Kaalslag op het scherm

De mediawoordvoerder van D66, tevens mede-opsteller van de kabinetsplannen voor een nieuw omroepbeleid, zat er zondagmiddag een beetje benard bij. De discussie, in Paradiso in Amsterdam, ging over de vraag welke gevolgen die plannen zullen hebben voor het kunstaanbod op de televisie. Ter tafel lag een Berenschot-onderzoek, dat een danige kaalslag voorspelt. Het kabinet maakt het budget voor kunstprogramma's vanaf 2008 immers rechtstreeks afhankelijk van de reclame-inkomsten van de publieke omroep, die naar ieders verwachting zullen dalen.

Af en toe wist Bert Bakker de bal nog wel met enig aplomb terug te spelen. Hij hoonde dat de omroep zelf allang schuldig is aan de huidige kunstschaarste in het programma-aanbod. Dat was makkelijk scoren. Het is nu eenmaal een waarheid als een koe dat Hilversum eerder geneigd is geld uit te geven aan sport en soaps dan aan kwaliteit op cultureel gebied. Maar tegelijk is het de politiek, die de publieke omroep opdraagt een zo breed mogelijk publiek te blijven bereiken – en daartoe is kunst helaas niet het meest geëigende middel. Bakker slaagde er niet in die tegenwerping te ontzenuwen.

Tot hem nota bene door een VVD'er een reddingsboei werd toegeworpen. Als er in de plannen al gefixeerde budgetten staan voor programmacategorieën als nieuws en opinie, opperde deze – waarom dan niet ook voor kunst? Bakker ging er grif op in. Een vast bedrag voor kunstprogramma's wil hij in het komende Kamerdebat wel verdedigen, beloofde hij. En dat leek winst. Al is nog volstrekt onzeker wat zo'n belofte waard is. Eerst moet nog blijken wat het CDA en de rest van de VVD ervan vinden, en dan rest uiteraard de vraag om hoeveel geld het zou gaan. Extra geld komt er in elk geval niet. Tenzij de hoorzitting die maandag over het onderwerp wordt gehouden, de politici nog op andere gedachten brengt.

Maar zou het niet veel eenvoudiger zijn, zoals ook in het Berenschot-onderzoek wordt geadviseerd, gewoon vast te houden aan de bestaande voorschriften? De huidige mediawet verplicht de omroep tot 12,5 procent kunst. Dat percentage wordt nu ruimschoots gehaald, maar dat komt omdat men ook programma's als Top of the pops, Zembla, De leugen regeert, de Jostiband in Ahoy en Kopspijkers meetelt, evenals allerlei herhalingen overdag en uitzendingen in het holst van de nacht. Volgens die rekenmethode is BNN zelfs de omroep die het grootste deel van zijn zendtijd aan kunst besteedt, dankzij de veelvuldige herhalingen van de hitparadeshow Top of the pops.

Het pure kunstaanbod ,,in het hart van de avond'' vult daarentegen niet meer dan 1 procent van de totale tv-programmering, aldus een berekening van Wim Weijland, chef kunst van de AVRO. Welnu: scherp de eisen aan, laat voortaan alle programmatitels erbuiten die er niets mee te maken hebben, stel desnoods zelfs het verplichte kunstpercentage iets lager (10 procent zou ook al mooi zijn) – en er ontstaat een publieke omroep die glansrijk zal voldoen aan een van zijn wezenlijke publieke taken.