`Ik heb zo hard geduwd als ik kon'

De opvang van slachtoffers in de Superdome in New Orleans is uitgegroeid tot een symbool van onvermogen: waarom werden hulpbehoevenden zo laat en slecht geholpen?

Craig McDaniel (47) dacht: er is één manier om het hier beter te krijgen – ik ga helpen. Hij besloot, na anderhalve dag afzien in de Superdome – het sportstadion dat door de autoriteiten in New Orleans als opvangcentrum is gebruikt – om ouderen en gehandicapten te gaan bijstaan. ,,Dan krijg je niet langer het slechtste eten, begrijp je?''

Zo ervoer hij van nabij hoe, in de stank en de hitte, mensen van boven de tachtig, omringd door ratten en lastiggevallen door muggen, de slaap moesten vatten op een vloer van beton. En hij zag hoe gehandicapten de nacht doorbrachten. In hun rolstoel. Meer ruimte dan een vierkante meter was er niet voor hen. Het was, zegt Craig McDaniel, erg confronterend.

De opvang in de Superdome was al enkele dagen onderwerp van sombere bespiegelingen in de media over het vermogen van Amerikaanse overheden om hulpbehoevenden na een nationale ramp snel en accuraat de hand te bieden. Maar sinds mensen gisteren na vier dagen uit het stadion werden bevrijd, en ze na een lange bustocht in Houston hun verhaal konden vertellen, werd pas goed duidelijk hoe het daar de afgelopen week is geweest.

De opvang was een comedy of errors, zei McDaniel. Er waren te veel mensen, ruim 20.000, voor te weinig plaats. Het licht viel uit. De airco viel uit. Er was geen drinkwater. Geen eten. ,,Het dak van de keuken stortte in.'' De vloer was hard. De wc's waren bijna meteen verstopt. De stank van uitwerpselen vermengde zich met het zweet van door extreme hitte getroffen lichamen. Het was, zei hij, een hel.

De hulpverleners deden hun best, zei McDaniel. Hij zag ze met eigen ogen bikkelen. Maar al hun inspanningen stuitten op hetzelfde probleem: de overheden waren niet voorbereid op deze ramp. De middelen waren niet bij de hand, de logistiek was niet op orde. Eigenlijk was het enige dat de overheid meteen kon bieden militair voedsel, zei McDaniel. Het kwam met grote hoeveelheden binnen. Bruine plastic zakjes met koude kip erin, of macaroni met kaas, ook koud. Het opschrift: ,,Als je dit opeet, kan je beter strijd leveren.''

McDaniel zat gisteren in de eerste bussen uit New Orleans die in Houston aankwamen. De mensen die uitstapten waren duidelijk niet de zwaarst getroffenen. Veel jonge mannen met een lange rij gouden tanden. Je moest goede contacten hebben, zei McDaniel, om in de eerste bussen te komen. Of je moest sterk zijn.

Ik heb zo hard geduwd als ik kon, zei Dennis Carter junior, 23 jaar oud. Zijn vrouw en kind konden hem niet bijbenen. ,,Je kon alleen in de bus komen als je dóórduwde.'' Hij wilde per se weg uit dat gehate stadion. Vooral de ratten waren hem gaan tegenstaan. ,,Ze lachen als ze eten, weet je dat?'' Het duwen vond hij normaal. Als je beleefd bent, zegt hij, ,,zoals de deftige mensen verwachten'', dan kom je dus nooit in zo'n bus. ,,Ik heb kracht. Die heeft God mij niet voor niets gegeven.''

Het recht van de sterkste bood meer voordelen. Mensen uit New Orleans, gemakkelijk herkenbaar omdat ze zich als enigen in Houston niet per auto verplaatsten, kregen allerwegen voedsel en goederen toegeworpen. Kijk eens wat ik heb gekregen, glunderde Dennis Carter. Een fraai zwart basketballshirt, een nieuwe broek, hippe gympen, een koffer, en – hij kijkt wiegelend in het raam van de supermarkt – een schitterend nieuw petje. ,,De mensen zijn echt goed hier.''

Sommige weldoeners kregen een minder dankbaar onthaal. Een oudere Texaan was gisteren bij de Astrodome – het stadion van Houston waar de mensen uit de Superdome werden opgevangen – zo gul met uitdelen, dat hij vergat zijn auto af te sluiten. Achter zijn rug gingen twee jongens uit New Orleans er met zijn SUV vandoor. Het gaf een pandemonium van politie, aangifte, woede, een zoektocht. Maar talrijke mensen uit New Orleans vonden het rare opwinding.

,,Wat nou?'', riep Zeba Chablyss, 21, die net Houston had bereikt na een urenlange bustocht vanaf de Superdome. De mensen moeten niet bezig zijn met zaken als deze, zei ze. Laten ze zich opwinden over de doden, de daklozen die wanhopig om hulp schreeuwen, of de bestuurders die de opvang in de Superdome verwaarloosden. ,,Dat zijn de hoofdzaken.''

In Baton Rouge, even ten noorden van New Orleans, werd dat gisteravond anders beleefd. Autoriteiten meldden dat de plunderingen schrikbarende vormen begonnen aan te nemen. Verhuurders van auto's waarschuwden ook voor diefstal. De stad was volgepakt met mensen uit New Orleans zonder onderdak, op zoek naar auto's om dit ongelukkige gebied te verlaten. Er worden hier zoveel auto's gestolen, zei een verhuurder, dat hij wel wist wat het volgende probleem zou worden: gewapende overvallen op auto's.

    • Tom-Jan Meeus