Bullebak met oog voor talent

Achter het succes van Pete Sampras, Lindsay Davenport en Maria Sjarapova schuilt de hand van Robert Lansdorp. In de Verenigde Staten wordt hij beschouwd als een Amerikaanse tennisgoeroe, maar hij voelt zich Nederlander. ,,Als ik het Wilhelmus hoor, krijg ik kippenvel.''

Anderhalve maand geleden had Robert Lansdorp (66) even helemaal genoeg van Maria Sjarapova. De Russische tennisster miste in de ogen van de coach de juiste instelling. Op zulke momenten hoeft hij nooit lang na te denken. ,,Ik heb de training stilgelegd en haar direct gezegd wat ik er van vond.

`You suck, je bent langzaam, lui en je kunt geen bal goed slaan', zei ik tegen haar. Ze begon te zeuren dat ik altijd tegen haar tekeer ga. Dat ik te hard voor haar zou zijn. Toen was ik echt klaar met haar. `Listen baby, denk je dat ik jou nodig heb? Waarvoor dan wel? Ga maar weg. Ik hoef je niet meer te zien', schreeuwde ik tegen haar. De volgende dag was ze er weer. Ik heb verder geen problemen meer met haar gehad.''

Het voorval met Sjarapova typeert de werkwijze van de veeleisende Lansdorp. Hoe groter het talent dat hij onder zijn hoede heeft, des te hoger zijn eisen. Alleen een maximale inzet voldoet. Aan mensen die hun tijd verdoen heeft de coach een broertje dood. Wie dat niet accepteert hoeft niet bij hem aan te kloppen. Aan de effectiviteit van zijn Spartaanse trainingsmethoden heeft Lansdorp nooit getwijfeld. De resultaten spreken voor zich. Hij maakte van Tracy Austin, Pete Sampras, Lindsay Davenport, Anastasia Miskina en Maria Sjarapova stuk voor stuk winnaars van een grandslamtoernooi. Davenport en Sjarapova worden op de US Open beiden als grote favorieten voor de titel beschouwd.

Lansdorp fungeert in New York als een soort adviseur van Sjarapova. Tijdens de wedstrijden van de Russin zit hij in het stadion, maar de dagelijkse trainingen op Flushing Meadows laat hij over aan haar vader Joeri Sjarapova. Lansdorp geeft zijn oefensessies op een door hem gehuurde baan van het South Bay Tennis Center in de Amerikaanse staat Californië, waar hij al zo'n dertig jaar woont. Nadat Sjarapova in het Arthur Ashe Stadium op verbluffende wijze haar tegenstandster alle hoeken van de baan heeft laten zien, neemt Lansdorp in het spelersverblijf van de US Open uitgebreid de tijd om afwisselend in het Engels en gebroken Nederlands zijn verhaal te doen.

,,Eigenlijk is het heel simpel'', stelt Lansdorp. ,,Ik ben niet iemand die uren achtereen met tennissters gaat praten. Ik wil talenten beter maken. Ik zie wat ze fout doen en ik bezit de gave uit te leggen wat ze vervolgens moeten doen. Ik ben rechtlijnig en ik houd van discipline. Ik gebruik vaak de Nederlandse uitspraak `wie niet horen wil, moet maar voelen'. Sommigen zeggen dat ik te hard ben, maar zo zie ik dat niet. Als je goed kúnt worden, dan moet je ook goed wíllen worden. Daarbij mag je niet je tijd verdoen. Ik wil niet dat speelsters verliezen wat ze in zich hebben. Want ik weet wat het is alles opeens te zien verdwijnen. Toen ik klein was, verloren mijn ouders alles wat ze hadden. Ik wil voorkomen dat een van mijn speelsters hetzelfde overkomt.''

Robert Lansdorp werd in 1938 als zoon van Nederlandse ouders geboren in Semarang op het Indonesische eiland Java. Tijdens zijn jeugd zag hij hoe Indonesische soldaten met machinegeweren hun huis binnenstormen. Zijn vader kwam in een kamp terecht. In 1946 werd Lansdorp door het Rode Kruis met zijn ouders, zijn broer en zus naar Nederland vervoerd. Alles wat ze in Indonesië bezaten, moesten ze achterlaten. ,,We kwamen midden in de winter bij een oom van mij in Haarlem aan, ik had nog nooit sneeuw gezien. Ik weet nog goed dat die eikel ons op zolder liet slapen. De ijspegels hingen aan het dak. Verwarming was er niet. We sliepen op een soort krib waar een matras op lag. Met kruiken hielden we ons warm.''

Na een paar maanden verhuisde de familie Lansdorp van Haarlem naar Naarden. Robert Lansdorp was acht toen hij voor het eerst naar school ging. ,,Ik voelde me het domste jongetje van de klas. Daar zat ik dan met mijn kleren van het Rode Kruis. Het was een traumatische ervaring voor me.'' Na een paar jaar verhuisde het gezin weer naar Indonesië, waar het gevaar nog altijd niet geweken was.

Van zijn dertiende tot zijn 22ste woonde Lansdorp opnieuw in Nederland voordat hij definitief naar de VS vertrok. ,,Aan die tijd in Nederland beleef ik goede herinneringen. Aan de hand van mijn vader heb ik leren tennissen. Ik was niet heel goed. Ik ben geloof ik even nummer elf van Nederland geweest. We speelden in de winters op een indoorbaan van gravel. Met borstels moesten we steeds het gravel van de ballen poetsen. Ik had het erg naar mijn zin in Nederland. We gingen zeilen in Loosdrecht. Met vrienden op stap. Ik reed op mijn fiets door het Gooi. Het leven aan het einde van de jaren vijftig was goed in Nederland. Het was een heel simpel leven.''

Toen Lansdorp in 1960 met zijn ouders in de Verenigde Staten aankwam, raakte hij al snel onder de indruk van het land met de ongekende mogelijkheden. Zijn vader en moeder keerden snel terug naar Nederland, maar de ambitieuze tiener wilde koste wat het kost blijven. Lansdorp meldde zich aan voor het Amerikaanse leger, maar een dag voordat hij onder de wapenen moest, nam zijn leven een curieuze wending. Toen hij op een toernooi de beste tennisser van de Pepperdine University versloeg, kreeg hij een beurs aangeboden als collegespeler. Daarna zou hij altijd aan tennis verbonden blijven. ,,Als ik die wedstrijd niet gewonnen had, was ik nu waarschijnlijk hartstikke dood geweest'', grijnst Lansdorp 35 jaar later.

Aanvankelijk zag hij het tennis alleen als een manier om van te leven. Hij kwam tekort om een profbestaan op te bouwen, maar als coach zou de Nederlander in de VS uitgroeien tot een fenomeen. Het succesverhaal begon in 1970 toen hij op de Jack Kramer Tennis Club het zevenjarige meisje Tracy Austin onder zijn hoede kreeg. De Amerikaanse won twee keer de US Open en was de eerste leerling van Lansdorp die nummer één van de wereld werd. Lansdorp noemt Austin een modelleerling. ,,Tracy Austin is op het mentale vlak veruit de beste speelster die ik heb gekend. Daarin was ze nog veel sterker dan Sjarapova nu is. Met haar reisde ik de wereld rond – iets dat in die tijd alleen familieleden van speelsters deden. Ik heb daarmee de toon gezet. Ik weet nog goed dat Tracy op haar vijftiende op Wimbledon speelde. Een Nederlandse journalist vroeg me hoe ver ze in mijn ogen zou kunnen komen. `Ze gaat Wimbledon winnen', zei ik. De volgende dag werd ik afgemaakt in de Nederlandse media. `Wie denkt die Lansdorp wel dat hij is', schreven ze. Een paar jaar later haalde ze de halve eindstrijd. Wat wilde ik toén graag dat ze won. Dan zou ik mijn wraak hebben. Maar het lukte niet.''

Later zag Lansdorp zijn leerlingen Sampras, Davenport en Sjarapova wél zegevieren op het heilige gras van de Londense All England Club. Toevallig of niet: Austin, Sampras en Davenport groeiden alledrie op slechts een kilometer afstand van elkaar op, in de omgeving van Palos Verdes. Sjarapova werd daarentegen geboren in Siberië. Ze kwam als getalenteerde tiener van de academie van Nick Bollettieri naar Lansdorp toe.

De selfmade coach kan zich de eerste ontmoeting met Sjarapova nog goed voor de geest halen. ,,Ik had net met Davenport in 2000 de US Open gewonnen. De vader van Sjarapova wilde dat ik eens naar zijn dochter keek. `Mij best, laat maar komen', zei ik. Het was een heel dun en iel meisje. Twee uur heb ik met haar gewerkt. Na de training vroeg vader Joeri wat ik van zijn dochter vond. `Haar forehand is niet goed en haar concentratie sucks', antwoordde ik. Dat was toen ook zo. Iedereen vond dat ze altijd zo gefocust was. Dat vond ik helemaal niet. Ze kon nog geen vijf ballen achtereen cross over het net slaan. Wat ze wel goed kon was `punten spelen'. Daarbij maakte ik gebruik van het feit dat ze money hungry was. Als ze met een opdracht twintig dollar kon verdienen gaf ze alles. Dan moest en zou ze dat geld winnen.

,,Ik werk graag met mind games. Ik vind het belangrijk dat mijn speelsters nadenken op de baan. Dat ze zelf beslissingen kunnen nemen. Tijdens een partij kun je toch niets doen als coach. Sjarapova speelt goed op dit toernooi. Ze is mentaal sterk. Dat was vorig jaar anders. Toen was het niets hier. Nadat ze Wimbledon gewonnen had kwam er heel veel op haar af. Ze was te veel met andere dingen bezig dan tennis. Ze kon het niet goed scheiden. Dat is nu anders. Ze heeft de juiste balans gevonden.''

Lansdorp is van mening dat proftennissers zo zelfstandig mogelijk moeten worden. Hij irriteert zich mateloos aan vader Joeri Sjarapov die vanuit de spelersbox van alles naar zijn dochter roept. ,,Joeri praat de hele tijd. Ongelooflijk is dat. `Shut up', roep ik dan. Maar hij houdt zijn mond nooit dicht. Hij moet haar op instinct laten spelen. Dat is heel belangrijk. Maar hij blijft maar praten en doen. Een maandje geleden ben ik naar Maria toegestapt. Ik zeg: `Hoe kan je in vredesnaam spelen met iemand op de tribune die zo tegen je staat te schreeuwen'. `Dat kan ik ook niet. Ga jij het hem maar zeggen', antwoordde ze. `Joeri Shut-up-pova', noem ik hem. Maar Joeri wil niet luisteren. Hij denkt dat hij belangrijk voor haar is. Dat ze hem niet kan missen in de box. Onzin. Al die mensen in de spelersboxen zitten alleen maar `ja' te knikken en te klappen. Ze denken dat een tennisser daar wat aan heeft. Ik heb tegen Maria gezegd dat je vier opblaaspoppen moet kopen die kunnen buigen en applaudiseren. Die kan ze dan zo in haar box zetten. Vond ze wel een mooie grap. Ik zit vol met dat soort crazy stuff.''

Zolang Sjarapova op Flushing Meadows in de race is voor de titel, blijft Lansdorp in New York. Niet alleen omdat hij een steun is voor de als eerste geplaatste speelster; hij vindt het ook leuk oude bekenden tegen het lijf te lopen. ,,Ik zie veel mensen hier die ik goed ken. Volgende week komt Tom Okker hier heen. Ik vind het mooi hem te zien. Alles wat met Nederland te maken heeft, maakt iets in me los. Als ik het Wilhelmus op de televisie hoor krijg ik kippenvel. Ik heb nog altijd een Nederlands paspoort en ik voel me ook nog Nederlander. Ik volg het Nederlands elftal hier op de televisie. Ik heb grote bewondering voor iemand als Ruud van Nistelrooy. Een paar jaar geleden ben ik weer in Nederland geweest. Prachtig was dat. Per trein ben ik naar Naarden gereden. Op de fiets reed ik langs het Bussums lyceum. Alle herinneringen kwamen weer boven.''

Dan kijkt Lansdorp even moeilijk. ,,Wacht even, hoe was het ook al weer? Zo toch? In een groen, groen, groen, groen, knolle, knolle land daar zaten twee haasjes heel parmant'', zegt de man die als een bullebak bekendstaat met een bulderende lach.

    • Koen Greven