Chinese leiders tonen erbarmen

Een nieuwe generatie Chinese leiders toont haar `menselijke gezicht': 7.000 onveilige kolenmijnen moeten sluiten. De praktijk is weerbarstig.

De Chinese overheid heeft deze week haar regelmatig beleden bezorgdheid over de veiligheid van China's mijnwerkers omgezet in een concrete maatregel die niet de economie, maar wel het welzijn van de bevolking ten goede moet komen. Daarmee toont de nieuwe generatie Chinese leiders het `menselijke gezicht' dat president Hu Jintao en premier Wen Jiabao graag tot het handelsmerk van hun bewind willen maken.

Eerder deze week meldden de Chinese media dat China zevenduizend kolenmijnen, bijna éénderde van de ongeveer 24.000 kolenmijnen die het land rijk is, vóór het eind van het jaar wil sluiten omdat zij niet voldoen aan de veiligheidseisen.

In China, dat voor zo'n 70 procent van zijn energievoorziening afhankelijk is van steenkool, sterven jaarlijks de meeste mijnwerkers ter wereld. In de eerste helft van dit jaar kwamen volgens officiële berichten 2.700 mijnwerkers om het leven, in de periode tot 15 augustus kwamen daar nog eens 700 doden bij. Volgens de in Hongkong gevestigde organisatie China Labor Watch ligt het werkelijke aantal doden nog veel hoger, omdat veel mijnbazen dodelijke ongevallen in de doofpot stoppen uit angst voor strenge overheidsstraffen.

De huidige Chinese regering, onder leiding van president Hu Jintao en premier Wen Jiabao, heeft sinds haar aantreden in 2003 bij herhaling aangegeven dat zij het als haar taak ziet om te zorgen dat met China's nieuwe welvaart ook het welzijn onder alle lagen van de bevolking toeneemt.

Hu en Wen willen zich bij de Chinese bevolking profileren als een mildere, meer menselijke generatie van leiders die juist begaan is met die groepen die niet automatisch profiteren van China's nieuwe welvaart. Zo bracht Hu het afgelopen Chinees nieuwjaar door bij een boerenfamilie in één van de armste provincies van China, terwijl Wen de hand schudde van aids-patiënten in een door de verkoop van bloed met het aids-virus besmet boerendorp in centraal-China.

De overheid streeft niet alleen naar een meer gelijke verdeling van de welvaart tussen stad en platteland en tussen elite en onderklasse, maar ook naar betere arbeidsomstandigheden voor de vrijwel rechteloze arbeiders aan de onderkant van de maatschappelijke ladder.

Het is Hu en Wen daarbij een doorn in het oog dat zij tot nu toe niet in staat zijn gebleken om een einde te maken aan de reeks van dodelijke mijnongevallen die China ook dit jaar weer heeft opgeschrikt. Zo kwamen er deze maand nog 123 mijnwerkers om bij een mijnramp in de Zuid-Chinese provincie Guangdong. De mijnongevallen leiden steeds tot veel ophef in de Chinese media, en het zijn vrijwel altijd de president of de premier zelf die hun afschuw over het ongeluk uitspreken en een onderzoek naar de oorzaak gelasten.

De huidige maatregel klinkt ingrijpender dan hij is. Het gaat om de overwegend tijdelijke sluiting van kleinere mijnen die door particulieren worden geëxploiteerd. Het besluit leidt wel tot werkloosheid voor een nog onbekend aantal mijnwerkers, maar het zal de energievoorziening in China slechts beperkt aantasten. De grote staatsmijnen blijven namelijk gewoon open. Ook leert de ervaring dat het moeilijk is om de mijnen werkelijk gesloten te houden. Plaatselijke ambtenaren zijn veelal op de hand van mijnexploitanten, omdat de mijnen vaak de belangrijkste of de enige bron van werkgelegenheid in een gebied vormen. Ook profiteren veel ambtenaren persoonlijk van de exploitatie. Soms zijn ze mede-eigenaar, soms steekt de mijneigenaar hun geld toe om het niet zo nauw te nemen met de controle op de veiligheid.

Daarmee ligt het probleem van de onveilige mijnen niet anders dan het probleem van de toenemende kloof tussen arm en rijk: de centrale overheid is welwillend, maar in de praktijk onmachtig of onvoldoende daadkrachtig om te voorkomen dat de rijken zich verder verrijken ten koste van de armen. De rijken worden daarbij vaak actief gesteund door de plaatselijke overheid, die zich eerder identificeert met de nieuwe kapitalisten dan met de oude proletarische klassen.

    • Garrie van Pinxteren