Met de rug naar het drama

De Zuid-Afrikaanse fotograaf David Goldblatt portretteert al een halve eeuw zijn land met slechts oog voor het alledaagse. Hij negeert de grote gebeurtenissen. ,,Waar het mij om gaat is: hoe zijn we zover gekomen?''

et is zo'n dag dat een fotograaf nerveus zou moeten worden. De Zuid-Afrikaanse radio meldt `drama' in een van de rijkste buurten van de stad. Een politie-inval bij 's lands meest besproken politicus van dit moment, de van corruptie verdachte en ontslagen vice-president Jacob Zuma, is gierend uit de hand gelopen. De krantenverkopers bij de stoplichten zwaaien met foto's van de poort van Zuma's villa in Johannesburg, waar zijn lijfwachten hun machinegeweren hebben getrokken om de politierechercheurs van het terrein te jagen. Heet, hijgerig nieuws.

Het is zo'n dag dat Zuid-Afrika's beroemdste fotograaf, David Goldblatt (74), de radio niet heeft gehoord, de kranten niet heeft gezien. Zijn handen in zijn fotografenvest gestoken sloft hij op zijn gemak door de Johannesburg Art Gallery, een groepje zwijgende belangstellenden in zijn kielzog. Een halve eeuw Zuid-Afrika hangt hier aan de muur. Een halve eeuw door de ogen van Goldblatt, vaak de `maestro van de Zuid-Afrikaanse fotografie' genoemd. Dat had een halve eeuw spektakel kunnen zijn, zoals getalenteerde collega's elders in de stad, in musea en galerieën, laten zien. Dat had het Zuid-Afrika kunnen zijn van gebalde vuisten, woeste stenengooiers, politiemannen met wapenstokken, bulldozers of pantserwagens. Het Zuid-Afrika van het journaal.

Maar dat is Goldblatts Zuid-Afrika niet. Bij geen van de 250 geselecteerde afbeeldingen van zijn Fifty-One Years gaat het hart van de toeschouwer sneller kloppen. Of het moet zijn van het familieportret uit midden jaren zeventig van een Indische vader, moeder en twee kinderen, die elkaar beschuldigend aankijken nadat één van hen een wind onder de lakens heeft gelaten.

Al sinds het moment dat hij voor het eerst een camera in handen kreeg, eind jaren veertig, staat Goldblatt met zijn rug naar het drama. Goldblatt fotografeert de banaliteiten van het gewone leven, van gewone mensen, in ongewone omstandigheden. Niet uit afkeer voor het nieuws, of van de fotografen die de bloeddorst, de angst en het oproer van de donkerste dagen van apartheid probeerden vast te leggen.

,,Oh nee, ik heb altijd uiterste bewondering gehad voor collega's die dergelijke foto's maakten'', zegt hij. ,,Ik was gewoonweg te bang voor dat werk. Ik ben een lafaard.'' Dat is het antwoord van de bescheiden mens. Dan volgt het antwoord van de documentairefotograaf. ,,Ik ben nooit geïnteresseerd geweest in de gebeurtenissen zelf. Dat is enkel en alleen de uitkomst van de normen en waarden van een maatschappij. Waar het mij om gaat is: hoe drukken we die normen en waarden uit. En: hoe is het zover gekomen?''

Met zijn portretten van het gewone, soms oerlelijke en vooral brave Zuid-Afrika rekent hij af met het idee van apartheid als een tijd van enkel helden of hardkoppen. Het leven van de mensen op de foto's lijkt net zo saai als dat van de kijker. Daarmee zadelt hij zijn publiek op met een duivels dilemma: waren de waarden van de bedenkers en bestrijders van apartheid wel zo anders dan die van u en mij?

Die vraag stelt Goldblatt het meest indringend met zijn serie foto's die hij begin jaren tachtig maakte in Boksburg. Het stadje even buiten Johannesburg beschrijft hij als het `toonbeeld van fatsoen'. Foto's van stijve salondansers, roddelende huisvrouwen rond een versgebakken appeltaart of van een moeder die met haar kinderen picknickt op het gazon. Ze doet denken aan Mary Poppins. Terwijl ze spreekt kijken haar kinderen, in padvinderspak, bewonderend naar haar op. Bijna propagandistische onschuld. ,,Mijn vraag was: hoe kun je zo respectabel zijn en toch medeplichtig zijn aan zo'n kwaadaardig en absurd systeem'', legt Goldblatt uit. Het antwoord op die vraag moet hij schuldig blijven. ,,Want'', zo zegt hij, ,,dat fatsoen kom je overal ter wereld tegen. Had apartheid iets te maken met het benauwde calvinisme van de Afrikaners? Misschien. Maar uiteindelijk waren we allemaal medeplichtigen. Blank en zwart. Slechts enkelen hebben zich verzet tegen het systeem.''

Geen oordeel

Goldblatt onthoudt zich van een oordeel. In geen van zijn foto's maakt hij zijn onderwerp belachelijk, of wijst hij met de vinger. Hij vraagt eerder om empathie. Anders dan de meeste documentairefotografen vraagt hij altijd om toestemming van de mensen die hij fotografeert. Het idee dat hij daarmee zijn carrière lang heeft gezocht naar begrip voor de normen en waarden van de gemiddelde Zuid-Afrikaan, overvalt hem nu pas, achteraf bezien. Had je hem in de jaren zestig of zeventig naar zijn bedoelingen gevraagd, dan was zijn antwoord anders geweest, geeft hij toe.

Zijn obsessie met het alledaagse was aanvankelijk niet meer dan het vastleggen van zijn eigen leefomgeving. Goldblatt is geboren in het mijnplaatsje Randfontein, bij Johannesburg, kind van joodse ouders die in 1890 van Litouwen naar Zuid-Afrika vluchtten. In Randfontein werkt hij in het kledingwinkeltje van zijn vader en maakt foto's in de avonduren. Daar ruikt hij de geur van stof en aarde die rond de boeren en mijnwerkers hangt. ,,De geur van de rijkheid van het leven'', noemt Goldblatt het. Als zijn vader in 1962 sterft, verkoopt hij de winkel en neemt hij de camera fulltime ter hand om dát leven te fotograferen. De bevrijding van de familieverplichtingen vergelijkt hij nog wel eens met het oplaten van een luchtballon.

Goldblatts begintijd laat zijn meest spectaculaire fotografie zien. In de jaren zestig daalt hij af naar de donkere mijnschachten van Welkom, gezeten op de rand van reusachtige emmers waarmee de kompels naar beneden worden gelaten. ,,De eerste keer raakte ik door mijn fototas uit balans en donderde ik, tot groot vermaak van de mijnwerkers, in de emmer.'' De foto's van de Zuid-Afrikaanse onderwereld leggen de slavenarbeid op twee kilometer diepte bloot. Hij maakt er zijn eerste boek On The Mines mee, samen met de latere winnaar van de Nobelprijs voor literatuur Nadine Gordimer. Maar een aanklacht is het niet. Goldblatt lijkt vooral geïnspireerd door de structuur der dingen, de oliejassen van de mijnwerkers, de wirwar van slangen en kabels. In recente interviews geeft Goldblatt toe zich nu ongemakkelijk te voelen over de keuze van toen. ,,Ik wist niet wat ik wilde. Ik was vooral bezig met de grafische kant van de dingen die ik zag. On the Mines is in die zin zeer onbevredigend.''

Korte broek

Goldblatt kruipt daarna steeds dichter op de mens. Soms zo dicht dat het onbehaaglijk wordt. Hij portretteert een dikke Afrikaner in zijn korte broek, van zo'n kleine afstand dat er van de dikke Afrikaner weinig meer overblijft dan die korte broek met inhoud. Maar zo gedetailleerd was apartheid ook, rechtvaardigt Goldblatt zijn keuze. ,,De Morality Act verbood zwarten en blanken zelfs met elkaar te zoenen. Ik heb dat altijd de wreedste wet gevonden. Hoe kun je van een boerenknecht verlangen niet naar de zwarte meisjes te kijken die opgroeien in de huisjes achter op zijn erf?''

De mens schiep apartheid en apartheid de mens. Maar met alleen afbeeldingen van die mens is het hele verhaal van Zuid-Afrika niet verteld. In de laatste twintig jaar, in de opmars naar het officiële einde van de rassenscheiding, de vrijlating van Mandela (1990), de eerste vrije verkiezingen (1994) en daarna, raakt Goldblatt gefascineerd door het landschap dat het systeem heeft nagelaten. Dat is het moment waarop de mensen uit zijn foto's verdwijnen en Goldblatt zijn meest opmerkelijke werk aflevert. South Africa: The Structures of Things then heet het boek waarin hij eind jaren negentig de Zuid-Afrikaanse architectuur ontmaskert. ,,Pas op'', zegt hij, ,,ook al zie je ze niet op de foto. De mensen zijn er wel. Hun waarden en hun normen.''

Goldblatt maakt dat duidelijk met een serie over de Nederduits Gereformeerde kerken, zoals je ze vandaag de dag nog op iedere straathoek vindt. De eerste kerken die de Afrikaners bouwen volgen de gotische architectuur van het Europese vasteland dat ze achter zich hebben gelaten. Zo gauw de Afrikaners politiek furore maken, eind jaren veertig, komen de blanke nationalisten aan de macht en verandert ook het aangezicht van de kerk. De conservatieve gereformeerde kerk omarmt dan gretig het modernisme: strakke lijnen, scheve daken en muren. ,,De toekomst is met ons, is de boodschap'', zoals Goldblatt uitlegt. Zijn foto's laten haarscherp zien dat dit gevoel van triomf en overwinning niet lang zal duren. Als in de jaren tachtig de wereld de Afrikaners en hun apartheid de rug toekeert, veranderen de kerken in vestingen, met kleine ramen en dikke muren. Angstarchitectuur.

Gebouwen spreken de taal van racisme en uitsluiting. Ook nu nog, zoals Goldblatt laat zien. In het nieuwe Zuid-Afrika hebben de rijken, nu blank en zwart, zich teruggetrokken achter hoge muren, in `gated communities', om de armen zover mogelijk van zich vandaan te houden. Goldblatt fotografeert genadeloos de `schoonheid' van de luxe villawijk Dainfern, die vijf jaar geleden aan de rand van Johannesburg verscheen. Aan de andere kant van de tweeëneenhalve meter hoge muur ettert de krottenwijk Zewenfontein, maar dat lijkt de bewoners niet te deren. Net zomin als het uitzicht op de reusachtige rioolpijp die dwars over het terrein loopt, gesteund door pilaren die doen denken aan Romeinse aquaducten.

,,Gebouwen zijn een uitdrukking van ons denken, van wie en wat we willen zijn'', legt Goldblatt uit. En Zuid-Afrikanen willen Italiaans zijn, zoals een kleurenprent van het grootste casino in Johannesburg laat zien. Montecasino ziet er vanaf de snelweg uit als een replica van een dorp in Toscane, met visnetten, waslijntjes en gescheurd pleisterwerk. Vanaf het standpunt van Goldblatts camera is echter ook het aluminium dak van het complex te zien. In het nieuwe Zuid-Afrika is kunstmatig heel oké. ,,Onze normen laten zich het best omschrijven als maniakale en smakeloze hebzucht, buitensporig materialisme'', zegt Goldblatt. Het is de eerste keer dat er woede en teleurstelling doorklinkt in zijn stem.

Maar net als een halve eeuw geleden houdt ingehouden woede Goldblatt, met zijn 74 jaar, nog altijd aan de gang. Nog steeds reist hij in een campertje door het land om de tekenen des tijds vast te leggen. Nog steeds is hij te vinden langs snelwegen en landweggetjes met een loodzwaar statief en een meedogenloos oog. Want ook al verdween apartheid, de Zuid-Afrikanen en hun waarden bleven. Een chroniqueur als David Goldblatt is nooit klaar.

Enkele publicaties van David Goldblatt: `South Africa: the Structure of Things Then' (1998); `David Goldblatt 55' (2001); `Fifty-One Years' met o.a. J.M. Coetzee, Nadine Gordimer en Ivan Vladislavic (2001); `Intersections' (2005)

    • Bram Vermeulen