Kamer respecteert de wens niet te bungelen

Het spoeddebat in de Tweede Kamer ging al snel niet meer over de BV's van minister Veerman, maar over wat een minister in zijn vrije tijd mag.

Het oorspronkelijke probleem is opgelost door een nieuw probleem te scheppen. Met gemak doorstond minister Veerman (Landbouw, CDA) gisteren een spoeddebat over vermeende zakelijke activiteiten tijdens zijn ministerschap. Maar een aanvankelijk goed werkende bliksemafleider van premier Balkenende, een overzicht van álle nevenfuncties van de kabinetsleden, bezorgde de premier weer andere problemen.

Tweede-Kamerlid Kalsbeek (PvdA) – eerder een van de grootste critici – sloot haar bijdrage af door te zeggen dat Veerman ,,indruk'' had gemaakt met zijn persoonlijke en soms emotionele verklaringen.

De beeldvorming die de afgelopen weken was ontstaan, zei Veerman, ,,is voor mij en de mensen die mij dierbaar zijn, buitengewoon ingrijpend geweest''. Zo ingrijpend zelfs, dat hij overwogen heeft af te treden. De druk vanuit media op hem en zijn familie ,,grenst aan het ongelooflijke''. En, reagerend op Kamerlid Oplaat (VVD), die stelde dat gewone burgers niet valt uit te leggen zij nooit wegkomen met een administratieve fout en ministers wél: ,,Als een minister een fout maakt, wordt hij snoeihard in het openbaar afgestraft.''

Een diepgravend, technisch debat over de constructies van Veermans bedrijven bleef gisteren uit. Deze week bleek dat Veerman ten onrechte zijn handtekening had gezet onder de jaarrekening van een van zijn Franse bedrijven. Regels van het kabinet bepalen dat een bewindspersoon wel bedrijven mag bezitten, maar er niet het beheer over mag voeren. Met een feitelijke reconstructie wist de minister de bezwaren van de Kamer goeddeels weg te nemen. Hij had fouten gemaakt, soms buiten zijn schuld om. Maar nooit had hij te kwader trouw gehandeld.

Over de aanleiding van de problemen werd niet meer gesproken. De commotie ontstond toen vorige maand de Britse krant The Observer meldde dat hij 190.000 euro aan Europese landbouwsubsidies ontvangt én zich tegelijkertijd in het kabinet heeft ontpopt tot de grootste tegenstander van het schrappen van die subsidies.

De Kamer nam genoegen met de ,,ruiterlijke erkenning'' van Veerman dat hij een slordigheid heeft begaan, maar er persoonlijk niet beter van is geworden. Bovendien, mochten er nog meer fouten opduiken, ,,dan sta ik voor een groot probleem. Ik weet dan zelfs niet of ik er wel zal stáán'', aldus Veerman.

Kamerlid Van Velzen (SP) bleef als enige volhouden dat de minister beter de eer aan zichzelf kon houden en kon opstappen. Maar een motie van afkeuring bleef uit. Ook voor haar eis tot een onafhankelijk onderzoek naar de zakelijke belangen van de minister was geen meerderheid. Veerman had gezegd ,,geen zin te hebben nog drie maanden te moeten bungelen'', hetgeen de Kamer respecteerde.

Voor een belangrijk deel had Van Velzen zichzelf de wind al eerder uit de zeilen genomen. Zij stelde vorige week Kamervragen over de betaalde én onbetaalde functies van minister Veerman, maar vroeg en passant ook een overzicht van alle nevenactiviteiten van de overige leden van het kabinet.

Dat overzicht kwam gisteren, vlak voor het debat met Veerman. Voor zover bekend, schreef premier Balkenende, hebben de kabinetsleden vijftig onbetaalde nevenfuncties. Deze functies variëren van een lidmaatschap van het comité van aanbeveling van het Helmonds Vocaal Ensemble (staatssecretaris Van Geel) tot het ambassadeurschap van het Jenevergenootschap (minister Remkes). Deze functies zijn niet gemeld aan Balkenende, zei de premier, en daarmee in strijd met kabinetsregels.

Het overzicht van nevenfuncties leek de premier en minister Veerman in eerste instantie goed uit te komen. Meer dan de helft van het debat ging gisteren immers over het nut en het gevaar van het hebben van een nevenfunctie. De premier is voor het strikt naleven van de bestaande regels, maar de Kamer leek in meerderheid voor versoepeling van de regels te zijn. Balkenende daagde de Kamer uit met een uitspraak te komen waar hij in het kabinet wat mee kon, maar toen die er eenmaal lag (Kamerlid Nawijn diende een motie in met voorstellen voor versoepeling) wees de premier die motie af.

De discussie over de nevenactiviteiten kende twee standpunten. VVD'er Oplaat meende dat als je leden van het kabinet niets meer erbij laat doen, het gevaar van wereldvreemde ministers en staatssecretarissen ontstaat. Welnee, vond zijn collega Kalsbeek. Een minister moet iedere schijn van belangenverstrengeling vermijden.

Maar hoe doe je dat, iedere schijn vermijden? Mag een minister van Onderwijs dan ook geen kinderen meer hebben, vroeg Kamerlid Van den Brink (LPF) zich af. En mag de minister van Financiën zelf nog wel een hypotheek hebben? Zijn collega Atsma (CDA) ging nog een stap verder door te stellen dat Kamerleden ook maar eens open kaart moesten spelen over hún nevenfuncties.

En zo werd de aanvankelijke discussie over de al dan niet slapende BV's van minister Veerman naar een hoger, veel abstracter plan getild. De aandacht was afgeleid van de precieze constructies met stichtingen en BV's van de minister naar het dilemma van bestuurders die er na werktijd andere activiteiten op nahouden.

Balkenende bleek van zijn collega's weinig steun te krijgen voor zijn rigide `nee tenzij'-opstelling. Voor de camera's van Den Haag Vandaag lieten onder meer de ministers Pechtold (Bestuurlijke Vernieuwing, D66), Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) en Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) en de staatsecretarissen Van Geel (Milieu, CDA) en Wijn (Financiën, CDA) weten geen kwaad te zien in hun lidmaatschappen van comités van aanbeveling.

Daarmee keerde de discussie zich tegen de premier. Die moet van de Kamer vandaag in de ministerraad zijn collega-bewindslieden toespreken over het niet aanmelden van de nevenactiviteiten.

    • Egbert Kalse
    • Guus Valk