Talige meerkatten begrijpen wat een geintje is

Onderzoek naar het ontstaan van taal is onder linguïsten niet langer taboe. In Amsterdam buigen zij zich vandaag over diersignalen en mensenzinnen.

In 1866 verbood de Société de Linguistique in Parijs haar leden zich bezig te houden met speculaties over hoe taal ooit is ontstaan. De serieuze taalkundige diende zich daar verre van te houden.

Bijna de hele twintigste eeuw was het onderwerp taboe. Daar is verandering in gekomen. Morgen gaat in Amsterdam een symposium van start over een nieuwe richting in de taalwetenschap: de evolutionaire taalkunde.

,,Er heeft zich een aantal ontwikkelingen voorgedaan in de biologie en de cognitieve wetenschap, waardoor de tijd er nu rijp voor is'', zegt organisator Jelle Zuidema, van de Universiteit van Amsterdam. ,,Lang werd gedacht dat een aantal fundamentele kenmerken van taal alleen voorkomt bij de mens. Maar dat blijkt niet te kloppen, er zijn veel vergelijkbare fenomenen in het dierenrijk te vinden.''

Dat het vermogen om klanken te imiteren en met elkaar te combineren bij allerlei dieren voorkomt, is al langer bekend. Ook zijn er dieren die een `vocabulaire' kunnen leren. ,,Denk maar aan honden'', zegt Zuidema. ,,Die zijn verschrikkelijk goed in het leren van commando's.''

En bij sommige dieren kom je zelfs dingen tegen die sterk lijken op `compositionele semantiek': het kunnen combineren van betekenissen tot een groter semantisch geheel.

Zuidema: ,,Bepaalde kleine aapjes, Campbells meerkatten, hebben de bekende alarmkreten waarmee ze aangeven dat ze een arend of een luipaard zien. Daarnaast hebben ze nog een andere kreet, die zoveel betekent als `grapje, ik bedoel het niet serieus'. Als de andere aapjes een alarmkreet horen die wordt voorafgegaan door dat andere kreetje, dan reageren ze vrij laconiek. Bij `arend!' duiken ze meteen de bosje in. Maar bij `grapje!' gevolgd door `arend!' kijken ze aarzelend om zich heen.''

Klaus Zuberbühler, de man die dit apengedrag heeft onderzocht, komt naar Amsterdam, om met collega's te discussiëren over de vraag of dit inderdaad een geval van compositionele semantiek is. Wat taalkundigen intrigeert is dat de aapjes eigenlijk een klein zinnetje produceren: ,,Arend, maar-niet-heus.''

Sommige taaltheoretici denken dat alleen `recursie' een uniek kenmerk van menselijke taal is. Recursie is de mogelijkheid om structuren in andere structuren in te bedden, bijvoorbeeld zinnen in andere zinnen. Zuidema: ,,Maar ook dat is een punt van discussie. In vogelzang vind je hiërarchische structuren die op recursie lijken maar wel zonder semantiek natuurlijk.''

De combinatie van compositionele semantiek en recursie is in ieder geval iets dat (voor zover nu bekend) alleen bij mensen voorkomt. Voor de Campbells meerkatten is `Grapje: grapje: arend!' een stap te ver, terwijl mensen kunnen zeggen: ,,Het is maar een grapje dat ik zeg dat het maar een grapje is dat er een arend aankomt.''

Zuidema: ,,Ook als al deze kenmerken afzonderlijk bij verschillende dieren zijn terug te vinden, dan nog blijft het zo dat de combinatie van al die dingen typisch menselijk is. We vinden geen enkel voorbeeld in de natuur van een dier dat ze ook allemaal heeft.''

In Amsterdam zal het niet alleen gaan over apen, honden en vogels, maar ook over computermodellen waarmee de evolutie van taal gesimuleerd kan worden. Die zijn vaak geïnspireerd op wiskundige modellen uit de evolutiebiologie. ,,Niet iedereen is even enthousiast over die computersimulaties'', erkent Zuidema. ,,Er is veel amateurisme. Je hebt een hoop informatici die een beetje zijn uitgekeken op de informatica en die het leuk vinden om biologische of taalkundige simulaties te maken, zonder dat ze veel van het veld weten.''

Uit de computersimulaties, die nog in de kinderschoenen staan, rollen dingen die in sommige opzichten op menselijke taal lijken, maar in andere opzichten niet. Dat laatste is ook interessant, vindt Zuidema, vanwege een ander belangrijk denkbeeld in de evolutionaire taalkunde: het idee dat de taal zich aanpast aan de toevallige eigenschappen van de taalleerder. De grote man achter dit idee is de Brit Simon Kirby, die op het symposium acte de présence zal geven.

Verder zal in Amsterdam worden gesproken over het Baldwin-effect, een theorie over de interactie tussen leren en evolutie. Zuidema: ,,Als elke generatie steeds weer veel moeite moet doen om hetzelfde te leren, dan ontstaat er een evolutionaire druk om dat leerproces te vergemakkelijken. Zoiets is met taal, zo denken veel wetenschappers nu, ook gebeurd: dingen die honderdduizend jaar geleden nog met veel inspanning geleerd moesten worden, zijn nu bij wijze van spreken aangeboren.''

    • Berthold Maris