Nostalgie op vier wielen

Dit weekend vindt op Paleis Het Loo de zesde concours d'élégance plaats van oldtimers. Klassieke auto's zijn zo geliefd dat ze zelfs worden nagemaakt. Maar de markt raakt verzadigd: de tijd dat je de investering in de restauratie van je oldtimer vanzelf bij de verkoop terugverdiende, is voorbij. ,,De huidige generatie is niet opgegroeid met Dinky Toys, maar met Playstation.''

,Ik ga er mee naar rallyevenementen en rijd er jaarlijks ongeveer zuizend kilometer mee'', zegt Cees Steeman, sinds de vroege jaren zeventig bezeten van Fords massaproduct, de beroemde model T. Tussen 1908 en 1927 zijn er vijftien miljoen gebouwd, dus exclusief kan men zijn twee tin lizzy's - dat was de bijnaam van de T-Ford - niet noemen. Maar wat hij doet is wel representatief voor het breed gedragen enthousiasme voor historische automobielen, van puffende veteranen uit de eerste jaren van de vorige eeuw, tot exotische en zeldzame modellen uit de jaren dertig en vijftig, of populaire klassieken van recenter jaargang.

De een sleept zijn klassieker achter op een aanhanger door Europa naar speciale evenementen omdat de oude techniek hedendaags gebruik op de openbare weg niet meer toestaat. Anderen gaan met hun liefdevol onderhouden bezit op vakantie. Want auto's – ook heel oude – moet je gebruiken waarvoor ze zijn gemaakt: rijden. Dat is de algemene mening van de 70.000 eigenaars van klassieke auto's in Nederland. Er worden zelfs races gereden met de modellen die ooit voor competitie waren bedoeld.

Het koesteren van auto's uit vervlogen tijden gaat terug tot 1953. Regisseur Henry Cornelius draaide toen zijn film Geneviève, over (een geromantiseerde) deelname van een Franse Darracq (anno 1904) aan de legendarische, tot de dag van vandaag ieder jaar verreden oldtimerrit van Londen naar Brighton. De Darracq won de rit, maar een groene Spyker uit hetzelfde jaar was met zijn tweede plaats de populaire underdog. Sindsdien groeide het besef dat je aan het verzamelen, conserveren of restaureren van historische automobielen veel plezier kunt beleven.

De Pionier Automobielen Club, opgericht in 1956, was de eerste in Nederland die zich over auto's uit de begintijd, van rond 1900, ontfermde. De Bugatti Club Nederland richtte zich vanaf datzelfde jaar op het behoud van dit exclusieve merk. De echte hausse rond klassieke auto's dateert echter uit de jaren zeventig, toen de nostalgie om zich heen greep. ,,Op dit moment telt Nederland zo'n tweehonderd clubs die voornamelijk op een bepaald merk of één type auto zijn gericht. Nederland telt nu 234.000 historische voertuigen'', vertelt Hans Donderwinkel, secretaris van de Federatie voor Historische Auto- en motor Clubs (FEHAC). Die werd in 1976 opgericht om de belangen van alle clubs en hun leden en hun auto's te behartigen. De FEHAC wist te bereiken dat er voor oude auto's uitzonderingen worden gemaakt op de technische regels en voorschriften. Zo zijn bijvoorbeeld de APK keuringseisen aangepast, want oude auto's kunnen niet aan moderne veiligheid- en milieueisen voldoen.

De status van de klassieke auto werd ook vastgelegd in een leeftijdgrens. Auto's ouder dan 25 jaar zijn volgens de (Europese) wet klassiek, betalen daarom in ons land geen motorrijtuigenbelasting en genieten speciale lage verzekeringstarieven. ,,Maar omtrent de interpretatie van die speciale status maken we ons wel zorgen'', zegt Donderwinkel. ,,Er zijn mensen die met een oude auto en een LPG-tank achterin gebruikmaken van de fiscale uitzondering voor klassiekers. Dat is echt niet de bedoeling en roept terecht vragen op.'' Om het belang van het behoud van historische auto's verder te onderbouwen, is de FEHAC ook nauw betrokken bij de Stichting Mobiele Collectie Nederland, die de historische waarde van een bepaald voertuig nauwkeurig onderzoekt en vervolgens in een registratie vastlegt. In dit verband is het begrip `historisch' voor vele interpretaties vatbaar. Een Volkswagen kever betekende veel voor de ontwikkeling van de mobiliteit, terwijl het al ruim zestig jaar geleden verdwenen merk Hispano-Suiza door zijn technische en esthetische exclusiviteit grote culturele waarde heeft.

De overgrote meerderheid van de bezitters van klassieke auto's rijdt jaarlijks een beperkt aantal kilometers, rond de vierduizend, in het kader van nostalgische vakantietrips of clubbijeenkomsten. Sociale en culturele aspecten spelen daarbij een niet te onderschatten rol. Eigenaars wisselen hun ervaringen uit bij voorkeur in het land van herkomst van hun oldtimer. Een Jaguar-eigenaar zal regelmatig een sportieve tocht naar good old England maken, Lanciisten (de verzamelaars van klassieke Lancia's) sluiten een rit door de Italiaanse Alpen graag af in een trattoria. Deelname aan het jaarlijkse nostalgische topevenement Mille Miglia – tot 1957 een serieuze wegrace door Italië – geldt voor de eigenaars van oude Bentley's of Alfa Romeo's als een hoogtepunt. Als ze tenminste worden geselecteerd uit de honderden gepassioneerde historische `racers' die willen meedoen. Maar er zijn ook verzamelaars die hun voertuigen als kunstobjecten in een museale omgeving vertroetelen, van eenvoudige privé-collecties tot de Louwman Collection in Raamsdonksveer die wereldwijd als een van de mooiste verzamelingen wordt beschouwd.

In Nederland bezit de liefhebber van oldtimers gemiddeld drie auto's: om aan te sleutelen, om onderdelen uit te halen, om mee te rijden. Maar de oplopende kosten, vooral van de restauratie, beginnen heel wat bezitters parten te spelen. Dat uit zich sinds enige tijd in een stagnerende handel in en restauratie van klassieke auto's. ,,Ja, die handel in een oude Citroën DS of Mercedes ligt stil'', erkent Jaap van de Broek, een pionier in de professionele wereld van klassieke auto's. Hij haalde de afgelopen decennia vele klassieke auto's naar Nederland, want de vraag was groot. ,,Nu zie je een verzadiging. Auto's staan soms lang bij de gespecialiseerde handel.''

Ook restaurateurs krijgen het moeilijk. Er is te weinig werk en zij hebben veel geïnvesteerd in professionalisering van hun werkplaatsen. Daardoor hanteren ze uurtarieven die de 50 en zelfs 60 euro overschrijden. En oudere auto's zijn zeer arbeidsintensief wat betreft zowel onderhoud en zeker bij restauratie. ,,Bovendien zijn onderdelen die je vroeger voor een prikkie kocht de laatste jaren ook erg duur geworden, onder andere door schaarste. Je moet veel dingen tegenwoordig nieuw laten maken'', bevestigt Wim Noorman, een drijvende kracht in de Peugeot clubwereld. Sommige bedrijven laten een deel van de restauraties daarom tegenwoordig in het ook voor deze branche goedkope Polen verrichten. Maar kenners plaatsen vraagtekens bij de kwaliteit daarvan.

Het idee dat je het geld dat je in de restauratie van een klassieke auto hebt geïnvesteerd, bij latere verkoop altijd terugverdient, is inmiddels achterhaald. Er rijden heel wat perfect restaureerde historische Jaguars, Mercedessen en Alfa's rond die nog niet de helft waard zijn van wat ze hebben gekost.

De stagnatie in deze branche staat in schril contrast met de ontwikkelingen rond topstukken onder de klassieke auto's. Dan praat je over modellen van beroemde vooroorlogse automerken die niet meer bestaan. Ze waren vaak voorzien van exclusieve carrosserieontwerpen die een lust voor het oog zijn. Of ze schreven geschiedenis op de grote autoshows van voor de oorlog, dan wel tijdens belangrijke internationale autoraces historie, doordat beroemde filmsterren of heroïsche coureurs er mee reden. Tijdens een veiling vorige maand bij Christie's in Californië hamerde de veilingmeester een Talbot-Lago T150 Super Sport uit 1937, voorzien van een flamboyant gestroomlijnde gout d'eau (= waterdruppel) carrosserie, af op 2,8 miljoen euro. Een 12-cilinder Ferrari Formule-1, waarmee in 1965 wereldkampioen John Surtees racete, bracht het tot 906.500 euro. ,,De vraag naar absolute topstukken blijft groeien'', bevestigt Jamie Knight, een van de specialisten bij veilinghuis Bonhams, dat in 2004 voor 50 miljoen euro aan klassieke auto's veilde. Volgens Knight bedraagt de jaarlijkse omzet van de gezamenlijke (voornamelijk Engelse en Amerikaanse) veilinghuizen op het gebied van klassieke auto's, rond de 150 miljoen euro.

Voor dit soort auto's zijn gespecialiseerde restaurateurs nodig die niet op enkele duizenden euro's hoeven te kijken. Verzamelaars van topobjecten zijn doorgaans welgesteld en hebben meer dan een exemplaar, net als collectioneurs van antiek of schilderijen. De `oude meesters' behouden in verzamelaarskringen ook hun waarde, want de zeldzaamheid garandeert de vraag en rechtvaardigt restauratie.

Maar de malaise in het meer populaire segment van historische auto's gaat dieper dan alleen de zwakke economie of de verzadiging van de markt. Het spook van de vergrijzing (van de eigenaars) waart rond, want overdracht van het enthousiasme op de jongere generatie blijft uit. Walter de Munnik, een ervaren taxateur van klassieke auto's, vat het duidelijk samen: ,,De huidige generatie is niet opgegroeid met Dinky Toys, maar met Playstation. Auto's zijn nu dagelijkse gebruiksartikelen. Daarom heeft de jeugd niets met de charme van oude auto's.'' Dat besef dringt maar langzaam door tot de huidige bezitters van klassiekers. Het aantal clubleden loopt hier en daar terug, evenementen worden minder goed bezocht, de vraag naar klassieke auto's blijft achter bij het aanbod. Voor hoeders van het automobiele erfgoed een bron van zorg.

    • Wim Oude Weernink