De kostenpost van de fusiedrift

Groot, groter, nog groter.

Op de website van de nationale kartelwaakhond, de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), is het geen zomerluwte geweest. De fusies lopen gewoon door. Bij ondernemingen, zoals die van telefoonbedrijven KPN en Telfort. Maar vooral onder (semi)publieke organisaties, zoals woningcorporaties, ziekenhuizen, thuiszorgbedrijven, verpleeghuizen, ziektekostenverzekeraars. De enige die nog ontbreken zijn de regionale opleidingscentra.

Een greep uit de afgelopen weken. Woonbron, een grote woningcorporatie in Rotterdam, wil samengaan met Woondrecht, een wat kleinere corporatie, uit Dordrecht. De NMa geeft groen licht voor de fusie van Rabobank en Achmea, wat in essentie een grote zorgverzekeraarsfusie is. De aankondiging van een fusie van drie Amsterdamse instellingen (Amstelrade, Antaris en Fontis) in thuis-, verpleeghuis- en gehandicaptenzorg. Een fusie van een hele grote instelling in gehandicaptenzorg, `s Heeren Loo, met een kleinere, Waalborg. Weer een grote thuiszorgfusie in Groningen. Nog een voorgenomen zorgverzekeraarsfusie. Een fusie van een verpleeghuis-, thuiszorg en verzorgingshuisfusie in Limburg. En nog een fiat van de NMa voor een thuiszorgfusie in de regio Alkmaar.

De hamvraag is: hoeveel baat hebben burgers en consumenten bij de schaalvergroting? Politiek bestaan geen hindernissen. De oproep in Pim Fortuyns politieke program om de fusies in de semi-publieke sector terug te draaien, om te beginnen bij scholen, is al lang weer in de vergetelheid geraakt.

Wordt dienstverlening dankzij fusies beter? Twijfel is op z'n plaats. Grotere organisaties betalen hun managers doorgaans wel beter, niet altijd meteen, maar de beloningsonderzoeken van de adviesfirma's op dit

gebied komen vroeger of later toch ter tafel.

Wordt de dienstverlening goedkoper? Als het al lukt om na fusies de kosten te reduceren, en daarmee de dienstverlening goedkoper te maken, is er meestal wel één stijgende, maar tevens ongrijpbare kostenpost: de cost of complexity. Hoe groter, hoe moeilijker bestuurbaar, zeker als de werknemers vaklui zijn en de doelstelling van de organisatie zich niet simpelweg in kosten en winst laat omschrijven.

Een van de bedrijfstakken waar de gevolgen van samenklonteringen onafhankelijk zijn onderzocht zijn de woningcorporaties. Onderzoeksbureau Rigo legde eerder dit jaar de vinger op feiten die managers liever ontkennen: er is ,,een duidelijk verband'' tussen fusies en de hoogte van de bedrijfslasten, zoals onderhoud en de salarissen. Fusiecorporaties bleken niet goedkoper, maar juist duurder.

    • Menno Tamminga