De mens begrijpt het geblaf van de hond

Mensen kunnen uit geluidsopnamen van hondengeblaf afleiden in welke situatie de hond zich tijdens het blaffen bevond en zelfs hoe het dier zich waarschijnlijk voelde. Ervaring met honden lijkt hierbij niet uit te maken: hondenbezitters begrijpen geblaf even goed als mensen die zelf geen hond hebben. Dat blijkt uit onderzoek van een team van Hongaarse ethologen, gepubliceerd in het laatste nummer van Journal of Comparative Psychology.

Zowel wilde als gedomesticeerde honden hebben een rijk repertoire aan geluiden (piepen, janken) tot hun beschikking voor de communicatie van hond tot hond, maar onderzoekers verwonderden zich erover dat blaffen vrijwel geen communicatieve functie leek te vervullen voor honden onderling. Dit nieuwe onderzoek steunt de gedachte dat het blaffen in tamme honden zich heeft ontwikkeld tot een communicatiemiddel van hond tot mens.

De ethologen hadden geluidsopnamen gemaakt van het geblaf van negentien Mudi`s, Hongaarse herdershonden, in zes verschillende situaties: hond waarschuwt voor een indringer, hond valt aan en bijt, hond mag mee uit wandelen, hond wordt vastgebonden aan een boom en achtergelaten, hond krijgt bal voorgehouden, hond stoeit met baasje. Het geblaf bleek objectief duidelijk te verschillen per situatie. In de aanval-bijtsituatie volgden de blaffen elkaar bijvoorbeeld het snelst op, verlaten worden en wachten op de bal leidden tot de langste tussenblafse pauzes, en tegen de indringer werd op de laagste toon geblaft.

De 36 proefpersonen (mannen en vrouwen) die naar het geblaf luisterden, scoorden ver boven kansniveau (gemiddeld 40 procent goed in plaats van 16,67 procent) toen hun gevraagd werd te raden in welke van de zes situaties de opnamen gemaakt waren, ongeacht of ze zelf een Mudi hadden, of een andere hond, of helemaal geen hond. Ze vonden de waarschuwblaf en de aanvalsblaf het agressiefst klinken en de verlatingsblaf het wanhopigst en het minst blij. Dat bleek ook samen te hangen met objectieve kenmerken : langzaam en laag blaffen werd agressief geïnterpreteerd, snel en hoog blaffen vrolijk.

De vraag is nu of domesticatie honden in het algemeen meer mens-georiënteerd heeft gemaakt, waardoor ze begrijpelijker zijn gaan blaffen, of dat hondenfokkers misschien onbewust ook op een begrijpelijke blaf hebben geselecteerd. Het kan ook zijn dat bepaalde kenmerken van geluiden die dieren maken over soorten heen hetzelfde zijn, bijvoorbeeld lage tonen bij agressie en hoge tonen bij vrolijkheid – dat is ook bij vogels zo. Opvallend is wel dat het bij het `begrijpen' van kattengemiauw wel blijkt uit te maken of mensen ervaring met de soort hebben of niet. Hoe dat komt, is nog niet duidelijk.

    • Ellen de Bruin