Het nieuws van 3 september 2005

SEKSSCÈNES IN SPEL: PIMPS? HO'S? HO, HO!

In het universum van het gemiddelde computerspelletje wemelt het van de rondborstige, schaars geklede ho's; zelfs in een wat ouder strategisch oorlogsspelletje als `Command & Conquer: Red Alert 2' werden de strijdplannen opgelezen door dames die de speler indringend aankeken met hun borsten. In het meer recente, op de Amerikaanse gangcultuur geïnspireerde virtual crime-spel Grand Theft Auto: San Andreas, ziet vrijwel iedere dame eruit alsof ze haar geld ruggelings verdient. In dit spel bestaat onder meer de mogelijkheid met een bolide prostituees op te pikken die er middels de daad voor zorgen dat de gezondheid met sprongen vooruitgaat (daarna kan de ho met een honkbalknuppel om het leven worden gebracht om het afgerekende geld weer terug te innen; echte pimps betalen immers niet voor ho's.) Ondanks dergelijke pikante details, en het feit dat men in dit spel onder meer vijanden te lijf gaat met kettingzagen en bazooka's, kwam er pas politiek protest nadat whizzkid Patrick Wildenborg uit Deventer de zogenoemde Hot Coffee-mod op zijn website had gezet; een programmaatje waarmee scènes in het spel zichtbaar werden waarin de personages met elkaar de liefde bedrijven. Volgens Wildenborg scènes die al in het spel zaten, volgens producent Rockstar een rotstreek van hackers. De Amerikaanse senator Hillary Clinton riep direct op tot een diepgaand onderzoek om er achter te komen wie verantwoordelijk is voor deze verborgen seksscènes. Hillary houdt namelijk niet zo van ho's.

VAN DE LEZER

Na lezing van Het land van herkomst was ik onder de indruk van het formidabele werk en verslagen omdat ik, als naoorlogs kind, wist hoezeer Du Perron de tekenen des tijds haarscherp had aangevoeld en begrepen. Hoe kortzichtig waren vele anderen geweest! Hoe zou ik zelf hebben gedacht en gehandeld? De weerzin van Du Perron tegen het absolute van alle politieke `ismen' was mij op het lijf geschreven, maar ook weer de worsteling daarmee in de maatschappelijke werkelijkheid die tot keuzes dwingt. Een aantal passages had korter gekund, en niet alle details van zijn jeugd in de Indische archipel zijn even relevant of interessant (zelf maakt hij ook wel eens een relativerende opmerking daaromtrent). Maar dat is makkelijk gezegd, nu zestig jaar na publicatie. De tijdgenoten van Du Perron zullen het zeker met andere ogen hebben gelezen, al was het maar omdat Indië toen nog een Nederlandse realiteit was. De hoofdstukken die over zijn jeugd gaan, geven daarvan een heel scherp en mooi beeld. Degenen die zich met de laatste stukjes tropisch Koninkrijk bezighouden, zoals ikzelf, zullen er nog steeds veel in herkennen. De dramatische kracht van het boek ligt zeer zeker in de hoofdstukken die zich in Europa afspelen. Voor de hedendaagse lezer is daarmee niet alleen meer vereenzelviging mogelijk (een nog steeds wel herkenbare wereld), de dreiging die er uit spreekt, over wat ons continent nog te wachten stond, is regelmatig voelbaar. Hoewel misplaatst in de historische context, had ik mij er waarschijnlijk niet over verbaasd, als Du Perron ergens het begrip `interbellum' had gebezigd. Het laatste hoofdstuk, zijn brief aan Wijdenes/Ter Braak, heeft een profetische waarde.