Defensieve architectuur

Er is al een generatie opgegroeid die niet meer weet wat Checkpoint Charlie was. Een doorlaatpost in de Berlijnse Muur, zwaar beveiligd om de mensen die aan de oostkant woonden te beletten naar het westen te komen. Kort nadat in augustus 1961 de Muur was voltooid, forceerde een burger van de DDR met zijn auto de slagboom. Er kwam een zwaardere versperring. Dat bleek niet voldoende. De volgende reed er met een bijzonder laag gebouwde auto, een Austin Healy Sprite zonder voorruit onderdoor. Toen is er een soort zig-zag systeem van betonnen muren met slagbomen ontwikkeld. Wilde je er met je auto langs, dan reed de volkspolitie een spiegel op wieltjes aan een stok eronder, om te controleren of zich misschien tussen de wielen een vluchteling had verstopt. Dat geheel was op zichzelf een meesterwerkje van paranoïde grensbewaking. In 1990 is het afgebroken.

Daarna hebben we elf jaar van toenemende mondiale vrijheid gehad, tot 11 september 2001. Over de oorzaken zullen we het niet hebben. We bepalen ons tot de gevolgen. Wie nu naar het Vrije Westen wil of zich binnen deze wereld wil verplaatsen, onderwerpt zich, of hij het weet of wil of niet, permanent aan onderzoek, hightech gesystematiseerde achterdocht vergeleken waarbij de communisten in de Koude Oorlog amateurs waren. Videocamera's overal, röntgenologisch onderzoek op vliegvelden, nooit de deur uit zonder je identiteitsbewijs, aan dat alles zijn we allang gewend. Allemaal deel van het gewone dagelijks leven. Maar welke invloed heeft het op de kunsten? Schrijven we ook paranoïde boeken, toneelstukken, ontwikkelt zich een architectuur en een stedebouw die het stempel van het altijd paraat zijn draagt?

Het met terroristische bedoelingen verwoesten van zeer grote gebouwen, kunstwerken, steden is onderdeel van een politiek. Een architect in Sarajevo, naamloos gebleven, heeft de term urbicide bedacht: het vermoorden van een stad. Voor de oorlog Sarajevo in 1992 bereikte, woonde daar een rijke ethnische en godsdienstige verscheidenheid van tegen de vierhonderdduizend mensen voorbeeldig samen. Zo voorbeeldig dat er in 1984 de Olympische Winterspelen werden gehouden. Acht jaar later begon de urbicide. Het was nog niet de echte terreur die we nu kennen. Er werden ook conventionele methoden gebruikt, met ouderwetse kanonnen. Sarajevo is een urbicide in overgangstijd.

Tot het einde van de Koude Oorlog lagen steden en naties achter verdedigingslinies. De vestingmuren van Jericho en Ninevé verschillen in principe niet van de Waterlinie, de Maginotlinie of de Atlantik Wall. Hoe belet je dat de vijand binnendringt in het nationaal organisme van stad en land? Met behulp van ondoordringbare vestingwerken. In de loop der eeuwen zijn de imponerendste, de vernuftigste constructies gebouwd, monumenten van architectuur. Daarachter leefde de burgerij in veiligheid, althans met een illusie van veiligheid. `Stadslucht maakt vrij'. De stad werd groter en groter, kreeg haar beroemde tolerantie, werd internationaal centrum van cultuur, met schouwburgen, musea, paleizen, handelshuizen en grote pleinen en parken, de openbare ruimte. Bij revoluties werd hier en daar wel eens het een en ander verwoest, maar dat tastte het wezen van de stad niet aan. Door alle historische drama's heen en zelfs tegen de wil van tijdelijke machthebbers bleef de stad de onaantastbare vrijplaats.

Het terrorisme wil daar een eind aan maken. Dat lukt niet. De stad is te groot en te sterk. Al zouden ze erin slagen, ook het Empire State Building te verwoesten, het Louvre en het Paleis op de Dam, en meer bommen in metro's te laten ontploffen, dan zou de geest van de stad daarmee misschien wel tijdelijk worden aangetast, maar hij zou zich herstellen. In New York heeft het ongeveer een jaar geduurd; in Londen is dat proces nog aan de gang.

Maar wat is, terwijl de aanslagen nog voortduren, of in ieder geval we altijd rekening houden met de volgende, het antwoord van de stedebouwers en de architecten? Eén eigenschap van de stad van deze tijd is dat er voortdurend evenementen worden georganiseerd. Grote tot enorme massa's in de openbare ruimte om te genieten of gewoon lol te trappen. Een andere dat de grote stad steeds groter wordt en daarmee meer gelegenheid biedt voor een grotere verscheidenheid aan illegale bezigheden.

Groeiende kwetsbaarheid valt tegen te gaan met meer bewaking en meer videocamera's. Maar dat zijn bestuurlijke maatregelen. Het is geen stedenbouw of architectuur. Valt er een stad te bedenken waarin de traditionele vrijheden verzekerd blijven en die tegelijkertijd veiligheid biedt tegen de gluipagressie van de terreur? Of zit het geheim van het overleven in het regeneratievermogen van de stedeling? Als de terreur geen sporen nalaat in onze manier van bouwen, lijkt me dat onze grootste overwinning. Het zal nog wel even duren voor we kunnen vaststellen dat deze urbicide mislukt is.

    • H.J.A. Hofland