Wat te doen tegen onrust in de stad

Steden in Europa worstelen met wensen van de groeiende moslimbevolking enerzijds en angsten van autochtonen anderzijds. ,,Nederland kan leren van Zuid-Europa.''

In de Noord-Italiaanse stad Brescia circuleerde onlangs een opmerkelijk plan. De ruim honderd belwinkels in het centrum zouden door het provinciaal bestuur worden verplicht elk twee toiletten voor klanten te hebben: een gewone en een voor gehandicapten. Pure pesterij, klaagden Pakistanen en andere migranten die eigenaar zijn van de winkeltjes. Het plan was volgens hen niet bedoeld om het sanitair genoegen van klanten te bevorderen, maar gericht tegen de belwinkeltjes zelf. Rechtse politici in het provinciebestuur waren al een tijdje bezig daartegen stemming te maken. Zij suggereerden dat sommige inkomsten van de winkels gebruikt werden voor terroristische activiteiten en grepen een provinciale verordening voor de vestiging van de belwinkels aan om de bouw van dubbele toiletten te bevorderen en daarmee de eigenaren op kosten te jagen. Onzeker is of het linkse stadsbestuur, dat de verhoudingen met de migranten – en zeker met moslims – goed wil houden, de maatregel doorvoert.

Volgens prof.dr. R. Penninx, kenner van integratievraagstukken in Europese steden, maakt het voorbeeld uit Brescia twee dingen duidelijk: ,,De soms funeste invloed van buitenstaanders, zoals provinciale of nationale politici, op de grote stad'' en de ,,onzalige verknoping door politici en media van islamitische terreur met algemene migranten-kwesties.'' Ze maken de verhoudingen tussen allochtonen en autochtonen niet gemakkelijker, aldus de hoogleraar migratievraagstukken aan de Universiteit van Amsterdam.

De afgelopen weken publiceerde deze krant vier portretten van middelgrote Europese steden (Brescia in Italië, Algeciras in Spanje, Sheffield in het Verenigd Koninkrijk en Essen in Duitsland) met grote moslimgroepen. Alle stadsbesturen worstelen met de wensen van de groeiende moslimbevolking enerzijds en angsten van de autochtonen anderzijds – zeker na de aanslagen in Londen van juli. Hoogleraar Penninx herkent de beschreven worsteling uit eigen onderzoek naar steden in Europa. Ondanks de grote verschillen tussen de steden, zijn er wel degelijk kenmerken te geven voor effectief stadsbestuur in dit soort omstandigheden.

Eigen bewegingsruimte voor de stad om zelf pragmatisch beleid te kunnen voeren, is zo'n kenmerk, zegt Penninx. Wat dit betreft is er een groot verschil tussen Noord-Europa (Nederland, Duitsland, Engeland) en Zuid-Europese landen als Spanje, Italië en Griekenland. Penninx: ,,Noord-Europa kreeg veel eerder te maken met grote golven gastarbeiders uit Turkije en Marokko dan Zuid-Europa. In Nederland bijvoorbeeld was dat in jaren zestig, in Italië pas in de jaren tachtig en negentig.'' Daardoor hebben Noord-Europese landen eerder een integratiebeleid ontwikkeld, waarbij Nederland volgens Penninx de laatste jaren veel centralischer te werk gaat dan Duitsland. Daar worden lokale maatschappelijke organisaties meer bij het beleid betrokken, zoals nu in Essen gebeurt.

De centralistische aanpak zoals in Nederland brengt nationale politici regelmatig in conflict met grote stadsbestuurders en creëert onrust in de stad, aldus Penninx. De affaire in 1997 rond de uitzetting van de Turkse kleermaker Gümüs of nu recentelijk rond de verwijdering van 26.000 illegalen zijn daarvan voorbeelden, aldus Penninx. De zuidelijke landen hadden nauwelijks zo'n integratiebeleid, voeren een ruimhartiger beleid tegenover illegalen en geven hun steden meer ruimte om naar bevind van zaken te handelen, zoals in het Spaanse Algeciras. Mede daarom is Penninx blij dat ,,integratiepolitiek in Europa steeds meer geharmoniseerd wordt door de EU. Nederland kan het nodige van Zuid-Europa leren.''

Ten tweede vergt het, in de woorden van Penninx, ,,moed en visie'' voor een stadspoliticus om niet mee te gaan in de verleiding van populistische maatregelen. ,,Dat wordt contra-productief. Er worden soms hele groepen verdacht mee gemaakt, zoals de eigenaren van de belwinkels in Brescia. Daarmee vervreemd je groepen van de stad die je als bestuurder hard nodig hebt om radicalen tijdig op te sporen en te isoleren.''

De geschiedenis van het terrorisme in Europa maakt dit duidelijk, doceert Penninx. ,,Eigenlijk is er met de recente aanslagen door goed geïntegreerde moslimjongeren zoals in Londen, niet zoveel nieuws onder de zon. Ze doen me sterk denken aan de terreur van Molukse jongeren in Nederland en die van terroristen van de RAF in Duitsland en Rode Brigades in Italië.'' Dat waren meestal hoogopgeleide jongeren en kinderen van welgestelde ouders. ,,Deze jongeren werden lang beschermd door hun gematigde omgeving. Die laatste begon op een gegeven moment de aanpak van die jongeren te gortig te vinden, keerde zich van hen af en waarschuwde soms de politie als ze iets verdachts zag.'' Zo moet het nu ook met radicale moslims, aldus Penninx. Door intensief overleg van het stadsbestuur met gematigde moslimgroepen kunnen spanningen tijdiger worden aangepakt, zoals onlangs in Essen gebeurde.

Dit is het slotstuk van een serie over de stemming in enkele middelgrote Europese steden met grote moslimgemeenschappen. Eerdere afleveringen zijn te lezen op www.nrc.nl.