Combinatie `zoet na zuur' uit `Wilhelmus' of `Beatrijs'?

In de brievenrubriek van 31 augustus berichtte F. Veringa dat de beeldspraak van premier Balkenende `zoet na zuur' is ontleend aan het negende couplet van het Wilhelmus. Op het gevaar af te worden uitgemaakt voor een schoolfrik en een betweter wil ik erop wijzen, dat de combinatie zoet én zuur al heel vroeg in de Nederlandse taal/literatuur voorkomt. Ik denk aan de Middelnederlandse vertaling van `Beatrijs', ergens na 1227 en vóór 1374 ontstaan. Nog vóór de jonge non en kosteres Beatrijs stiekem het klooster zal verlaten om met haar vroegere vriend en minnaar het vrije leven in te gaan, heeft zij een ontmoeting met hem aan weerszijde van het tralievenster. In regel 139 en 140 zegt hij tegen haar: ,,Met u willic mi aventuren/Lief, leet, tsuete metten sueren.'' De jongeman zal deze belofte breken.

    • M.W. Hartog