`Regering Irak heeft schuld aan paniek'

Het dodental van de massapaniek op een brug in Bagdad zal waarschijnlijk boven de 1.000 komen. Critici stellen de regering verantwoordelijk.

De Iraakse shi'ieten zijn vandaag in rouw voor de honderden pelgrims die gisteren in Bagdad om het leven kwamen toen geruchten over een zelfmoordterrorist wilde paniek veroorzaakte op een brug over de Tigris. Het dodental stond vanochtend op 965, vooral vrouwen en kinderen, maar de autoriteiten gingen ervan uit dat het boven de 1.000 zal uitkomen. Er liggen nog veel lijken in de rivier. Naar schatting een miljoen pelgrims hadden zich rond de Khadimiya moskee verzameld om het martelaarschap te gedenken van Musa al-Kadhim, de zevende shi'itische imam.

Sunnitische rebellen hebben herhaaldelijk aanslagen gepleegd op shi'itische massabijeenkomsten en een uur of twee voor de ramp waren in de omgeving enkele mortiergranaten en raketten ingeslagen. Dus het was haast onontkoombaar dat mensen in paniek raakten door een gerucht over een zelfmoordterrorist. Daarom wordt nu van verschillende kanten, zowel shi'itisch als sunnitisch, de regering van premier Ibrahim Jaafari in gebreke gesteld omdat zij daarop onvoldoende met veiligheidsmaatregelen had ingespeeld.

De eerste die dat deed was minister van Gezondheid Abdel Mouttaleb Mohammed Ali, die op een persconferentie woedend opriep tot het aftreden van zijn collega's voor Binnenlandse Zaken en Defensie. Zij hadden de omgeving van de moskee beter moeten beveiligen, zei hij, en moesten nu hun verantwoordelijkheid nemen. Ali is een geestverwant van de shi'itische geestelijke Muqtada Sadr, die met name onder de armste shi'ieten veel aanhang heeft. Veel van de slachtoffers komen uit deze bevolkingsgroep. Een politieke vertegenwoordiger van Sadr, Abbas al-Rubay'i, wees erop dat shi'itische massabijeenkomsten die door Sadrs Leger van de Mahdi worden beveiligd, altijd in goede orde zijn verlopen.

The New York Times citeerde soldaten en getuigen van de ramp die zeiden dat de brug een gevaarlijk knelpunt vormde waar komende en gaande pelgrims op elkaar stuitten. Wat dit probleem nog verergerde is dat enkele dagen geleden juist betonnen blokken op de brug waren aangebracht tegen zelfmoordterroristen. Een sunnitische leider, Adnan al-Dulaimi, zei dat de blokken waren geplaatst door het ministerie van Binnenlandse Zaken. ,,Ik zeg niet dat de minister van Binnenlandse Zaken wilde dat dit gebeurde, maar slechte organisatie en de aanwezigheid van die betonnen blokken hebben tot de dood van die slachtoffers geleid.''

De gewraakte minister, Bayan Jabor, verklaarde dat het gerucht van de zelfmoordterrorist moedwillig door sunnitische rebellen was verspreid, en zijn veiligheidsdiensten bovendien niet verantwoordelijk waren voor de sector. Dat waren de troepen van de minister van Defensie, de sunniet Saadoun al-Dulaimi, zei hij. De minister van Defensie verklaarde alleen dat de kwestie ,,niets te maken had met godsdienst''. Premier Jaafari, net als Jabor lid van dominante shi'itische Nationale Alliantie, riep zijn ministers vervolgens op ,,geen beschuldigingen op de televisie te lanceren''.

Jaafari's regering, die in mei aantrad, heeft in de tussentijd veel van haar glans verloren. In het parlement wordt zij gebombardeerd met kritiek. Een van de kritiekpunten is dat de ministers allemaal allereerst de belangen van hun sekte behartigen. Een kleinschalige peiling, gemeld door de onafhankelijke krant Al-Zaman, gaf half augustus aan dat het publiek ook niet overloopt van vertrouwen in het kabinet. Volgens deze peiling onder 265 mannen en vrouwen in vier wijken van Bagdad geloofde 67 procent van de ondervraagden dat het kabinet niet efficiënt is in de strijd tegen terrorisme. 74 procent meende dat het kabinet faalt in de strijd tegen corruptie en 90 procent vond dat het het probleem van de haperende stroomvoorziening niet goed aanpakt. Daarentegen vond 6 procent zijn prestaties ,,bevredigend'', 2 procent ,,goed'' en 1 procent ,,zeer goed''.