Vol vertrouwen in de God van de roof

Du Perron kon zijn blanke superioriteitsbesef nooit helemaal afschudden. Deze week discussieert de Leesclub (www.nrc.nl/ leesclub) over het Indië van `Het land van herkomst'.

Van Het land van herkomst (1935) door E. du Perron bestaan verschillende edities. In 1996 verscheen een wetenschappelijke editie die op tal van punten sterk verschilt van de uitgave uit 1977 met een rood omslag, waarmee ik destijds op verpletterende wijze kennismaakte. In mijn uitgave is bijvoorbeeld geen lijst van hoofdstuktitels opgenomen. Het interessants zijn de notities die Du Perron maakte in het zogenaamde Greshoff-exemplaar uit 1935. Hierin corrigeerde hij tal van passages, ook maakte hij aantekeningen in de marge. Onthullend is de volgende aantekening in het Greshoff-exemplaar bij hoofdstuk acht, `Gedong Lami'. In dit meest Indische van alle hoofdstukken beschrijft Du Perron het huis van zijn jeugd niet ver van Batavia. `Gedong' betekent herenverblijf en `Lami' is ontleend aan een familienaam. In de Greshoff-aantekening verzucht Du Perron: `Van alle indiese herinneringen heb ik dit hfdst. wel met de meeste emotie geschreven. [...] Dit hfdst. is met grote zorg herzien; zelfs heb ik met verdriet stukken geschrapt die voor anderen vermoeiend werden.''

Het land van herkomst is een veel geemotioneerder boek dan de faam van Du Perron – als man van het literaire tijdschrift Forum en als man die voor alles een `vent' in de letterkunde wilde zijn – doet vermoeden. De titel is enigszins misleidend, want na hoofdstuk drieëntwintig, `Afscheid van Indië', verdwijnt het `land van herkomst' geheel naar de achtergrond. Dan eisen de ingrijpende politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in West-Europa alle aandacht op.

Toch is het Het land van herkomst naar de vorm door en door Indisch. Rob Nieuwenhuys heeft in zijn overzichtswerk Oost-Indische spiegel (1972) terecht benadrukt dat de Indische bellettrie in veel opzichten een hybridisch genre is. De Nederlands-Indische of ook koloniale literatuur is ontstaan uit `de brief naar huis'. De eerste reizigers naar de archipel deden in brieven naar Nederland verslag van hun bevndingen en uitten hun vervoering over dit exotische eilandenrijk. Beschouwing, dialoog, reflectie, herinnering vormen de inhoud van Het land van herkomst. Het is een losse, open vorm.

Interessant is de introductie van Indië. Op bladzijde zestien staat de eerste verwijzing. Een vriend van Ducroo, Du Perrons alter ego, vraagt hem: `Mm... Is er geen indies bloed in je, Ducroo.' Dat is niet zo. Du Perron schrijft: `Ik moet hem weer teleurstellen.' Een bladzijde verder is er sprake van een Indisch restaurant en volgt een exposé over de befaamde Indische kruiden, waar het natuurlijk ooit allemaal mee begon. Ducroo is aan het woord: `Spreek geen kwaad, zeg ik, van de indiese specerijen: bedenk dat hiervoor alleen allerlei calvinisten overtuigde bandieten zijn geworden. Ongehoord, die kruideniers op zoek naar nieuwe waren; ze waren al zeevaarder geworden en ze bleken ook nog in roofridders te kunnen veranderen, met hun versterkte pakhuizen.'

Nederlanders roofden Indië leeg, ze vetrouwen zoals Du Perron vilein schrijft `op de God van de roof'. Hier schrijft Du Perron helemaal in de opstandige geest van zijn grote voorbeeld Multatuli, de man van Lebak. Het zou onjuist zijn Du Perron van kolonialisme te betichten. Zijn aanval op de Nederlanders als uitbuiters is even doeltreffend als magistraal. Vaak wordt vergeten dat hij met deze passage aan het begin van de roman al grote vraagtekens plaatst bij Nederland als heersende koloniale macht.

Toch was voor Du Perron, en zeker het jonge kind dat hij was, de aanwezigheid van de Nederlanders in Indonesië vanzelfsprekend. Hij is een telg van de koloniale aristocratie, geboren op een landgoed bij Batavia. Zijn familie behoorde tot de hogere kringen en beschouwde zichzelf als eigenmachtige heersers. Hierbij behoort een zekere stoere koloniale romantiek van vrouwenjacht, drankzucht, het jagen op vogels en wild en feesten op de sociëteit die steevast uit de hand liepen.

Het land van herkomst is niet ontstaan als een brief naar huis, maar wel als een vertelling van de hoofdpersoon aan zijn kring van intimi. Zij verlangen dat hij `vertellen zou van mijn leven in Indië'. En vervolgens legt Du Perron in zo'n vijftien hoofdstukken getuigenis af van dat leven. Du Perron is er niet de schrijver naar om te spreken over tempo doeloe, de gelukzalige tijd van rond 1900 waarover tal van romanciers over het oude Indië met nostalgie schrijven. Toon en inzet worden bepaald door een scherpe, exacte en nooit sentimentele stijl.

Het is de vraag of Du Perron het koloniale superioriteitsbesef ooit helemaal heeft kunnen afschudden. Ik ben ervan overtuigd dat de opvoeding zijn personage Ducroo heeft gemaakt tot een soms onhebbelijke jongeman die zijn eerste seksuele ervaring welbewust niet met een inlandse wilde beleven, maar met een Europese vrouw. Hij geeft met spijt en verbittering toe dat hij wel eens een inlander heeft geslagen. Dit gedrag ontstond, zoals Du Perron schrijft, `in navolging van anderen'. Het was geen daad van welbewuste vernedering van de inlander. Een dergelijke verontschuldiging is in de Nederlands-Indische literatuur van nu niet meer gerechtvaardigd.

Met Du Perron deed een groot besef van verlies zijn intrede in de koloniale literatuur. Hij roept huizen op die herinneringen bevatten, en tot zijn spijt moet hij inzien dat Ducroo afscheid heeft moeten nemen van die huizen, en dus van die herinneringen. Het is ook een zintuiglijk boek. Zelfs als de hoofdpersoon zich in Parijs of Brussel bevindt, ziet hij bij een bepaalde lichtval Indische huizen. Zo schuiven West-Europa en Indië langzaam ineen.

De beschrijving van een Indische jeugd met als hoofdthema het verlies van die jeugd vormt het belangrijkste onderwerp van Het land van herkomst. Maar er is meer: de titel moet ook symbolisch gelezen worden. De oudere Du Perron, terugblikkend op zijn kindertijd, analyseert zijn levenshouding in West-Europa als gevolg van zijn Indische verleden. Hij, kind van koloniaal patriciaat, kan en wil zijn zelfbewustzijn en besef van superioriteit niet opgeven. Dat is een Indische erfenis van de blanke in Nederlands-Indië, die naar eigen zeggen geen `indies bloed' bezit.

Volgende week in de Leesclub: Arnold Heumakers over autobiografie in `Het land van herkomst'

    • Kester Freriks