Moeders van Beslan rouwen om gedode kinderen

In het Noord-Ossetische stadje Beslan luidden gisteren de klokken om te herinneren aan het gijzeldrama in school nummer 1 van een jaar geleden. Bij die gijzeling kwamen 331 mensen om het leven, onder wie 186 kinderen. Morgen neemt heel Rusland een minuut stilte in acht.

Deze week gaf Moskou de nabestaanden opnieuw twaalf miljoen roebel. Dankzij de vele donaties is het stadje intussen tot een Kaukasisch kinderparadijs omgetoverd.

Veel ouders blijven ontroostbaar. Twee portretten van moeders op de begraafplaats.

,,Ik weet dat de hele beschaafde wereld tegen is'', zegt Alla Batagova (47) met nadruk. ,,Toch smeek ik u: help mij mijn zoon te klonen. Ik kan niet zonder hem. Zonder een kloon van Timoer kan ik niet leven.''

Alla benadert iedere buitenlander die ze op de begraafplaats ziet met haar plan om een kloon van haar vermoorde zoon Timoer te maken. Zojuist een ploeg van de Koreaanse televisie. De Koreanen vluchten in hun auto, draaien de raampjes snel dicht en negeren de handenwringende Alla alsof zij een lastige bedelaar is.

Alla heeft de drieduizend dollar waarmee de regering haar voor de dood van haar zoon Timoer compenseerde opzij gelegd om hem te klonen. Ze heeft wat haren van Timoer, die dertien was toen hij stierf in de sportzaal van school nummer 1. Zelf heeft ze geen geld nodig. Geld had ze nodig toen Timoer nog leefde.

Alla is 47 maar lijkt nu wel 60, vindt zij zelf. Werken doet ze niet meer: zij zit op Timoers grafsteen en haalt herinneringen op. Timoer die steeds vriendjes over de vloer had. Hoe zij huilde bij die vreselijke beelden van het gijzeldrama in het NordOst-theater in Moskou in oktober 2002 en Timoer haar vroeg daarmee op te houden. Hoe Timoer op 8 maart, vrouwendag, extra vroeg opstond om een landschapje voor haar te schilderen. Hoe Timoer toekeek terwijl ze zich opmaakte voor de spiegel en zei: `Mama, je bent nog best mooi. Maar wel wat dik.'

Alla zegt dat ze haar kinderen kwijt is. Toch leeft haar oudste zoon Getak (15). Hij stond op de rand van het schoolplein, zag de terroristen aankomen en sloeg op de vlucht. Maar Getak heeft haar niet nodig, denkt Alla. Hij leeft immers. Hij heeft plezier.

Getak woont nu bij de grootouders, hij houdt het thuis niet uit met zijn moeder die met moeite uit haar bed komt en steeds in snikken uitbarst. Met zijn vader gaat het al niet veel beter: hij zit met een fles wodka in de schemerige woonkamer. ,,We leven als schimmen en zijn vreemden voor elkaar'', zegt Alla. ,,Hij is geen man meer, zit daar maar te drinken, te zuchten en `mijn kereltje, mijn kereltje' te mompelen.''

Soms droomt Alla dat al die bevoorrechte zonen en dochters van Ruslands bestuurders, zoals Masja en Dasja van president Poetin, branden onder het puin van de school nummer 1. Ze gunt het die harteloze bureaucraten die Timoer hebben vermoord. ,,Wat resteert van mijn leven is een vendetta tegen de macht.''