Bolhuis en hockeyers verjagen spoken in Leipzig

Het was de dag dat oude gezagsverhoudingen in ere werden hersteld en spoken vakkundig verjaagd. Nederland versloeg kwelgeest Spanje in het afsluitende groepsduel bij het EK hockey in Leipzig, en mag morgen ten koste van België proberen de finale te bereiken. In de nasleep van de 2-1 zege stelde bondsvoorzitter André Bolhuis orde op zaken.

De scheidend voorman van de Nederlandse hockeybond (KNHB) deed dat met beduidend meer flair dan de spelers op het stroeve hobbelveld van de ATV 1845 Leipzig, waar het onzorgvuldige Spanje werd veroordeeld tot een halve-finaleduel met titelverdediger Duitsland. Ongemerkt schoof Bolhuis aan bij de persconferentie, en na afloop nam hij bondscoach Roelant Oltmans mee voor ,,een goed gesprek'' in het vip-verblijf.

Dat was nodig, want de gisteren gearriveerde oud-international had vanuit zijn thuisbasis in Soest met groeiende ergernis kennis genomen van de verwikkelingen in Sachsen. Eerst was daar het nachtelijke uitstapje van twee spelers, vervolgens de berichtgeving daarover en, als klap op de vuurpijl, de woede-uitbarsting van Oltmans over die berichtgeving. ,,Zo willen we het hockey niet voor het voetlicht brengen'', grimaste Bolhuis, voorzitter van wat inmiddels de vijfde sportbond (175.000 leden) is.

Direct na de zege op Spanje was het dan ook de hoogste tijd voor damage control, en behendig veegde Bolhuis de scherven bijeen. In de avonduren vertolkte hij de rol van vredesduif door in het spelershotel een verzoeningsgesprek te arrangeren tussen Oltmans en twee journalisten, die een dag eerder door de selectie op de zwarte lijst waren gezet. Na ruim een half uur kwam de KNHB-voorzitter, bezig aan zijn laatste jaar en dus aan zijn ,,afscheidstoernee'', grijnzend de trap af: missie geslaagd.

Het was een meesterlijk slotakkoord. Van een rasbestuurder die als speler al wist hoe hij de zaken naar zijn hand kon zetten, maar die twee jaar geleden de regie volledig kwijt was in de affaire rondom toenmalig bondscoach Joost Bellaart. Lijdzaam moest de voormalig chef de mission van de Nederlandse olympische ploeg (1992 en '96) toen toezien hoe onderhuidse irritaties uitmondden in een spelersopstand, die Bellaart uiteindelijk dwong op te stappen.

Ditmaal greep Bolle tijdig in. Het nachtelijke en deels in bier gedoopte uitstapje veroordeelde hij. ,,Hoe je het ook wendt of keert, dat valt niet goed te praten. Je kunt dit niet maken als je als topsporter serieus genomen wilt worden.'' En over Oltmans' oekaze aan het adres van (een deel van) de pers: ,,Als er bij jezelf iets mis gaat, kun je de fout niet anderen neerleggen.''

Zo eindigde in de late uren een dag, die voor de hockeyers al zo stralend was begonnen. Na twee moeizame overwinningen op laagvliegers Frankrijk (5-4) en Polen (2-1) kwam het balvaardige Spanje, de eerste serieuze opponent bij dit EK, als geroepen. Eindelijk kon de ploeg laten zien dat aan de stroeve aanloop geen conclusies mochten worden verbonden. ,,Vandaag hebben we als team bewezen dat we nog wel degelijk kunnen hockeyen'', verzuchtte matchwinner Ronald Brouwer na afloop.

Aan de zege op de winnaar van de Champions Trophy ging een indringend groepsgesprek vooraf, die was uitgesmeerd over twee dagen. ,,Wie de hei op gaat, gaat ook niet voor één dag'', sprak Oltmans schertsend, en de coach was allang blij dat zijn spelers elkaar diep in de ogen hadden gekeken. In vroeger jaren hadden mondige types als Marc Delissen en Ronald Jansen intern al veel eerder aan de bel getrokken, maar geboren leiders herbergt de selectie niet meer. Nu moesten eerst twee spelers uit de pas lopen, voordat de selectie aan een kritisch zelfonderzoek begon.

De gevolgen waren gisteren zichtbaar. Al was de overwinning er een van het oerdegelijke soort, waarbij Nederland vooral de slag op het middenveld won en ditmaal defensief op de been bleef. Uitblinkers waren de grieperige maar standvastige aanvoerder Jeroen Delmee en diens neef, rechtsachter Sander van der Weide, die de complimenten naderhand minzaam in ontvangst nam. ,,Leuke overwinning, maar het kan en het moet nog veel beter. We waren vandaag te onrustig aan de bal.''

Maar het Spanje dat Nederland twee jaar geleden nog vernederde in de halve finales van het Europees kampioenschap (5-2) verzuimde te profiteren. ,,Wie te veel fouten maakt, heeft geen recht van spreken'', mopperde de coach van Spanje Maurits Hendriks, wiens ploeg vooral verzaakte om Nederlands zwakste schakel, de vaak wat trage en immobiele Taeke Taekema, onder druk te zetten.

    • Mark Hoogstad