Raadsels rond een Chineesje

De sticker prijkt op het omslag: `Mooiste debuut van 2005', de auteur kreeg enorme voorschotten, het boek is al in tien talen vertaald en het staat op de longlist van de Booker Prize. Wat maakt De zijdehandelaar van de Maleisische, in Londen woonachtige schrijver Tash Aw zo bijzonder? Is het de Maleisische toon die de meeste indruk maakt, heeft het te maken met het verhaal van een `underdog' aan de vooravond van de Japanse inval in 1941 of gaat het hier om een handig opgezette hype?

Eén ding is zeker: Aw is niet in de valkuil getrapt die kenmerkend is voor veel debuten: schrijven over een onderwerp dat hem na aan het hart ligt. De zijdehandelaar is niet autobiografisch, maar opgebouwd uit drie verschillende verhalen over dezelfde persoon: Johnny Lim, de zijdehandelaar. Eerst is de zoon (of waarschijnlijker: de stiefzoon) aan het woord. Hij omschrijft Johnny als oplichter die, nadat hij een moord heeft gepleegd op een koeionerende Engelsman, naar de Kinta-vallei vlucht waar hij zich opwerkt tot een graag geziene gast – communist en rijke handelaar. Hij trouwt met de mooiste vrouw van de vallei: Snow, iemand die hem al snel niet meer ziet zitten.

Na deze subjectieve versie, krijgen we via Snows dagboeken inzage in de huwelijksjaren, en vooral de huwelijksreis. Het beeld wordt al enigszins aangepast. Johnny blijkt het slachtoffer van zijn omgeving te zijn: een arrogante, elitaire schoonfamilie, kennissen die het slechtste met hem voor hebben. Wanneer Johnny en Snow op huwelijksreis gaan, nemen ze drie chaperonnes mee: een foute Japanner die Johnny voor het karretje van de bezetter wil spannen, een whisky-drinkende Engelse mijnbeheerder en de Britse dandy Peter Wormwood, die een vriend is, maar ook een oogje heeft op Snow. Na dit dagboek waarin een scheepsramp uitgebreid wordt beschreven (ze verdwalen, de motor gaat stuk en ze komen terecht in een tornado), volgt de versie van Peter Wormwood. De hele toestand rondom de huwelijksreis wordt nogmaals beschreven, maar dan vanuit een andere invalshoek.

Wie Johnny precies was: dat is aan de lezer, wél blijkt uit alle versies dat Johnny een klein Chineesje was. Maar dat verklaart nog niet waarom De zijdehandelaar zo'n succes is – er bestaan wel meer romans over kleine mannetjes. Misschien is het dat Aw zijn klassiekers kent: de initiatie die de reizigers ondergaan op het eiland zijn duidelijk geschreven met Joseph Conrad in gedachten. Dat Aw sowieso niet van de straat is, blijkt ook uit de interviews waarin hij vele klassiekers noemt.

Het moet een combinatie van factoren zijn: een jonge, belezen Maleisische auteur schrijft een verhaal dat zich afspeelt in een ongebruikelijke omgeving en een weinig bekende periode. Bovendien heeft hij gekozen voor een vorm waarmee hij zijn kundigheid goed kan tonen. Op basis van relatief onbekende historische gegevens – het idee zou gebaseerd zijn op het levensverhaal van de Vietnamese secretaris-generaal van de Maleisische Communistische Partij, Lai Tek – een verhaal in drie perspectieven vertellen, is een beproefde methode. Maar het is daarmee ook een veilige methode om jezelf te lanceren in het literaire landschap: je kiest een onderwerp dat ver van je afstaat en laat daar een soort formule op los. En dat is de indruk die van De zijdehandelaar blijft hangen: een hype zonder lef.

Tash Aw: De zijdehandelaar. Uit het Engels vertaald door Ton Heuvelmans. Mouria, 382 blz. €19,90