Chinezen zijn de dupe van Europese ruzie

Sinds zijn aantreden als voorzitter van de Europese Commissie, eind vorig jaar, bepleit de Portugees José Manuel Barroso betere betrekkingen met China. Het verder verdiepen van de relatie is voor het dagelijks bestuur van de EU één van de topprioriteiten, heeft hij al bij verschillende gelegenheden gezegd. Toen Barroso China voor het eerst bezocht in zijn hoedanigheid als voorzitter, noemde hij de opkomst van China één van de uitdagingen voor de EU. ,,Europa moet de opkomst van China beschouwen als een kans en niet als een bedreiging'', zei Barroso in een toespraak voor een business-school in Shanghai.

Dat Europa op dat vlak nog een lange weg heeft te gaan, hebben de perikelen rond de import van grote partijen Chinese textielgoederen laten zien. Al weken wachten containers vol met in China geproduceerde truien, broeken en beha's in Europese havens op het moment dat zij aan land kunnen worden gebracht. Binnen Europa bestaat verschil van mening of deze goederen nu wel of niet binnen de met China overeengekomen importrestricties mogen worden gerekend. Waarmee duidelijk wordt dat het vooral een intern Europees probleem is.

Het zijn de producenten en de importeurs die lijnrecht tegenover elkaar staan. In grove geografische termen: Zuid-Europa versus Noord-Europa. De producenten staan volgens cijfers van de Europese brancheorganisatie Euratex voor 170.000 bedrijven die aan naar schatting 2,5 miljoen mensen werk bieden. Zij vrezen te worden weggeconcurreerd door goedkope Chinese textielproducenten en eisen strikte naleving van de met China overeengekomen quota's. Het gevolg is dat een aantal producten Europa niet meer in mag. Maar na forse druk van de importeurs, die zeiden dat zij de artikelen ruim voordat de quota-afspraken waren gemaakt in China hadden besteld, mag mogelijk een deel van de al bestelde goederen Europa toch in. Maar dan is de vraag of en hoe dit verdisconteerd moet worden in de quotaregelingen voor de komende jaren. Dit punt zal tijdens de top van maandag zeker aan de orde komen.

Voor de vrijhandelsstroming binnen Europa gaat het om een achterhoedegevecht. Illustratief was het ingezonden stuk dat vier Europese ministers van handel, waaronder de Nederlandse staatssecretaris Van Gennip, vorige maand in de Financial Times schreven. Daarin stelden zij dat veel van de Chinese textielgoederen op bestelling zijn gemaakt. Uitbesteding van productie was volgens hen het antwoord van veel Europese textielproducenten op het tot dan toe ongevraagde aanbod uit lage lonen-landen.

Nu gaat het om textiel. Maar de Europese schoenindustrie klaagt ook al over de enorme toevloed uit China. Het enige echte antwoord, zegt Brussel, is dan ook dat Europa concurrerender wordt dan China.

    • Mark Kranenburg