Chinezen zijn de dupe van Europese ruzie

Vrachtladingen Chinese kleding die wachten om Europa binnen te mogen: het conflict over de Europese import van Chinees textiel staat ongetwijfeld hoog op de agenda tijdens de EU-Chinatop komende maandag. Europese importeurs en producenten van kleding staan tegenover elkaar. En voor Chinese kledingfabrikanten staat er veel op het spel.

Het Chinese nieuws brengt het netjes als twee gescheiden onderwerpen: de EU-Chinatop die voor maandag in Peking staat gepland en het slepende conflict met de Europese Unie over de sterk toegenomen export van Chinees textiel sinds op 1 januari de quota op textiel wereldwijd werden opgeheven. Toch zal het textielconflict hoog op de agenda staan tijdens de top. Waar het er eerder op leek dat de EU, in tegenstelling tot de VS, een conflict met China had weten te voorkomen door alsnog quota voor een overgangsperiode overeen te komen, kwamen de twee opnieuw tegenover elkaar te staan toen de meeste van die quota binnen een mum van tijd gevuld bleken.

China voelt er niets voor om, zoals de EU het liefste zou zien, een deel van het textiel dat nu in de havens van Europa op import wacht, af te trekken van de quota van volgend jaar. China weet zich daarbij gesteund door een deel van de lidstaten, waaronder Nederland. De Nationale Chinese Textielassociatie noemt de quota ,,ongunstig voor zowel China als de EU'', duidend op het belang van Europese importeurs en consumenten die, anders dan de Europese producenten, het meest gebaat zijn bij een zo gunstig mogelijke prijs-kwaliteitverhouding.

China heeft op het moment sterke kaarten in handen: de goederen liggen al in de Europese havens, ze zijn ook al betaald. Het gaat dus om producten die de Europese importeurs graag binnen hun grenzen willen brengen zonder dat China daar nog veel mee te maken heeft. China heeft zich daarom veel minder mild opgesteld dan bij voorgaande onderhandelingsrondes, toen de quota met de EU werden afgesproken.

Voor China is de situatie problematisch: Chinese producenten, die vaak met zeer smalle marges werken, hebben zich anders dan de producenten in de EU wèl voorbereid op de al jaren voorziene opheffing van de quota. Zij hebben hun productiecapaciteit uitgebreid met het oog op de nieuwe markttoegang in 2005, maar zij komen nu bedrogen uit. Veel Chinese fabrieken worden in hun voortbestaan bedreigd, en producenten begrijpen de opstelling van de EU en de VS niet. Eerst pleitten deze voor globalisering en internationale vrijhandel, waarbij China werd gevraagd zijn markten open te stellen voor westerse producenten en goederen. Maar nu China zijn voordelige positie in de textielproductie wil uitbuiten, stellen de EU en de VS zich opeens protectionistisch op.

Voor de Chinese overheid is de situatie delicaat: als het land geen compromis bereikt, dan kunnen de conflicten rond de textiel een voorbode vormen van veel bredere handelsconflicten, waarbij protectionisme hand over hand terrein wint op vrijhandel. Dat is een ontwikkeling die voor exportland China buitengewoon ongunstig zou zijn.

    • Garrie van Pinxteren