Sterretjes onder elkaar

In Het Parool van gisteren stond een kop waaruit viel op te maken dat het Britse koningshuis in een bizar soort crisis verkeert: `Charles opvolger Philip'. Maar het was loos alarm. Bedoeld werd dat de voormalige correspondent van de NOS in Washington, Charles Groenhuijsen, alsnog Philip Freriks gaat opvolgen als presentator van het achtuurjournaal. Het aanduiden van mensen met alleen hun voornaam, vroeger gebruikelijk bij vorstelijke personen of megasterren als Elvis, is gemeengoed geworden, ook in serieuze media. Wie op tv komt is namelijk een ster die we allemaal geacht worden te kennen.

Charles dus. Hij was te gast bij TV3 , een programma waarvan ik na de eerste drie dagen van dit nieuwe seizoen de hoop heb opgegeven dat het nog zal uitgroeien tot het spraakmakende dagelijkse kunstmagazine van de publieke omroep. Het programma lijkt zich te ontwikkelen tot een incestueuze talkshow over media waarin presentatoren en programmamakers elkaar aan het woord laten over hun werk. Ze acteren als would-be sterren en sterretjes onder elkaar, die ons gewone stervelingen een kijkje gunnen achter de schermen van hun opwindende televisiebestaan. In werkelijkheid vertellen ze niets van belang. Charles vond de vraag van Matthijs over wat hij gaat verdienen bij het journaal irrelevant en weigerde opening van zaken te geven. Voor antwoorden op andere vragen verwees hij naar ,,mijn persconferentie die ik vanochtend heb gegeven''. Hoe nu? Iemand krijgt een nieuwe betrekking bij het medium waar hij werkt en geeft dan een heuse persconferentie! Het ontbrak er nog maar aan dat het NOS-journaal de overplaatsing van een personeelslid als nieuws-item bracht, iets wat bij Talpa al usance is.

Bij gebrek aan beter – verrassende kunst of cultuur was noch bij de commerciële, noch bij de publieke omroep te vinden – naar de KRO-detective Waking the dead met Trevor Eve gekeken. Een herhaling, maar voor mij nieuw. Alles wat de moeite waard was, bleek trouwens een herhaling: het portret van de vorig jaar verongelukte fotograaf Helmut Newton in AVRO's Close-up, maar ook het door de VARA uitgezonden laatste deel van De enclave, het driedelige televisiedrama van Willem van de Sande Bakhuyzen over Srebrenica naar een scenario van Alma Popeyus en Hein Schütz. In dit laatste deel schiet de Bosnische tolk van Dutchbat, gespeeld door Ramsey Nasr, zich voor de ogen van de voormalige minister van Defensie George Terhoef (Johan Leijsen) door het hoofd.

Mij heeft De enclave met een ambivalent gevoel achtergelaten. Aan de ene kant: er wordt te weinig oorspronkelijk Nederlands televisiedrama gemaakt, hoofdzakelijk om financiële redenen. Aan de andere kant: als onbeholpen en simplificerende agitprop het beste is dat onze topscenaristen, een topregisseur, topacteurs kunnen afleveren, hoeft het eigenlijk niet. Tot mijn verbazing ontvingen de scenaristen van De enclave eerder dit jaar de Lira Prijs voor hun script, omdat de jury de serie beschouwde als ,,fictie die erin slaagt de werkelijkheid voelbaar te maken''. Voor de eerste twee delen kun je dat met een beetje goede wil nog wel volhouden, maar het laatste dat gisteren werd herhaald is vooral een schoolvoorbeeld dat kan dienen om het verschil uit te leggen tussen drama en melodrama. Alsof de val van Srebrenica niet erg genoeg was en nog een beetje `vetter' gemaakt moest worden. Menselijke tragedie bleek te kunnen worden gedegradeerd tot ongeloofwaardig vormingstheater, zaliger nagedachtenis.

Er circuleert momenteel een petitie aan de Tweede Kamer waarin geëist wordt kunst en cultuur tot kerntaak van de publieke omroep te maken en daar 25 procent van het budget voor uit te trekken. Gebeurt dat niet, zo betogen de opstellers, dan wordt het culturele bewustzijn van Nederland op lange termijn uitgehold. Als zomerkijker kan ik dat alleen maar beamen. Op dit moment moet 25 procent van de zendtijd worden besteed aan culturele programma's. Gisteravond bedroeg dat percentage, als we de herhalingen en het nieuwe kookprogramma van de RVU niet meerekenen, nul komma nul. De marginalisering van kunst op tv is al lang een feit.