Kleine bijen om de vijand te steken

Ze zijn goedkoop, gehoorzaam en loyaal, goedgelovig en niet bang. Dat maakt kinderen tot ideale soldaten. Peter Singer schreef een ontluisterende studie over een fenomeen waar het Westen geen antwoord op heeft.

Huurlingen en kindsoldaten spreken tot ieders verbeelding en vormen dankbaar materiaal voor oorlogscorrespondenten, hulpverleners en psychologen. Na een veelgeprezen boek over huurlingen dat in 2003 verscheen – Corporate Warriors, the rise of the privatized military industry deed de Amerikaanse politicoloog Peter W. Singer onderzoek naar kindsoldaten, een vrij recent fenomeen dat eerder regel dan uitzondering in moderne oorlogsvoering dreigt te worden. De omslagfoto van Children at War is net zo verontrustend als het onderwerp zelf: een schattig zwart jongetje met een baret op en in korte rode broek, met voor zijn buik een kalasjnikov die bijna net zo groot is als hijzelf. Maar wie sensatie verwacht van Singer, komt bedrogen uit. Hij analyseert en adviseert: zijn toon is zakelijk, zijn uiteenzetting compact. Hij onderzoekt waarom kinderen steeds vaker ingezet worden in conflicten, hoe ze gerekruteerd en getraind worden, en wat een volwassen militair moet doen als hij oog in oog komt te staan met een gewapend jochie dat zijn eigen zoon had kunnen zijn.

De kans dat dat gebeurt is groot, en niet alleen beperkt tot burgeroorlogen in Afrika, waar kinderen sinds begin jaren negentig systematisch tot vechten worden gedwongen. De eerste Amerikaanse soldaat die sneuvelde in Afghanistan werd doodgeschoten door een scherpschutter van veertien jaar oud. In Irak hebben Amerikaanse troepen al meer dan honderd kindsoldaten krijgsgevangen gemaakt. De guerrillastrijders in Colombia sturen duizenden `kleine bijen' het slagveld op om de vijand te `steken'. De Tamil Tijgers in Sri Lanka, de Koerdische PKK, de SPLA in het zuiden van Soedan regeringsmilities en rebellenbewegingen overal ter wereld zetten opzettelijk en doelbewust kinderen in. Bijna een kwart van de gewapende groeperingen gebruikt soldaten onder de vijftien, aldus Singer, een bewijs hoezeer kinderen verweven zijn geraakt met het militaire apparaat. Wat eeuwenlang taboe was, is tegenwoordig gemene zaak geworden.

Doodsconcept

Waarom? Het antwoord ligt voor de hand. Kinderen zijn goedkoop, handig en makkelijk te indoctrineren. Ze zijn gehoorzaam en loyaal. En ze kunnen zich ontwikkelen tot felle, meedogenloze vechters die gruweldaden uitvoeren waar zelfs de meest geharde volwassen soldaten voor terugdeinzen. Ook onder elkaar. `Soms, als ik boos was, vermoordde ik mijn mederebellen. Als we in een hinderlaag terechtkwamen en de oudere jongens maakten een fout, dan schoten we ze dood', zegt een 12-jarige kindsoldaat in Children at War. Kinderen nemen risico's die anderen niet nemen, want ze hebben wat psychologen een `onderontwikkeld doodsconcept' noemen. De dood zegt een kind niets. Singer citeert een Congolese commandant: `Ze denken dat het een spelletje is, dus zijn ze niet bang.' In sommige landen krijgen kinderen drugs toegediend om ze nog onverschrokkener te maken. Rebellenleiders in Sierra Leone en Liberia wreven heroïne of cocaïne in een inkeping in de huid van hun voetsoldaten. Weigeraars kregen de kogel.

Armoede is volgens Singer de belangrijkste achterliggende oorzaak van de snelle toename van het aantal kindsoldaten wereldwijd, gekoppeld aan de onstuitbare bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden. De massale dumping van lichte wapens in Afrika en Azië heeft oorlog niet alleen laagdrempelig voor volwassenen gemaakt, maar indirect ook voor kinderen: de meeste kinderen hebben binnen een half uur door hoe ze een kalasjnikov moeten gebruiken. De nieuwe burgeroorlogen zijn smeriger geworden, crimineler, en missen vaak ideologische motieven. Singer wijst er niet als eerste op dat de vrije marktwerking definitief tot het oorlogsbedrijf is doorgedrongen. Sinds het einde van de Koude Oorlog kunnen marginale verzetsbewegingen niet langer rekenen op steun van buitenaf. De noodzaak om zichzelf te bedruipen heeft tot de opkomst van zogeheten `conflictondernemers' geleid, opportunisten zonder scrupules die voor geld of bezit vechten. Het klassieke voorbeeld is Charles Taylor. Dankzij zijn leger kindsoldaten, dat moordend en plunderend door Liberia trok, schopte `Pappy' Taylor het tot president. Singer toont aan dat conflicten waarin kindsoldaten betrokken worden, langer duren, bloediger zijn, vaker burgers als doelwit hebben en moeilijker te stoppen zijn.

Kinderen melden zich nooit bij een leger aan uit vrije wil. Een groep Afghaanse jongens stond voor een wanhopige keuze: koeienstront van de straat opvegen om als brandstof te verkopen, of zich aansluiten bij een verzetsgroep. Kindsoldaten worden bijna altijd gedreven door armoede of honger, als ze tenminste niet ontvoerd zijn, wat veel vaker en stelselmatig voorkomt. Als ze eenmaal in dienst zijn, kunnen ze niet meer ontsnappen. Op desertie staat vrijwel overal de doodstraf. Sommige groeperingen dwingen kinderen publiekelijk hun eigen buren, of erger, hun eigen ouders te executeren, een populaire tactiek die iedere weg terug voorgoed afsluit. Een saillant citaat in Singers droge analyse beschrijft de training waaraan nieuwe rekruten onderworpen worden. `De mensen die ze pakken, worden naar de training gebracht. Mijn groep moest drie mensen doodmaken. Mijn commandant zei dat ik ook iemand moest doodschieten. Ik moest het doen waar vijftig mensen bij waren. Ik moest hem door zijn hoofd schieten. Ik trilde van angst. Daarna kon ik geen hap door mijn keel krijgen. Ik zag steeds zijn bloed voor me. [...] Sommige slachtoffers gilden en schreeuwden. De leiders zeiden dat we moesten leren doden.'

Vredestroepen

Het laat zich raden dat dergelijke methodes een verwoestende uitwerking hebben. Een ex-kindsoldaat is getekend voor het leven. De morele verontwaardiging over het fenomeen heeft zich de afgelopen jaren dan ook vertaald in een reeks internationale verdragen die het gebruik van kindsoldaten verbieden. Hartstikke goed, zegt Singer, maar het heeft helaas niets uitgehaald: `one cannot shame the shameless'. Rebellenleiders die kindsoldaten ronselen weten best dat ze een gedragsnorm overschrijden. Ze doen het niet uit onkunde of boosaardigheid, maar omdat ze er belang bij hebben.

Singer is van mening dat het gebruik van kindsoldaten voortaan als een oorlogsmisdaad moet worden behandeld: De schuldigen zouden vervolgens voor een internationaal gerechtshof terecht kunnen staan. Intussen moeten westerse militairen zich durven voorbereiden op confrontaties met kindsoldaten. Professionele soldaten hebben automatisch medelijden met kindsoldaten, wat demoraliserend werkt. Maar het Amerikaanse leger heeft er geen aandacht voor, en juist degenen die het grootste risico lopen ermee te maken te krijgen, VN-vredestroepen, worden slecht getraind en verkeerd uitgerust. Het is niet prettig om de dilemma's waar kindsoldaten ons voor stellen onder ogen te zien, zegt Singer in deze belangrijke en veelomvattende studie, maar het is te laat om ze nog te negeren.

Peter W. Singer: Children at War. Pantheon Books, 288 blz. €25,49

    • Pauline Bax