Annen Gieten

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Drenthe

Het is een dag om langzaamaan te doen. De bramen zijn rijp en het weer is zoet en de warmte schuifelt onder de wolken uit.

Daar is het eerste hunebed. Ik weet nooit wat ik moet denken bij zo'n ding, maar gelukkig mindert een jogger snelheid.

,,Zal ik u samen op de foto zetten?''

Ja, graag. We stellen ons op aan het hoofd van de ouwe-keientrein. Knip. De jogger maakt een goeie foto, met veel bomen en het complete hunebed. Dat wij twee maffe etalagepopjes zijn, kan hij niet helpen.

Ik slif verder over het dubbelloops uitgesleten pad langs het Kniphorstbosch van het Ministerie van Defensie. Volgens een bordje kan dat alleen op eigen risico worden betreden. Dat risico (loopgraven? humvees?) wordt niet nader benoemd, dus dat neemt niemand serieus. Het gaat om mooi dicht bos zoals altijd wist het Ministerie het goed uit te zoeken. Het bos is leeg en duurt tot Anloo, waar ook bijna niemand is behalve een fietsend gezin. Het zoontje roept: ,,We doen een rondje om de kerk. Da's leuk!''

We worden weer het bos ingestuurd.

De varens bedekken alle tussen-de-bomen-grond met drassige franje en de paden van doorweekt zwart zand met oudbruin blad sabbelen aan mijn schoenzolen. De wind strijkt de bomen tegen hun blaadjes in en verzorgt eventjes vol zicht op de lichte bladerbuikjes. De geur proef je bijna, zo zwaar ruikt het tussen de beuken met hun deftige stammen en de staken in bochten van de eiken. De larixen aaien met hun zachte naaldjes. De dennen zijn net verstrooide ouwe kerels, van boven gesoigneerd, vanonder vol onopgeruimde dooie twijgen en takjes.

Indrukwekkende mierenhopen worden bediend door massale mierenregimenten, op het pad, tussen de struiken, over het mos, overal. Ik sta te staren. ,,Nu verder,'' wenkt man me, ,,anders dragen ze ons straks weg.''

Vele bordjes dwingen de wandelaar naar het Pinetum, een coniferen-park ingericht als een graftakken-collectie. Geef mij de paddenstoelen maar, die ogen opgewekt: zwermen minuscule zwavelkopjes, dikke stuifzwammen (niet trappen, ze knallen nog niet en ze stuiven dus ook nog niet) en koraalzwammetjes het lijkt of die oranje geweitjes weten dat ze op hun mooist zijn op donkernatte boomstronken.

We passeren een bloeiend heidetje, wat akkers met scharrelkerstboompjes en vissers in gummi tuinbroeken, wadend in een ven. Ze gooien hun lijnen uit als krullende zwepen.

Nu volgt een boerenvlakte. Ruim zicht, veulengehuppel en vogelvlucht.

16 km. Kaarten 37, 38, 39 uit:

Drenthepad. Uitg. NIVON,

Amsterdam, 1999.

Volgens www.ov9292.nl is er

een belbusverbinding tussen begin-

en eindpunt, maar de OV-inlichtingentelefoon (0900 9292) wist van niets.

Tel. taxi 050 409 6000.

    • Joyce Roodnat