Revue met filosofie

Voor `Peter Handke en de wolf', de nieuwe voorstelling van De Tijd, putte Lucas Vandervost inspiratie uit de toneeltraditie van het wereldrepertoire. ,,Maar ik wil er ook een nieuwe richting aan geven.''

k ervaar het als een gemis in het hedendaagse theater dat er op voorstellingen geen verbod rust. Er bestaat niet zoiets als een stiekem genootschap voor theater. Nu alles onder de noemer valt van veralgemenisering en kunst voor iedereen, bestaat er geen theatervorm meer van het verbodene, van het geheim.'' Zegt regisseur Lucas Vandervost, artistiek leider van het Vlaamse gezelschap De Tijd dat bekend werd door zijn aandachtige, soms zeer traag geregisseerde en gespeelde voorstellingen. Hij regisseert het klassieke theater uit de wereldliteratuur met een bijzondere toewijding voor de taal op een stijlvolle, intelligente wijze. Nooit maken regisseur of acteurs een knieval voor de toeschouwer. Vertellend acteren, literair theater met een grote beeldende kracht zijn de kenmerken van De Tijd, of ze nu Shakespeare, T.S. Eliot, Lessing, Tsjechov of Botho Strauss spelen.

In september en oktober bezoekt het gezelschap Nederland met de zelfgemaakte voorstelling Peter Handke en de wolf, geïnspireerd op de dagboeken van de Oostenrijkse toneel- en romanschrijver Peter Handke.

Het verlangen van Lucas Vandervost (Tervuren, 1957) naar theater als een geheime bijeenkomst, gaat terug op een jeugdherinnering. Vandervost groeide op in Tervuren. Zijn vader was conciërge in het Koninklijk Museum Midden-Afrika. Het ouderlijk woonhuis bevond zich in het Museum. Vandervost: ,,Mijn vader was een groot sportliefhebber. In de zomer, wanneer de Tour de France werd uitgezonden, sloop hij, gevolgd door zo'n acht mannen in stofjas, ons huis binnen. Ze gingen zwijgend om de tafel zitten, moeder schonk koffie. Met gesloten gordijnen keken mijn vader en zijn collega's naar de televisie, die zacht stond. Na de uitzending slopen ze weer het museum in om aan de slag te gaan als elektricien, tuinman, schrijnwerker.''

De fascinatie van de jeugdige Lucas lag in die tijd in de strakke symmetrie van de tuinen van het Museum. ,,Andere jongens die opgroeien in een dergelijke entourage zouden ontdekkingsreiziger willen worden, een Stanley of Livingstone bijvoorbeeld, maar ik niet, zegt Vandervost. ,,Die verdoken mannenbijeenkomst, waarbij ik als jongetje van acht, negen onder tafel zat, is van beslissende invloed geweest op mijn verlangen toneel te maken. Ik wilde ook zoiets: met mensen een groep vormen en een plek creëren waar iets gebeurt.''

Toelatingsexamen

Zonder dat hij veel toneel had gezien, meldde hij zich als zeventienjarige aan bij de Toneelschool Dora van der Groen in Antwerpen. Deze docente is van beslissende invloed geweest op een generatie Vlaamse theatermakers die zo'n twintig jaar geleden de Nederlands schouwburgen overspoelde. ,,Eigenlijk wist ik niets van theater'', aldus Vandervost. ,,Bij het toelatingsexamen sprak ik mijn naam met een huig `r' uit. Toen de docenten me vroegen er een tongpunt `r' van te maken, wist ik niet wat ze bedoelden. Toch ben ik aangenomen. Ik heb veel te danken aan een leraar van de middelbare school die me bij mijn nekvel greep en zei: `Jij moet aan het toneel.' Ik denk dat hij mij uitverkoos vanwege mijn taalgevoeligheid. Taal vormt voor mij de motor van het toneel.''

Toen Vandervost studeerde, richtte Van der Groen haar aandacht op de voordrachtskunst en het isoleren van stukjes tekst en gedachten. Hij herinnert zich dat Van der Groen tijdens een van haar lessen een gedicht van Rutger Kopland kapotscheurde dat hij op een vel papier had geschreven: ,,Ik wist niet wat me overkwam. Het was niet omdat Dora het een slecht gedicht vond, integendeel. Met deze ingreep wilde ze aantonen dat het geheim van goed acteren is om een stuk tekst in fragmenten op te delen en dan moet elk fragment `af' zijn.''

Vandervost erkent dat het ingewikkelde materie is. Hij legt uit: ,,Veel acteurs, en vooral jonge acteurs, zeggen dat zij een zin uitspreken alsof het de eerste keer is. Dat is onjuist en je doet een acteur hiermee onrecht aan. Want hij kan zich onmogelijk inbeelden dat hij zinnen die hij in de loop van een speelperiode nog honderd keer moet zeggen als de eerste keer uitspreekt. Je kunt het beter omdraaien en de acteur de opdracht geven de tekst uit te spreken alsof het de laatste keer is. Dat is rechtvaardiger. Bovendien weet je feitelijk nooit of een voorstelling de volgende avond wel doorgaat. Een zin uitspreken alsof die voor het allerlaatst klinkt, geeft de grootst denkbare spanning.''

Hij formuleert exact en bedachtzaam. We bevinden ons in een van de repetitielokalen van het neoklassieke gebouw in Antwerpen waar Peter Handke en de wolf en zoveel andere voorstellingen zijn ontstaan. Gordijnen bewegen in de wind tegen de achtergevel met grote raampartijen. Links en rechts op de parketvloer gekleurde schotten. Op een tafel staan dozen met daarop min of meer cryptische aanduidingen als `Pina B.', `Personages', `Stilleven', `Monologen', `Dialoogpogingen' en `Kindzinnen'. Ik vraag ernaar en Vandervost antwoordt: ,,Peter Handke en de wolf is ontstaan uit het samenspel tussen de dertien acteurs die meedoen. Gedurende een jaar lang kwamen we elke maandagavond bij elkaar, een avond die voor acteurs doorgaans vrij is. De spelers kozen fragmenten uit Handkes dagboeken De last van de wereld en De geschiedenis van het potlood. Al pratend en repeterend zijn we uitgekomen op een open, vertellende vorm.

,,Handke is voor mij de laatste romanticus in de literatuur. De spelers hebben elkaar tien jaar lang niet gezien en komen elkaar weer tegen. Tegen de achterwand van het decor hangt een schilderij dat herinnert aan het werk van een andere romanticus, de Duitser Caspar David Friedrich. Het stelt een vloedgolf voor die de acteurs aan land spoelt. Ze reciteren een tekstfragment uit Handkes dagboek. We hebben die stukjes gecategoriseerd via de sleutelwoorden die op de dozen staan.''

Warre Borgmans vertolkt de rol van de wolf. Hij zorgt voor onrust en hij is ook degene die een verhaal wil vertellen. ,,Om dat te kunnen heb je personages nodig, dialogen of pogingen daartoe'', zegt Vandervost. ,,Het lemma `Pina B.' duidt op choreograaf Pina Bausch. Peter Handke en de wolf is overigens geen literair theater, al lijkt dat op het eerste gezicht wel. Ik noem het liever een filosofische dansvoorstelling of een revue met filosofie. Het revue-aspect wordt vertegenwoordigd door de bespeler van een hammondorgel die liederen van Schubert laat klinken, maar zonder de tekst. Alleen de melodie.''

Het werk van Vandervost kenmerkt zich door verschuivingen of verdraaiingen, waardoor het perspectief verandert. De eerste productie van het gloednieuwe gezelschap was Macbeth (1987). Vandervost speelde de door machtwellust bezeten koning, maar in alles was hij het tegendeel van een heerser. Hij zat hoog te paard op een duizend kilo wegende Vlaamse knol. Het schrale bovenlijf ontbloot. Een minuscuul kroontje op het hoofd, dat naar hij nu zegt pijn deed, want de rand drukte scherp op zijn hoofd. Vandervost: ,,Tijdens het spelen van die voorstelling had ik een geheim. In de regie van Ivo van Hove speelde ik helemaal niet Macbeth maar Hamlet. Macbeth als toneelstuk vertoont lacunes, onzorgvuldige sprongen in de tijd, oneffenheden. Ik had de geest van Hamlet nodig, zijn vertwijfeling, zijn verlangen de dood van zijn vader te wreken, om deze Macbeth te kunnen spelen. Dat bedoel ik met verschuivingen van het perspectief. Door Macbeth als Hamlet te spelen krijg je een veel interessantere titelheld, die bovendien veel minder eenduidig is dan de oorspronkelijke Schotse koning.''

Buitenstaander

Een ander geheim dat Vandervost koestert bij het regisseren is zijn gevoel voor links en rechts, de ruimtelijkheid van een theaterzaal. Vandervost: ,,Het is voor mij van wezenlijk belang waar iemand staat op het podium. Links is voor mij altijd het domein van de nieuwkomer, de indringer, de buitenstaander. Toen ik lesgaf liet ik mijn studenten eens het beroemde schilderij van Goya zien waarop een man in witte blouse wordt doodgeschoten door soldaten van het leger. Het heet Het fusilleren van de opstandelingen op 3 mei 1808 te Madrid. De man die neergeschoten wordt staat links op het schilderij. Aan mijn studenten liet ik echter het schilderij in spiegelbeeld zien. Daardoor ontstonden er heel andere verhalen. Wanneer een nieuwkomer of indringer zich van links naar rechts beweegt op de speelvloer, dan volgt hij voor mij een normale bewegingslijn. Misschien komt dit verlangen voort uit de richting die onze ogen gaan als we lezen, van links naar rechts.''

In de tijd dat Dora van der Groen regisseurs en acteurs opleidde als Vandervost, Luk Perceval, Warre Borgmans, Chris Nietvelt en tal van anderen bestond het Vlaamse toneel hoofdzakelijk uit `burgerlijk bevestigend theater', zoals Vandervost het uitdrukt. ,,In mijn jeugd zag ik nauwelijks toneel. Een van de allereerste voorstellingen was De Apologie van Socrates door Julien Schoenaerts. Hij was iemand die zich gedistantieerd had van het gevestigde theater. Hoewel het een statische, roerloze uitvoering was, herinner ik me vooral de energie die ervan uitging, de beweeglijkheid ervan. Beweeglijkheid niet in de betekenis van `drukte' maar van bewogenheid. Een goede voorstelling roept altijd bewogenheid of ontroering op. Ik neem ontroering dan zo letterlijk mogelijk. Niet in de sentimentele betekenis, maar alsof ik zonder roer ben, de voorstelling schakelt mijn denken uit en treft me diep, in het hart.''

Het oeuvre van Vandervost kenmerkt zich ook door een grote mate van verstilling. ,,Mij is weleens verweten literair theater te maken'', zegt hij met iets verontschuldigends in zijn stem en een ontwijkende blik in de ogen. ,,Dat komt doordat ik me altijd dienstbaar opstel aan de tekst. Ik kan niet schrappen, de tekst is van wezenlijk belang. Maar ik zou mijn werk niet in de eerste plaats literair willen noemen, wel beeldend. Als ik aan voorstellingen denk en de mise-en-scène voorbereid, ga ik minder van de tekst uit dan van de visuele waarde van de acteurs in de ruimte. Een ruimte heeft voor mij altijd een psychologische betekenis.''

In het komend seizoen zal Vandervost acteren in Antigone van Sophocles. Vandervost: ,,Wij proberen, met regisseur Peter van Kraaij, een zo klassiek mogelijke Griekse tragedie te spelen. Het beeld dat wij hebben van het klassieke repertoire is voornamelijk op negentiende-eeuwse leest geschoeid. Zonder dat de voorstelling een museumstuk zal worden pogen wij te achterhalen hoe Antigone in de klassieke tijd werd gespeeld. Vogels die van rechts naar links vliegen, wat onheil betekent, of van links naar rechts, wat op voorspoed duidt, zullen daarin een grote betekenis hebben. Ik vertolk de rol van koning Creon, die over zijn nicht Antigone moet oordelen.''

Evolutie

Vandervost kijkt naar tachtig procent van de voorstellingen. Dat is erg veel. ,,Niet uit bemoeizucht, maar om telkens opnieuw te zien wat een voorstelling met de toeschouwers, de acteurs en mij doet. Ik houd van herhaling, van geleidelijke ontwikkeling. Als ik terugblik zie ik geen drastische breuken, wel evolutie. Ik gebruik soms hetzelfde decor nog een keer, waardoor ik de kans krijg mezelf te herhalen en tegelijk iets nieuws te beginnen. Mijn werk is nooit polemisch geweest in die zin dat ik schamperend de traditie weggooi of me daartegen verzet. Ik wil me met de traditie verzoenen. Maar dat is een tweeledige opdracht, die niet makkelijk is te bereiken.''

Verzoenen betekent voor Vandervost de toneeltraditie van het wereldrepertoire in ere houden. Hij wil daar rijkdom en inspiratie uit putten, maar er ook een nieuwe richting aan geven. ,,Het verrassende van Handkes tekst in Peter Handke en de wolf is het weglaten van redegevende voegwoorden, zoals `omdat', `maar' of `want'. Handke rijgt zijn waarnemingen aaneen met het nevenschikkende `en'. Hierdoor ontstaat een bijzondere taalpoëzie die ook in de regie is terug te vinden. Er is geen hiërarchie, geen hecht plot. De acteurs komen op, alsof de vloed van de zee hen op het strand van het podium heeft gegooid. Dan zeggen ze hun tekst. Op die manier laten ze iets achter. Geen groots of meeslepend drama in de aloude betekenis van het woord. Maar een tekstfragment, een gedachte, een waarneming. Dan verdwijnen ze weer.

,,Aanvankelijk wilde ik de voorstelling met een half uur stilte laten eindigen,maar dat is uiteindelijk niet gelukt. Het zijn drie minuten geworden. Die stilte vind ik noodzakelijk. Het is de stilte waar de acteurs vandaan komen en waarin ze weer terugkeren als de voorstelling voorbij is.''

`Peter Handke en de wolf' door De Tijd. Met o.a. Warre Borgmans, Bien de Moor, Chris Thys, Johan Van Assche, Wim van der Grijn. Te zien: 20 en 21/9 in de Brakke Grond, Amsterdam; 3/10 Koninklijke Schouwburg, Den Haag; 4/10 Stadsschouwburg, Groningen; 5/10 Toneelschuur, Haarlem. Inl.: www.detijd.be