Dorp in Afrika

De meeste mensen beschouwen Afrika als een hopeloos geval. Aziatische tijgers ontwaken, Latijns-Amerikaanse dicaturen verdwijnen, maar in Afrika verandert nooit wat. Klimatologische rampen van bijbelse proporties, corrupte dictaturen, wanbeleid, periodieke uitbarstingen van geweld en hongersnood. Afrika-correspondenten hebben doorgaans de grootste moeite de aandacht van het publiek te trekken.

En dan opeens ontwaakt het collectieve schuldgevoel: geld wordt ingezameld, popsterren zingen er schande van, politieke leiders spreken mooie woorden en schelden schulden kwijt. Dit jaar is het weer raak. Maar in die acties blijven de Afrikanen altijd amorfe massa's, onpersoonlijke iconen van armoe en ellende.

Niemand vraagt hun ook wat, ze hebben geen gezicht.

Dit voorjaar kwamen de Verenigde Naties met een spectaculair plan: binnen tien jaar moet de honger de wereld uit. Deze maand moet het plan worden uitgewerkt.

Dick Wittenberg, Afrika-redacteur van NRC Handelsblad, vroeg zich af wat elke dag honger eigenlijk doet met een mens. Hij koos een willekeurig dorp in het straatarme Malawi, waar alle 45 gezinnen al jaren onder het bestaansminimum leven. Hij ging alle hutten binnen en vroeg de bewoners alles wat hij weten wilde. Hij tekende de verhalen op van een 15-jarige banjospeler die liever doodgaat van de honger dan dat hij zijn banjo verkoopt, van de oude lepralijder die de rijkste man was van het dorp tot de ziekte hem trof, van de vrouw die danst, zodat haar kinderen niet zien dat zij honger heeft, van de dorpsoudste die de boel bij elkaar moet houden. Fotograaf Jan Banning gaf de dorpelingen van Dickson een gezicht.

Maar met een schuldgevoel bleven ook Wittenberg en Banning zitten.

Stel dat het nou haalbaar blijkt te zijn, dat plan van de VN. Wat zou dat mooi zijn.

    • Laura Starink