als we het niet gezamenlijk oplossen.'

Een nieuw debat beginnen over de Europese Grondwet die hij 'een indigestieve massa' noemt, heeft volgens Kohnstamm geen zin. 'Ik denk niet dat je er uitkomt door opnieuw over instituties te praten. Als je nagaat hoe in het verleden dingen in Europa tot stand zijn gebracht, was er toch eerst een actieplan waar dan later zonodig institutionele conclusies uit getrokken werden. Ik vind dan ook dat we eerst eens moeten kijken naar rol en verwachting van Europa, zowel naar binnen als naar buiten. Daar is ook de verwarring over ontstaan. Nooit is goed duidelijk gemaakt wat Brussel wel kan en wat Brussel niet kan. De visie moet zijn hoe Europa tegenover de wereldmarkt staat.'

Niet door anderen te overvleugelen, vindt hij. 'De kreet dat Europa de most competitive economy moet worden, zit er volkomen naast. Competitie betekent in wezen het overwinnen van de ander. Het is een noodzakelijk element, maar als het overheersend wordt gaat het ten koste van het begrip solidariteit.' Daarentegen heeft het Europese model volgens Kohnstamm de rest van de wereld wel degelijk wat te bieden. Iets waar buiten Europa meer waardering voor bestaat dan in Europa zelf. 'We hebben in Europa met vallen en opstaan een structuur geschapen waarin noch sprake is van een hegemonie, noch van een balance of power en die ons toch al meer dan vijftig jaar vrede heeft opgeleverd. Een dergelijke structuur kan ook de oplossing zijn voor andere delen van de wereld. Balance of power betekent altijd, dat je het veiligst bent als je net een beetje sterker bent dan de ander. Het Europese model is het enige model dat daarop een ander antwoord probeert te geven. Wat me verdrietig maakt, is dat de uitstraling van dat model aangetast wordt, doordat we elkaar voortdurend aankijken of we nu 1,1 procent of 1,2 procent moeten betalen. En dan moet ik eerlijk zeggen dat ik de positie van Nederland in het financiële debat beneden peil vind. De combinatie van én we betalen te veel én we willen zo min mogelijk is desastreus.'

Bij het vertrek geeft Kohnstamm nog een aan twee kanten bedrukt a4'tje mee waarop hij enige tijd geleden enkele van zijn gedachten heeft neergelegd. Halverwege lees ik: 'Wat is dan het geheim dat de Unie bijeenhoudt? Dat geheim is het web van regels en verbindingen dat langzamerhand zo sterk is geworden dat geen staat er zich tot nu toe uit terug heeft getrokken.'

Bij alle onzekerheid die de afgelopen maanden rond Europa is ontstaan, is dat misschien wel de meest geruststellende gedachte.

Mark Kranenburg is correspondent van NRC Handelsblad in Brussel.

Rhonald Blommestijn is illustrator.

[streamers]

De intimiderende uitstraling van het parlementsgebouw went nooit

Dit kan een crisis zijn die de opmaat vormt voor ontbinding

Het Europese model heeft de wereld wel degelijk iets te bieden