De waarheid ziet er anders uit in Amerika

Een correspondent in de VS moet veel opvattingen die in Europa doorgaan voor waarheden als koeien, achter zich laten. De sociaal-democratie heeft er weinig aanhangers en objectiviteit wordt beschouwd als een linkse truc.

Het was hoogzomer toen wij terugkwamen uit de Verenigde Staten: stortregen met `nu en dan een opklaring'. Toen kwam hard nieuws uit Den Haag: `Het kabinet is er uit. Vrijwel iedereen in Nederland gaat er op vooruit. Zelfs het milieu boven het Koninkrijk is volgend jaar beter af'.

Geen nachtenlang crisisberaad dit jaar, maar koene bestuurskracht. De enige vraag die rest is of het gepast is HM de Koningin op prinsjesdag vier weken oud nieuws te laten voorlezen. Mag best, schreef het dagblad Trouw, gebeurt al jaren. Welnee, deze praktijk doet afbraak aan de Derde Dinsdag in ons staatkundig bestel, aldus de Voorzitter van De Andere Kamer.

Wat zou zijn verre voorganger, Anne Vondeling, er van hebben gevonden, de staatsman die ons vandaag bijeenbrengt? Hij stond pal voor een parlement dat zijn rechten op de regering bevecht. Welnu, de Kamer is dit jaar tijdig geïnformeerd. Maar als Vondeling het staatsnieuws het eerst in de krant las, dan ergerde de parlementaire leeuw zich lam.

Hoe het ook zij, de nationale discussie draait weer, gelukkig over een vormkwestie, dus iedereen kan meedoen. Nederlanders die nog kranten lezen, spellen de commentaren of zij wagen een ingezonden briefje. Elektronisch en mediavrij Nederland neemt de zaak lichter op. In de entertainment-gevangenis van Big Brother, die ik met mijn nieuwe, razendsnelle internetverbinding 24 uur per dag van kamer tot kamer volg, is nog geen meerderheid vóór of tégen het uithollen van de troonrede. Ook op Talpa gaat het er niet voortdurend over. De bestelverlaters krijgen met het nieuwe AD hun laatste kans iets te lezen over de wereld om hen heen.

Het was – in dit stormklimaat – geruststellend terugkomen tijdens het jaarlijkse koopkrachtritueel. Je hoort overzee zo veel onrustbarende dingen over Nederland de laatste tijd. Niet alles bleek veranderd in de twaalf jaar dat ik voor NRC Handelsblad vreemde landen mocht verkennen. Landen waar men het ieder jaar weer redt zonder koopkrachtplaatje. Landen waar niemand zou geloven dat de regering het milieu met fiscale maatregelen voor een jaar kan redden. In Frankrijk dromen ze daar alleen van. In Amerika wil helemaal niemand dat `ze' in de hoofdstad het milieu redden.

Komend uit de Verenigde Staten, waar men voortdurend op zoek is naar expansie, van de markt, van het nationale zelfrespect, is het een belevenis om kwart voor vijf op zaterdagmiddag naar huis te worden gestuurd door de sociale partners: ,,Niet meer kopen! Pas op voor te veel economische groei! Wij zien u maandagmiddag wel weer terug. Of liever dinsdagmorgen.'' Twee dagen verplicht winkelvrij. De kinderen waren trouwens donderdagmiddag al thuis – om niet te vroeg te pieken in de kenniseconomie.

Waar wij vandaan komen is het oorlog. In Amerika hield 9/11 nooit meer op, de vlag wapperde in iedere toespraak. Het ging steeds maar over Pearl Harbor, over de coalitie van het kwaad die de wilskracht van het Amerikaanse volk op de proef stelt, over Gods wil en `Return to Greatness', over terrorisme en `alarmfase oranje'. Hier trouwt op de televisie ieder weekeinde een prins die het `helemaal goed' heeft met zijn vriendin, en de Oranje-fase achter zich laat.

Wat is het ver weg, die dagelijkse strijd om de waarheid, die steeds weer terugkerende vraag of de Amerikaanse pers zijn werk wel goed doet, of het Amerikaanse volk wel weet wat er in zijn naam gebeurt. In de aanloop naar de Irak-oorlog stonden de traditionele Amerikaanse tv-networks met lege handen: hun avondnieuws was onder druk van de kassaplicht teruggebracht tot twaalf minuten `faits divers', ingebed in twintig minuten Viagra, Vioxx en Allegra. Met het buitenland als excuuswaardige voetnoot. En ook de stortkokers van bewegend nieuws (CNN, Fox en MSNBC) vonden zelden tijd voor de feiten. Opinies waren makkelijker te verzamelen, liefst mét de stroom mee.

Zelfs de New York Times en de Washington Post, die géén eigendom zijn van kille conglomeraten, lieten zich `bewijzen' op de mouw spelden. Juist die `primeurs' hielpen de regering een dreiging aannemelijk te maken die sindsdien niet aantoonbaar is gebleken. De morele druk om `de oorlog' te steunen vertroebelde het oordeel van veel nieuwsorganisaties.

Hun professionele praktijk werd stelselmatig ondermijnd door de in slagkracht gegroeide conservatieve denktanks en media, die pretenderen het ijkpunt van de discussie te zijn. Op de flanken werd de conservatieve nieuwsmachine gesteund door een baaierd aan bloggers, die geen boodschap hebben aan hoor en wederhoor, aan checken en double checken.

In dat klimaat, waarin streven naar objectiviteit een snobistische truc uit het linkse mediaverleden was geworden, gleed Amerika vorig jaar naar verkiezingen toe. De `oorlogspresident' tegen de man die hoopte op de vorige oorlog zijn presidentschap te bouwen. Niet dat John Kerry de ideale kandidaat was, maar vrijwel iedere Democraat zou zijn geradbraakt door troebele groepen van het kaliber `Swiftboat Veterans for Truth' – Orwell maakte overuren.

Als buitenlandse correspondent sta je erbij en kijk je er naar. Waar de nationale media in Washington, met uitzondering van enkele taaie verslaggevers van de Knight Ridder-groep, niet bestand bleken tegen de zuigkracht van politiek correcte berichtgeving, kon je als buitenstaander niet hopen de echte waarheid weg te slepen. Maar je intuïtie was niet buiten werking gesteld. Een dagelijkse bron van verwarring.

De toekenning van de Anne Vondelingprijs, juist voor de verslaggeving over de laatste presidentsverkiezingen, geeft mij extra voldoening omdat ik zeker in die tijd heb geworsteld met de vraag hoe mijn lezers goed en eerlijk te bedienen. Objectiviteit mag een dalende waarde zijn, in de Nederlandse politieke verhoudingen kan wie zich er op toelegt nog een eind komen. Toen ik destijds zelf op het Binnenhof rondliep met een blocnote, overkwam het me dat zowel Joop den Uyl als Hans Wiegel in één week tussen neus en lippen zei dat ze me geen ongeschikte figuur vonden, al was het jammer dat ik niet aan hun kant stond.

In Washington is een zekere onpartijdigheid nog moeilijker bereikbaar, zeker voor een Europeaan. De politieke spectra op beide continenten liggen te ver uiteen. Franse conservatieven vinden Amerikaanse Democraten onbegrijpelijk rechts. Kanselier Merkel neemt Tony Blairs rol in Irak straks niet automatisch over – de Labour-premier heeft de politieke zwaartekracht jaren getart, met gemengde resultaten. Wat Nederland betreft: waarom minister Bots afwijzing van John Bolton voor de Verenigde Naties op het Witte Huis geen indruk maakte, blijft een raadsel. Misschien geeft het houvast te weten dat de Groep Wilders zich waarschijnlijk het meest thuis voelt bij sommige gematigde Republikeinen.

Met andere woorden: veel Europese instincten functioneren in Amerika niet nuttig, de journalistieke controlelampjes knipperen dagelijks. Dat is ook leerzaam. Je steekt veel op over de toevallig gegroeide waarheden-als-een-koe in eigen land. Maar hoe bericht je over dat andere land waar niets vanzelfsprekend is dat in het Voorjaarsoverleg aan de orde komt? Vooral als dat andere land het grootste in de wereld is qua militaire en economische macht, en bovendien bezig met een historische oorlog op wereldschaal, waarvan de doelen verwarrend maar verreikend zijn?

Dan ga je er toch maar weer op uit. Om de Bush-puzzel te ontcijferen voerde het pad naar een knoflookfeest in Iowa. Daar vertelden slimme, jonge Republikeinen dat Bush hen had teleurgesteld met zijn softe sociaal-economisch beleid. Je zag in Colorado Springs, de bakermat van de huidige christelijk-conservatieve revolutie, dat de bezorgers van de Amerikaanse Wachttoren tegenwoordig hi-speed internet hebben, rondrijden in benzineslurpende SUV's, en allervriendelijkst zijn. Maar zij willen hun normen wel opleggen aan de rest van het land en de wereld – dat is nieuw.

Dan ga je naar het pretpark van de Hershey chocoladefabriek in swing state Pennsylvania, en vindt een stadion vol werkende families met Bush-vlaggen. Je weerstaat het pers-segregatiebeleid, dat standaard is op dergelijke evenementen, en dan hoor je van een airco-monteur en zijn gezin waarom zij niet geloven in de betere ziekteverzekering van John Kerry. Socialisme heeft nooit bestaan in de VS, de markt voor sociaal-democratie is kleiner dan ooit.

Op zulke tochten stel je vast dat George W. Bush een aantal Amerikaanse waarden vertegenwoordigt die hem niet zo uniek afwijkend maken als velen in Nederland veronderstellen.

Redacteur van NRC Handelsblad en oud-correspondent in Londen, Parijs en Washington. Hij kreeg woensdag de Anne Vondelingprijs voor zijn verslaggeving van de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Hieronder de licht bekorte tekst van zijn dankwoord.

    • Marc Chavannes