Neem geen onherroepelijke besluiten over energiesector

Kabinet en parlement moeten eerst beslissen over de fundamentele energiekwesties en dan kijken of splitsing van energieconcerns nog nodig is, menen R. Blom, M. Boersma, L. van Halderen en D. Luteijn.

Kabinet en Tweede Kamer zijn precies aan het verkeerde eind van de energieproblematiek bezig. Zij zouden niet moeten beginnen met de energiebedrijven te splitsen en in de verkoop aan buitenlandse energieconcerns te doen. Het wetsvoorstel daartoe ging dinsdag naar de Kamer. Maar zij zouden zich eerst grondig moeten bezinnen op de fundamentele vragen die het Nederlandse energiebeleid zouden moeten beheersen. Samengevat in de trefwoorden duurzaamheid, voorzieningszekerheid, concurrentie en prijs.

Splitsing van de energiebedrijven daarentegen verkleint nu juist de haalbaarheid van de regeringsdoelstellingen, zoals een meer duurzame energieproductie en een beleid dat sterk is gericht op de klant. Splitsing kan namelijk dramatische gevolgen voor onze ondernemingen hebben.

Dat zegt ook het hoogste adviescollege in ons land, de Raad van State. Zij komt met forse kritiek op de onderbouwing van het wetsvoorstel. Kort en goed zeggen de hoogste adviseurs van het kabinet dat dit wetsvoorstel eigenlijk overbodig is, rammelt en ook nog eens hoogst riskant is.

Want de Europese richtlijnen verplichten niet eens tot splitsing. Wij weten dat EU-commissaris A. Piebalgs ook helemaal niet wil dat Nederland als enige land zijn energiebedrijven opsplitst. Hij heeft zelfs gezegd: ,,Leg het wetgevingsproces wat splitsing betreft in Nederland maar stil.'' Dat feit is kennelijk in Nederland nog niet breed doorgedrongen, maar wel uiterst relevant.

De financiële gevolgen van splitsing zijn groot. Ze zullen onvermijdelijk worden afgewenteld op de klant. Amerikaanse leasepartners kunnen ook nog eens met enorme claims komen, maar we weten niet hoe hoog. Kortom regering en parlement kúnnen niet eens een verantwoorde afweging van kosten en baten van splitsing maken.

Kernzaken

Daarom vragen wij om bezinning op een paar kernzaken:

Er is in de wereld een totaal nieuwe energiesituatie ontstaan, wat doet Nederland daarmee?

De Chinese reus is ontwaakt, slorpt energie en drijft de grondstoffenprijzen voorgoed op. Dat dwingt Nederland tot nieuw beleid. Verder moeten we in hoog tempo naar duurzaamheid in de energievoorziening. Zie rapporten van de minister en ook het recente CDA-rapport terzake de transitie. De afhankelijkheid van energiedragers uit politiek-instabiele regio's als het Midden-Oosten en Rusland moet drastisch worden verminderd.

Welke rol kunnen de energiebedrijven in die transitie spelen?

Onze ondernemingen vormen krachtige instrumenten bij een dergelijke `transitie' en zouden een nog veel krachtiger rol kunnen spelen dan zij nu al doen. Moet Nederland dergelijke instrumenten dan bij voorbaat al weggooien? Zóveel bruikbare `tools' heeft de overheid toch niet als het om de bitter noodzakelijke overgang naar een nieuwe energiesituatie gaat ?

Is splitsing en privatisering dienstbaar aan de nieuwe energiesituatie?

Als je energiebedrijven een rol wilt laten spelen, moet je ze sterk en financieel gezond houden. Splitsen verzwakt ze. Het ontmantelen en door buitenlandse concerns doen opslokken van de Nederlandse energiebedrijven is sowieso een enorme ingreep, die een afzonderlijk politiek debat vereist. Dat moet niet op een achternamiddag worden bedisseld, in de slipstream van een ogenschijnlijk simpel splitsingswetje.

Hebben we alle effecten van splitsing wel goed in kaart gebracht?

Minister Brinkhorst (Economische Zaken) schrijft zelf, dat de energiebedrijven na splitsing snel zullen worden opgeslokt door grote buitenlandse bedrijven. Met verlies aan werkgelegenheid hier, want die buitenlandse energiebedrijven zullen hier alleen energie leveren en niet investeren in werkgelegenheid. Maar dat is een aspect waar de minister geen aandacht aan besteedt. Accepteert de Tweede Kamer dat?

Gevarenzone

Na splitsing krijgen onze bedrijven het hoe dan ook moeilijker. De banken vragen dan immers extra financiële zekerheden van de afzonderlijke bedrijven, omdat deze door de splitsing per definitie financieel minder krachtige entiteiten zijn geworden. Daardoor wordt ook de kredietruimte ernstig verminderd en worden permanent hogere rentes op kredieten gevraagd. Onze doodgewone dagelijkse slagvaardigheid op alle energiemarkten lijdt er onder en we worden geconfronteerd met structureel hogere kosten. Dus de energievoorziening komt dichter bij de gevarenzone. En dan?

Waarom valt het de politiek toch zo zwaar om eenvoudige bedrijfseconomische wetmatigheden te aanvaarden? Die gaan heus niet weg als je ze hardnekkig negéért.

Als provincies en gemeenten al miljarden uit verkoop van hun aandelen zouden incasseren, dan gaat de rijksoverheid zijn gebruikelijke geldstromen naar de lagere overheid daar toch op aanpassen? Juist in deze tijd van krappe financiën, waarin één miljard verspijkeren aan compensatie voor de mensen al als een majeure prestatie van het kabinet wordt afgeschilderd. En die dertig miljard, waar minister Brinkhorst de aandelen van de energiebedrijven op taxeert, zou ongemoeid blijven? Elke minister van Financiën zal toch onverbiddelijk tegen de lagere overheid zeggen: ,,Sorry, ga eerst de opbrengst van je kroonjuwelen maar opeten?''

Dus provincies en gemeenten schieten er weinig mee op. Ook dát besef is nog niet overal doorgedrongen.

Vanwege dat alles denken wij dat de beleidsverantwoordelijken in Den Haag eerst een grondige analyse dienen te maken van genoemde uiterst essentiële energievraagstukken, voordat niet meer terug te draaien beslissingen over het opbreken, verzwakken en mogelijk verkopen van de Nederlandse energiebedrijven worden genomen.

Mocht het daarna toch nog tot behandeling van het splitsingsvoorstel komen, dan zouden wij kabinet en Kamer willen adviseren eerst een integrale effectenrapportage van de splitsing te laten uitvoeren. Dat is hard nodig.

R. Blom, M. Boersma, L. van Halderen en D. Luteijn zijn voorzitter van de raad van bestuur van respectievelijk Eneco, Essent, Nuon en Delta.