`We zijn vrijwel gelijk'

De belangrijkste genetische verschillen tussen chimpansee en mens worden nu op medisch gebied gevonden. Daarna volgen andere verschillen – in taal, of in seksueel gedrag.

Het genoom van de chimpansee is nu geheel in kaart gebracht. Maar wat betekent dat voor de wetenschap? De Nederlandse primatoloog Frans de Waal, verbonden aan het Yerkes Primate Research Center in Atlanta, is een van de meest vooraanstaande chimpansee-onderzoekers van dit moment. In een telefonisch interview geeft hij zijn visie.

Wat is het belang van het nu gepresenteerde onderzoek?

,,Het is nu bijna dertig jaar geleden dat wetenschappers constateerden dat de mens voor 98,5 procent identiek is aan de chimpansee. Dat was destijds heel shockerend. Immers, als we apen en onszelf puur op uiterlijk beoordeelden, waren de verschillen aanzienlijk. Tweebenigheid en het taalvermogen hebben we daarbij heel zwaar laten wegen. Maar het DNA vormt een objectieve maatstaf: we zijn vrijwel gelijk.

,,De interessante vraag is natuurlijk wat die anderhalf procent verschil doet. Zijn dat verschillende genen op zich of beïnvloedt die anderhalf procent ook de werking van de rest van de genen? Ik denk dat dat debat nog wel even voort zal duren. Dat is niet opgelost met de publicatie van het chimpanseegenoom. Op zich is er niets veranderd.''

Maar wat zijn de opvallende verschillen?

,,De belangrijkste verschillen die nu naar voren komen zijn op medisch gebied. Het verklaart waarom apen geen Parkinson of Alzheimer krijgen, en waarom ze niet gevoelig zijn voor bepaalde vormen van kanker.

,,Andere verschillen liggen op het gebied van gedrag. Apen hebben geen taal en hebben in tegenstelling tot de mens een volkomen promiscue levensstijl. Dat zijn belangrijke sociale verschillen. Die zullen we voor een deel ook in het DNA gaan terugvinden. Onlangs publiceerden collega's van mij over een stukje DNA dat zij hadden gevonden bij een woelmuis, dat verband hield met hechting tussen dieren onderling. Datzelfde stukje DNA troffen zij aan bij de bonobo en de mens, maar niet bij de chimp. Dat brengt ons op de vraag of onze laatste gemeenschappelijke voorouder niet veel meer op de bonobo leek dan op de chimp. Genetisch gezien staan deze twee zustersoorten even ver van ons af, maar verder DNA-onderzoek zou uitsluitsel kunnen geven.''

Maar vinden we in het DNA ook bijvoorbeeld een eigenschap als moraliteit, iets waarover u veel geschreven hebt?

,,In ieder geval wel voor aspecten daarvan. De genen in het DNA hebben een grote invloed op gedrag. De familiestructuur, maar ook agressie, hebben waarschijnlijk een genetische achtergrond. Voor onderdelen van het gedrag zijn mogelijk wel genen te vinden die van invloed zijn, zoals bijvoorbeeld angstreacties en hypernervositeit. Maar menselijke taal en moraliteit zijn heel complex. Er is wel een gen gevonden, FOXP2, dat met menselijke taal samenhangt, maar dat is natuurlijk niet het enige gen dat daarvoor bepalend is.''

Zal de ontrafeling van het chimp-genoom ook gevolgen hebben voor de chimpansee als proefdier?

,,Ik hoop van niet. De algemene tendens is de laatste tijd juist om laboratoriumchimps met pensioen te sturen. Een aap is namelijk helemaal geen ideaal proefdier. Een aap is duur, ligt ethisch gevoelig en het kost soms jaren voordat het onderzoek wat oplevert. Onderzoek aan muizen gaat veel makkelijker en sneller. Ik geloof ook niet zo dat een aap een veel beter proefdiermodel voor ziekten is. Het beste model is de mens zelf. In de wetenschap gaan nog steeds stemmen op om door te gaan met biomedisch onderzoek op apen, maar in de praktijk loopt het op zijn einde.''

    • Sander Voormolen