Ontvolking noopt tot keuzes

Daling van de bevolkingsomvang leidt niet noodzakelijkerwijs tot daling van het welvaartspeil in Nederland. Dit was de strekking van het artikel van Joop Hartog onder de kop `Bevolkingsomvang moet omlaag' (Opiniepagina, 25 augustus). Echter, in plaats van `moet' had hier `gaat' kunnen staan, omdat de bevolkingsomvang regionaal, nationaal, Europees en mondiaal door autonome demografische ontwikkelingen daalt. Dit is een onvermijdelijk proces, daar valt geen procreatiebeleid tegen te voeren.

Parkstad Limburg bijvoorbeeld, de uit zeven gemeenten bestaande regio rondom Heerlen en Kerkrade, heeft als eerste regio in Nederland al vanaf 1997 te maken met structurele daling van de bevolking. In delen van Zeeland en Noord-Brabant begint nu hetzelfde proces. In heel Nederland zal rond 2035, of eerder, de bevolkingsomvang structureel dalen. Elders in Europa is dit (ook) aan de gang. Zie de spookdorpen in Spanje en Portugal. Deze landen legaliseren tegen de zin van het Europese asielbeleid van Tampere duizenden illegalen om de teruggang van het aantal inwoners op te vangen. Grote agglomeraties in Italië, het voormalige Oost-Duitsland (met name de regio Dresden), Frankrijk (de agglomeratie Lille), en binnenkort ook de Euregio Maas-Rijn ontwerpen beleid om meer en meer (im)migranten aan te trekken. De Australische regering heeft inmiddels een campagne gelanceerd om grote groepen nieuwe inwoners te werven.

Met Hartog tel ik de zegeningen van een minder omvangrijke bevolking. Vanaf de eerste industriële revolutie kennen we economische groei. Door het uitvinden van nieuwe productiemethoden konden we die groei vasthouden met steeds minder mensen in het arbeidsproces. Geredeneerd vanuit die lineaire procesgang (eerst slimmere methoden, daarna minder arbeiders nodig) heeft Hartog gelijk met de stelling dat we niet bang hoeven te zijn voor het waarborgen van de collectieve arrangementen als AOW, WAO, pensioenen, zorg. Toch is een alarmsignaal op zijn plaats. De voorwaardelijke volgorde van ontwikkelingen is omgekeerd. De bevolkingsdaling komt sneller en eerder dan de slimmere productiemethoden. Dit, gevoegd bij het massaal afvloeien van personeel, jonger dan zestig jaar, brengt de arbeidsproductiviteit in een neerwaartse spiraal en vormt daarmee een extra rem op het halen van de in februari 2005 aangescherpte `Lissabon-doelen'. Het kabinet zit hier in een onwezenlijke spagaat: wil het de Europese doelen halen dan moeten de prikkels om af te vloeien worden omgezet in prikkels om arbeidszaam te blijven tot 65 en langer, maar intussen stimuleert het kabinet intern het afvloeien van duizenden ambtenaren jonger dan zestig. Dat gaat fout, omdat er nog geen nieuwe productiemethoden zijn om met een zo snel dalend aantal ambtenaren de hooggestelde politieke doelen uitvoerbaar te maken, terwijl tegelijk de uitvoering steeds verder wegdrijft van het beleid en het gat daartussen alleen gevuld wordt met een voortwoekerende regulering en bureaucratisering. De openbare dienst (het hele ambtelijke apparaat) loopt zo vast.

Alle beleidssectoren slaan op tilt als niet snel de `politiek van de groei' wordt ingeruild voor de `politiek van de krimp'. De ontvolking – lokaal, regionaal, nationaal, Europees en mondiaal – zal diep ingrijpen in de planning van de benodigde infrastructurele voorzieningen voor onderwijs, volkshuisvesting, mobiliteit, wegenplanning, ruimtelijke ordening, zorginstellingen en ziekenhuizen.

Enkele voorbeelden. Wat betekent het voor de volkshuisvesting – en daarmee ook voor de corporaties – als over twintig jaar meer dan vijftig procent van de zeventigplussers alleenstaande vrouwen zijn? En wat betekent dat voor de zorgcomponent als we weten dat het percentage dementerenden in die groep omhoogschiet? Wat betekent de bevolkingsdaling in een context van vergrijzing voor het ruimtebeslag van de (rijks)wegen als een deel van het woon-werkverkeer ophoudt te bestaan en maar gedeeltelijk door nieuw recreatief verkeer wordt gecompenseerd waardoor de benutting over de hele dag gemeten anders komt te liggen? Welke Regionale Opleidingen Centra gaan door gebrek aan instroom hun deuren sluiten? Op welke culturele schokken moeten we ons voorbereiden nu de bevolkingsdaling eerst onder autochtone Nederlanders plaatsvindt en pas met enige vertraging onder de allochtonen?

Dat zijn vragen die hun vertaling moeten krijgen in grote politieke opdrachten met ongekende uitdagingen en kansen. De Nederlandse politiek bevindt zich na ruim vijftig jaar aan het einde van een politieke levenscyclus en zit te wachten op leiders die een nieuwe vitale politieke levenscyclus in gang zetten. In het ontwerpen van de grondslagen van een `politiek van de krimp' kan het kabinet na prinsjesdag dat leiderschap tonen.

Leo Klinkers is directeur van Klinkers Public Policy Consultants.

www.nrc.nl/opinie :

Artikel Joop Hartog

    • Leo Klinkers