Dromen van een gazon

D.J. Waldie is een oudere blanke man, die nog steeds in het prefab-huis woont dat zijn `net-niet-middenklasse' ouders in 1946 kochten in het voorstadje Lakewood, bij Los Angeles. Hij woont er alleen, sinds zijn broer verhuisde en zijn ouders overleden. Hij heeft een rijbewijs, maar rijdt geen auto meer sinds een onschuldige portie blikschade als tiener. Hij schrijft gedichten. Hij loopt naar zijn werk.

Waldie is, kortom, een atypische inwoner van Los Angeles, een metropool die bestaat uit eindeloze identieke raamwerken van straten en snelwegen. Hij lijkt eerder thuis te horen in het knusse Main Street, USA, dan in een stad die door postmoderne filosofen en trendy architecten is overstelpt met een barrage aan abstracte termen die moeten uitdrukken dat we ons hier bevinden op de cutting edge van de moderniteit: `exopolis', `post-metropool', `fractal city'.

Toch maakte Waldie een van de mooiste, meest poëtische én merkwaardigste boeken die er te krijgen zijn over het leven in de suburbs van Los Angeles. In het bekroonde Holy Land. A Suburban Memoir (1997) schrijft hij associatief (Waldie maakt haiku`s, aldus zijn bewonderaars) de geschiedenis van Lakewood, en brengt hij een stille ode aan de suburb als thuishaven. Zo reflexmatig als Suburbia wordt verguisd, als een vervreemdend en claustrofobisch reservaat voor de massamens, zo teder schrijft Waldie over zijn ouders, die er letterlijk de ruimte kregen om hun leven opnieuw in te vullen. De ode kreeg een wrange bijsmaak door Waldies isolement, en het soms beklemmende commentaar op zijn gemoedstoestand en jeugdherinneringen.

Where We Are Now, Waldies tweede boek, bevat de essays die hij sindsdien over Los Angeles en de suburbs heeft geschreven. De inhoud is actueler, maar de toon even persoonlijk, beheerst en ingetogen als in Holy Land. Waldie, deze suburban gentleman, lijkt op een leraar biologie, die zijn omgeving kalmpjes fileert, schrijft Patt Morrison in het voorwoord. Hoogtepunten van het boek zijn Waldies humane reportages over het rijden per bus door Los Angeles (`een derdewereldland on wheels'), zijn milde kritiek op de hype van New Urbanism, dat een stadsgevoel wil terugbrengen in de suburbs, en opnieuw zijn lofzang op Lakewood. `Het is de bescheidenheid van Lakewood die me hier houdt', schrijft hij, `als ik op de hoek van mijn straat sta, zie ik een patroon van stoepen, opritten en gazons, tussen parallelle lage muren van huizen, dat niets anders wil zijn dan onschadelijk'.

Inmiddels is Waldie in nóg een opzicht een atypische Angeleno geworden. Hij is een blanke zestig-plusser die blijft. Los Angeles, dat fysiek op zijn grenzen is gestuit (de `sprawl hit the wall', heet het) en sinds de jaren negentig ten prooi viel aan een kluwen bestuurlijke, financiële en etnische problemen, wordt in gestaag tempo verlaten door de blanke middenklasse, die zich vestigt in de relatieve luwte van Las Vegas of Seattle. Los Angeles wordt steeds meer een mestizo stad, met een Hispanic burgemeester.

Hier blijkt dat Waldie ondanks zijn tedere geheugen, géén nostalgicus is. Hij wil juist voor de nieuwe migranten de droom van zijn ouders levend houden: de opluchting van de fysieke en psychische ruimte die de suburbs nieuwkomers te bieden hebben. Een sense of place, voor een beter leven. Hij keert zich dan ook ongemeen fel tegen de afscheidingsbewegingen van blanke randgemeenten (`reactionair', `vulgair', `laf'), en hekelt het ondergangsproza waarin over Los Angeles wordt geschreven. Nu de sunshine droom steeds moeilijker wordt bevochten, is Los Angeles volgens hem eindelijk de `noodzakelijke stad' die het nooit eerder is geweest.

D.J. Waldie: Where We Are Now. Notes on Los Angeles. Angel City Press, 206 blz. €24,–

    • Sjoerd de Jong