Amerikaanse economie uit het lood

Een hele stad is overstroomd. Duizenden kunnen zijn omgekomen. Op de Amerikaanse televisieschermen komen beelden van anarchie in New Orleans voorbij. En een nors kijkende Amerikaanse president verzekert de kijkers dat de regering al het mogelijke zal doen om het leed te verzachten. De door de orkaan Katrina veroorzaakte ramp staat duidelijk bovenaan de politieke agenda. Maar wordt de Amerikaanse economische agenda er ook door beïnvloed?

De voor de hand liggende eerste stap is het opendraaien van de geldkraan en de wederopbouw van de zwaarst getroffen staten. Hulpfondsen zullen er uiteindelijk toe bijdragen dat Louisiana, Alabama en Mississippi er wel weer bovenop komen. Maar op nationaal gebied bieden zij helaas geen soelaas, want daar is het grootste probleem de stijging van de energieprijzen. Die zijn het hele jaar al hoog. Maar dat kwam aanvankelijk door de grote vraag, zodat de Amerikaanse economie in staat is geweest de nadelige gevolgen van die hoge prijzen te ontlopen. Orkaan Katrina, die een achtste van de Amerikaanse raffinagecapaciteit heeft uitgeschakeld, is daarentegen een schok aan de aanbodzijde. Daarom is de stijging van de benzineprijzen nu veel schadelijker, in het bijzonder voor de toch al aan zijn plafond zittende Amerikaanse consument.

Eén oplossing zou zijn dat de Fed (de Federal Reserve, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) de renteverhogingen zou staken, of de rente zelfs weer zou verlagen. De bespreking tussen president Bush en Fed-voorzitter Alan Greenspan heeft de mogelijkheid alleen maar groter gemaakt dat dit zou kunnen gebeuren. Wat door de hogere benzineprijs wordt weggenomen, zou dan door een lagere rente weer worden teruggegeven. Zo'n beleidsmix, een kleine stijging van de overheidsuitgaven in combinatie met een geringe daling van de rente, zou helpen de Amerikaanse groei op de huidige drie procent te houden. Dat is goed voor de aandelenmarkt, hetgeen de reden is dat Katrina de beurzen relatief onberoerd heeft gelaten. Maar het is minder goed voor de dollar.

Het vooruitzicht van een stijgende rente heeft de Amerikaanse munt dit jaar in de rug gesteund; een lagere rente zou dat proces omkeren. En als de lagere rente zelfs de economische groei zou aanwakkeren, zou dat alleen maar leiden tot een verdere verslechtering van het toch al gapende tekort op de Amerikaanse betalingsbalans, dat zo'n 60 miljard dollar per maand bedraagt. De kosten van het importeren van vervangende benzine uit het buitenland – 600 miljoen dollar voor 5 miljoen vaten olie per dag – zou de toenemende last alleen nog maar verder verzwaren.

    • John Paul Rathbone